Documenta 14 in Athene: Podium voor de revolutie

De vijfjaarlijkse Duitse kunsttentoonstelling Documenta heeft dit jaar een proloog in Athene. Die is politieker dan ooit.

Rasheed Araeen, Shamiyaana, Food for Thought: Thought for Change, 2016–17. Foto Yiannis Hadjiaslanis

Als je haar tegen zou komen in de straten van Athene, zou ze je nauwelijks opvallen. Gewoon een stokoud vrouwtje, met kromme reumavingers en een veel te grote uilenbril, zoals je er in de Griekse hoofdstad zoveel voorbij ziet schuifelen. Maar nu ze haar verhaal doet, in een video van de Griekse kunstenaar Angelo Plessas die te zien is in de kunstacademie van Athene, blijf je ademloos naar haar luisteren. Dik in de negentig moet ze zijn, maar haar herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog zijn nog zo helder als de dag van gisteren.

Maria Zamanou-Mickelson was een tiener, toen ze door de Griekse geheime dienst werd gevraagd om vanuit haar huis in Delphi de bewegingen van de Duitse vliegtuigen te rapporteren. Zoals het orakel van Delphi voorspellingen deed aan de hand van de vluchtbewegingen van vogels, zo leerde Maria de luchtaanvallen van de nazi’s te doorgronden. Ze werd gearresteerd, vertelt ze, en zat vast in een pikdonkere ruimte, „twee of drie maanden, hoe lang weet ik niet precies”. En ja, ze was doodsbang, zegt ze, zonder een spoor van emotie. Na de oorlog werd ze voor haar spionage-acties onderscheiden. De medailles en oorkondes hangen ook op de tentoonstelling, als bewijs van haar buitengewone moed.

Angelo Plessas, Experimental Education Protocol, Delphi, 2017. Foto Freddie F.

Achter ieder gezicht schuilt een mens, een individu met een verhaal, zo wil kunstenaar Angelo Plessas maar zeggen. Maria was zijn buurvrouw, iemand die hij alleen in het voorbijgaan groette. Totdat hij met haar in gesprek raakte, en zij hem vertelde over haar verleden als spionne. Zo werd dat oude dametje opeens een heldin en het onderwerp van zijn installatie Experimental Education Protocol, die nu te zien is op de Documenta.

Wat kunnen we leren van het verleden en van de verhalen van ouderen? Die vraag is een van de rode draden van de Documenta, de vijfjaarlijkse megatentoonstelling die afgelopen zaterdag van start is gegaan – niet traditiegetrouw in de Duitse stad Kassel, maar op tientallen locaties in Athene. Onder de noemer ‘Learning from Athens’ tonen ruim 160 kunstenaars uit alle delen van de wereld hun werken in musea en bibliotheken, op pleinen en archeologische sites, in concertzalen en universiteiten.

Het curatorenteam van Documenta heeft tot in de verste uithoeken van de wereld onontdekte kunstenaars gezocht en gevonden.

Anders dan op voorgaande edities zijn dat niet de ‘usual suspects’ uit de kunstwereld, maar eerder kunstenaars die lange tijd onder de radar hebben geopereerd, onder wie opvallend veel ouderen. Het curatorenteam van Documenta heeft tot in de verste uithoeken van de wereld onontdekte kunstenaars gezocht en gevonden: van Mongolië tot Nieuw-Zeeland en van Albanië tot Cambodja. Daarmee is deze Documenta tegelijk een duidelijk statement tegen de kunstmarkt. Deze tentoonstelling wil „meer zijn dan de munteenheid van de kunstmarkt en de cultuurindustrie”, aldus artistiek directeur Adam Szymczyk.

In de echte wereld

Waarom Athene? „Ik voelde de noodzaak om in deze tijd en in de echte wereld te opereren”, schrijft Szymczyk in de Reader die bij de Documenta verschenen is. „De wereld kan niet meer verklaard en becommentarieerd worden vanuit Kassel alleen – een uitsluitend Noord- en West-Europees perspectief.” Athene, een door de financiële crisis geteisterde stad die op het kruispunt ligt van drie continenten, is daarvoor veel geschikter, meent hij.

Mounira Al Solh, Sperveri, 2017. Foto Yiannis Hadjiaslanis

Dat bevragen van de westerse canon van de kunst is een trend die al een aantal jaren gaande is. De Documenta zelf is sinds de oprichting in 1955 altijd een Europees-Amerikaanse tentoonstelling geweest, totdat Catherine David in 1997 voor het eerst ook kunstenaars uit Latijns-Amerika en Afrika introduceerde. Op de Biënnale van Venetië werd twee jaar geleden opvallend veel kunst getoond van ‘outsiders’ van wie niemand ooit gehoord had. Deze Documenta 14 gaat nog een stap verder, door niet alleen veel werk van vrouwelijke en zwarte kunstenaars te tonen, maar ook de „kennis en techniek van inheemse volkeren uit heel de wereld, via Athene naar Kassel te brengen”. Zo wil Szymczyk, schrijft hij „de blanke, mannelijke, nationalistische, koloniale manier van denken aanvechten die nog steeds onze wereldorde domineert”.

