‘Languiole’ niet exclusief

Na meer dan twaalf jaar bakkeleien is het pleit beslecht: de Franse fabrikant Forge de Languiole mag het gebruik van de woordmerk LANGUIOLE in Europa opeisen voor een hele reeks artikelen, van tafelgerei tot nagelknippers en kurkentrekkers, maar niet voor producten en diensten die het bedrijf nog nooit heeft gemaakt of geleverd. Daarvoor kan Gilbert Szajner uit Saint-Maur-des-Fossés de merknaam probleemloos blijven gebruiken.

Szajner vroeg begin deze eeuw bescherming van het woordmerk LANGUIOLE aan bij het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO). Die registratie werd begin 2005 verleend, tot grote ergernis van de bekende messenmaker uit de gelijknamige Zuid-Franse gemeente. Forge de Languiole vreesde grote verwarring en vocht de registratie aan. Aanvankelijk met succes, want EUIPO trok de registratie van Szajner in (behalve voor telecomdiensten). Maar tegen die inperking tekende Szajner op zijn beurt beroep aan bij het Gerecht van de EU. Dat stelde hem eind 2014 gedeeltelijk in het gelijk, wat weer tegen het zere been van Forge de Laguiole en EUIPO was. Vorige week faalde echter hun hoger beroep bij het Hof van Justitie van de EU: Szajner houdt het merkrecht op LANGUIOLE, behalve voor bestek en aanverwante ijzerwaren.

www.curia.europa.eu: ECLI:EU:C:2017:265