Rechter wil niet oordelen over Oekraïneverdrag

De rechter zegt niet te kunnen beoordelen of het kabinet snel genoeg is geweest bij het indienen van het wetsvoorstel over goedkeuring van het Oekraïneverdrag.

Thierry Baudet bij de behandeling van de zaak in januari in de rechtbank in Den Haag.. Foto ANP / Remko de Waal

Het is niet aan de rechter om te oordelen of het kabinet heeft getreuzeld dan wel snel genoeg is geweest bij het indienen van het wetsvoorstel over ratificatie van het Oekraïneverdrag.

Dat zei de rechtbank in Den Haag woensdagochtend in een zaak die was aangespannen door Forum voor Democratie (FvD) tegen de staat.

FvD had daarmee de voorgenomen goedkeuring van het Oekraïneverdrag willen terugdraaien. Volgens de partij van Thierry Baudet, die een van de krachten was achter het Oekraïnereferendum, kunnen de acht maanden die tussen het referendum (6 april 2016) en het indienen van het wetsvoorstel in december zaten onmogelijk “zo spoedig mogelijk” genoemd worden. Die zinsnede staat in artikel 11 van de Wet op het raadgevend referendum.

Maar de rechtbank oordeelt dat het wetgevingsproces nog niet is afgerond, en dat een oordeel van de rechtsprekende macht kan worden gezien als ingrijpen bij de wetgevende macht. Het wetsvoorstel over goedkeuring van het Oekraïneverdrag werd eind februari weliswaar door de Tweede Kamer aangenomen, maar is nog niet door de Eerste Kamer in stemming gebracht. ,,Er is dan ook nog geen definitief oordeel van de formele wetgever over de vraag of artikel 11 van de Referendumwet is geschonden”, zegt de rechtbank.

Oekraïneverdrag niet controversieel verklaard

Dinsdag bepaalde de senaat in ruime meerderheid dat de goedkeuringswet behandeld zal worden. Alleen de PVV-fractie wilde dat het voorstel controversieel verklaard zou worden waardoor behandeling zou moeten wachten op een nieuw kabinet. Onduidelijk is nog wanneer de Eerste Kamer zal spreken over het wetsvoorstel.

Omdat de rechter zegt niet te kunnen oordelen, laat de rechtbank ook in het midden wat “zo spoedig mogelijk” betekent. FvD had daarover een oordeel gewild om “in ieder geval meer duidelijkheid bij een volgend referendum” te krijgen, zo zei Baudet in januari.