De hoofdtentoonstelling in het Atheense museum voor hedendaagse kunst, EMST, begint daarom met een zaal vol indianenmaskers uit British Columbia. Het is een mooie ode aan leven en werk van Beau Dick, een Kwakwaka’wakw chief die vlak voor de opening van de Documenta op 61-jarige leeftijd overleed. Een paar verdiepingen hoger wappert de rood-geel-blauwe vlag die de Sámi Artist Group in de jaren zeventig ontwierp voor hun utopische land Sápmi, in de Engelse taal beter bekend als Lapland. En een paar kilometer zuidwaarts, in het Benaki Museum, verbeeldt de Indiase Nilima Sheikh haar dromen over het veel bevochten land van Kasjmir op prachtige doeken vol miniaturen, gedichten en sprookjes.

Deze Documenta is een diep-menselijke tentoonstelling die aandacht vraagt voor de underdogs, de verstotenen, de ontheemden. Zo geeft de Poolse kunstenaar Artur Zmijevski in zijn film Glimpse (2017) een inkijkje in het leven van vluchtelingen in de jungle van Calais en de straten van Parijs. In het donker van de nacht laat hij ze poseren en draait hij ze naar het licht van zijn camera. Zo geeft hij de sans-papiers een gezicht.

Een andere filmmaker, Yervant Gianikian, verdiepte zich in het vluchtverhaal van zijn vader, een van de weinige overlevenden van de Armeense genocide in 1915. In de 75 minuten die Return to Khodorciur – Armenian Diary (1986) duurt, leest de stokoude man één voor één de losse velletjes van zijn handgeschreven dagboek voor. Zijn stijl is feitelijk, maar de details zijn te gruwelijk om te bevatten. Ze werden voortgejaagd over hoge bergpassen, vertelt de oude man. Ze hadden dorst, maar drinken mochten ze niet. Jonge meisjes werden weggevoerd en kwamen niet meer terug. Langs de oevers van de Eufraat lagen ontelbaar veel lichamen.

Idealistische jaren zestig en zeventig

Dit is zonder twijfel de meest politieke en activistische tentoonstelling uit de geschiedenis van de Documenta. Steeds zijn er referenties naar de idealistische jaren zestig en zeventig, naar de communes van de hippies in Californië bijvoorbeeld, of naar de revolutie van Che Guevara. Op de gevel van de Atheense kunstacademie schilderde Aboriginal-kunstenaar Gordon Hookey een metershoge gebalde vuist, een regenboog en de kreet ‘Solidarity’. Op het Avdi-plein in het centrum van de stad bouwde de Kroatische kunstenaar Sanja Ivekovic haar Monument to Revolution, een podium van baksteen tegen een felrode muur. Uit de luidsprekers klinkt een collectieve speech van antifascistische actiegroepen uit heel de wereld.

Gordon Hookey, Solidarity, 2017.
Foto Stathis Mamalakis
Monument to Revolution
Links: Gordon Hookey, Solidarity, 2017. Rechts: Sanja Iveković, Monument to Revolution, 2017.
Links: Stathis Mamalakis, rechts: Yiannis Hadjiaslanis

De vraag is wat de Grieken meekrijgen van een tentoonstelling als deze. De uitleg bij de kunstwerken is vaak summier. Veel werken hebben een hoog theoretisch gehalte, maar duiding wordt er nauwelijks geboden. Dat maakt deze Documenta behoorlijk hoogdrempelig, hoe graag de curatoren ook willen dat de lokale bevolking participeert in hun „exercitie in democratie”. Zeker, de Documenta leeft onder de inwoners van Athene. Maar voor de gewone Griek, die nog altijd gebukt gaat onder de zware economische sancties die Europa hem heeft opgelegd, zal een toegangskaartje van 22 euro een flinke investering zijn.

Op het Kotzia-plein, pal tegenover het stadhuis van Athene, lijkt het idealisme in ieder geval te werken. Daar heeft de 81-jarige Pakistaanse kunstenaar Rasheed Araeen een traditionele Pakistaanse partytent neergezet waar hij mensen uitnodigt om samen te eten en te reflecteren op een betere toekomst. Zestig maaltijden per dag serveert hij, volgens het principe: wie het eerste komt, wie het eerste maalt. Al na een paar dagen is het kunstproject ontdekt door de daklozen en de vluchtelingen van Athene. Iedere dag zit het terras vol, en mixen kunsttypes met linnen Documenta-tasjes met de ontheemden. Het is een druppel op de gloeiende plaat in een miljoenenstad als Athene, maar het is een begin.

Documenta 14. T/m 16 juli in Athene en 10 juni t/m 17 sept in Kassel. Inl: documenta.de