Opkomst van De Mol kan concurrentie juist aanwakkeren

Krijgt Nederland zijn eigen Berlusconi? De eerste reacties op John de Mols verwerving van het volledige eigendom over de Nederlandse zenders van SBS (SBS6, Net5, Veronica en SBS9) suggereren de vorming van een nieuw Nederlands ‘media-imperium’. Al vorig jaar stapte de Mols investeringsmaatschappij in een joint venture met de Telegraaf Mediagroep (TMG). Daarin zitten radiozenders als Sky Radio en Radio Veronica, als toevoeging aan de stations die De Mol al had. Ook werkt hij met TMG samen op het gebied van onlinetelevisie.

Zo moet een onderneming ontstaan die zijn inhoud over verschillende ‘platforms’ verspreidt en combineert. Wat deels ontbreekt zijn gedrukte media. Talpa bood op TMG, uitgever van De Telegraaf, maar moest toezien hoe de Vlaamse uitgever Mediahuis (eigenaar van NRC) en grootaandeelhouder Van Puijenbroek 60 procent van de aandelen naar zich toetrokken. Toch is Talpa blijven bijkopen, en het aandeel in TMG nadert de 30 procent.

De waslijst aan aankopen en plannen van De Mol suggereert een grootschaligheid die er in wezen niet is. Radio en televisie worden gedomineerd door publieke zenders. RTL is bij televisie de tweede partij, SBS slechts de derde. Print is grotendeels verdeeld, en internet is versnipperd.

Wat De Mol doet, is ondernemen. De strategie om inhoud te spreiden over verschillende platforms zal in de praktijk lastig worden. Maar De Mol heeft bewezen successen achter zich, die de basis vormen van zijn kapitaal.

Om concentratie als gevolg van De Mols strategie hoeft vooralsnog niemand te vrezen. Het leidt af van de werkelijke machtsvorming in het moderne medialandschap. Dat betreft de Amerikaanse internetgiganten als Google, Facebook en Apple. Die hebben in hun eigen afgescheiden en onontkoombare markten een zodanig dominante positie verworven dat zij in staat zijn 80 procent van de advertentie-euro’s af te romen. Deze vorm van rent-seeking berokkent de sector en de consument veel meer schade dan de vorming van een nieuw Nederlands mediaconcern.

De Mol ziet in de huidige verstoring van de advertentiemarkt kennelijk een kans. Of dat succesvol uitpakt valt te bezien, maar de poging moet worden toegejuicht. Mediamacht kan allang niet meer worden beoordeeld op basis van de marktaandelen in radio, televisie, internet of print. In plaats van een bedreiging te worden voor de concurrentie, introduceert De Mol hopelijk juist nieuwe competitie. En daar wordt uiteindelijk iedereen beter van.