Koersen houden gaat ze beter af dan zelf fietsen

Wielrennen

Aan koersen geen gebrek in Limburg. Mede dankzij overheidssteun presenteert de provincie zich als wielerwalhalla. „Nog nergens ter wereld streek het WK zes keer neer.”

Te weinig wielrenners

Behalve het verslag van een wielerwedstrijd is de tv-reportage van de Amstel Goldrace van komende zondag een grandioze reclamespot voor Zuid-Limburg. Camera’s op de motor en in de helikopter laten behalve de renners ook het Heuvelland zien: stadjes en dorpen, kastelen, weides, bossen, bergjes en boomgaarden in bloesemtooi.

Onderzoek uit eerdere jaren wijst uit dat in Nederland en elders zondag in totaal zo’n zeven à acht miljoen uur naar dit soort feeërieke tv-beelden wordt gekeken. Het meest recente onderzoek naar de economische effecten van de Amstel Goldrace (2011) concludeert dat alleen al rond het koersweekeinde voor ruim 27 miljoen euro extra wordt omgezet, dankzij bezoekers van buiten de provincie. De horeca is de grootste winnaar. Daarbij is de opbrengst van al die bezoekers die zich in de rest van het jaar op de fiets, te voet of per auto naar de Cauberg, Eyserbosweg en omgeving komen niet eens meegerekend.

‘Dé wielerprovincie van Nederland’

In het eerste weekend van juni volgt een nieuw WorldTour-evenement: de Hammer Series, een nieuwe driedaagse wedstrijd bestaande uit een sprintetappe, een tijdrit en een klimkoers. Limburg afficheert zich graag als dé wielerprovincie van Nederland. In de beleidsplannen van het gouvernement in Maastricht behoren één WK en één Touretappe per tien jaar tot de doelen. „Zolang hier heuvels liggen, zal hier veel worden gefietst”, zegt sportgedeputeerde Ger Koopmans (CDA). Alleen al de afgelopen tien jaar investeerde de provincie zo’n vijftien miljoen euro. „Breedtesport, topsport, evenementen, het hele pakket. Als ik zie wat elders wordt gestopt in het binnenhalen van etappes van één grote ronde, kan ik zo’n bedrag heel goed uitleggen.”

Volgens historicus Manuel Stoffers, die aan de Universiteit Maastricht onderzoek doet naar de sociaal-culturele betekenis van de fiets en het fietsen, zit het organiseren van grote wielerevenementen „vooral in het DNA van de Limburgse beleidsmakers. Er is geen regio in de wereld waar het WK wielrennen al zes keer neerstreek. Bestuurders zien er een mooi uithangbord voor hun provincie in. Limburg zet zich met fietsevenementen ook op de kaart bij de wielertoeristen”.

Het fietsgebruik door de Limburgers zelf blijft echter structureel achter bij het landelijk gemiddelde. Volgens Stoffers heeft dat niet per se te maken met de aanwezigheid van lastige heuvels. Een verband met een cultureel bepaalde gemakzucht of ‘Bourgondische mentaliteit’ is ook nooit aangetoond. „Waarschijnlijk heeft het te maken met onvoldoende beleid om fietsen te stimuleren in het verleden, bijvoorbeeld door aanleg van fietspaden. In de tijd van de mijnen droegen de goede inkomens ook bij aan een sneller overschakelen naar gemotoriseerde vervoersmiddelen.”

Het profpeloton in Limburg in 2015. Komende zondag wordt in de provincie de 52ste editie van de klassieker de Amstel Goldrace gereden. Foto Bas Czerwinski/ANP

Maar: geen Limburgse winnaar

Het aantal wielrenners met prestatie-ambitie ligt echter laag; 339 coureurs hadden vorig jaar een licentie bij wielerbond KNWU. Om echt aanspraak te kunnen maken op de titel van dé wielerprovincie zouden dat er minstens drie keer zoveel moeten zijn.

Sinds Jan Nolten (ritwinnaar in de Tour van 1952 en ’53) heeft Limburg weinig grote wielrenners voortgebracht. Ze komen vaak niet uit het dichtst bevolkte Zuid-Limburg met de beroemde hellingen, maar uit het vlakke Noord- en Midden-Limburg. Hofleverancier zijn de dorpen Ysselsteyn (Peter Winnen, Mike Teunissen) en Haelen (Frans Maassen, Bart Brentjens, Roy Curvers).

De succesvolste Limburgers van de huidige generatie ontbreken zondag in de Amstel Goldrace. Wout Poels herstelt van een blessure. Zelfs een poging om volgende week zondag voor de tweede achtereenvolgende keer Luik-Bastenaken-Luik te winnen zit er voor hem nog niet in. Voor Tom Dumoulin past de Goldrace niet in zijn voorbereiding op de Ronde van Italië (5-28 mei). Hij traint deze week in de Spaanse Sierra Nevada.

Zonder die twee is de kans op een Limburgse winnaar zondag in etappeplaats Vilt zo goed als nul. Volgens Dumoulin heeft de provincie de smalle basis ook een beetje aan zichzelf te wijten. Bij zijn verkiezing tot Limburgs renner van 2016 eind vorig jaar zei hij dat Limburg wat betreft landschap zich met recht de wielerprovincie van Nederland mag noemen, maar dat de clubcultuur nog veel te wensen overlaat. Dumoulin uitte kritiek op de matige samenwerking tussen verenigingen en de gebrekkige begeleiding van talenten. Hij en de andere profs legden weliswaar de basis bij de clubs, maar op de weg naar de top moesten ze veel zelf uitzoeken. „Daar zitten nu drie supergoeie wielertalenten op de bank”, zei Dumoulin in een interview met de regionale zender L1, wijzend op drie genomineerde beloftes. „Dat hadden er ook tien kunnen zijn.”

Juist om het langs elkaar heen werken te voorkomen heeft de provincie vanaf 2007 twee wielerplannen gemaakt. Volgens sportgedeputeerde Koopmans heeft dat bijvoorbeeld gezorgd voor een verdere toename van het wielertoerisme en samenwerking tussen gemeenten bij het binnenhalen van grote evenementen. De komende jaren moet ook de wielersport in Limburg profijt gaan krijgen van de structurele steun. „Bij mijn aantreden liep veel te veel via het provinciehuis. We hebben de verantwoordelijkheid nu meer bij de sport zelf gelegd.”

Veel loopt via de uitvoeringsorganisatie Limburg Cycling. Milan van Wersch, die daar manager is, was blij met de opmerkingen van Dumoulin eind vorig jaar. „Als iemand van zijn statuur zoiets zegt, maakt dat meer indruk.”

Toevallig of niet, de laatste tijd lijkt de samenwerking tussen de Limburgse wielerclubs te groeien. Dertien wedstrijden in de provincie hebben de krachten gebundeld en vallen vanaf dit jaar onder de Limburg Cycling Jeugd Cup, beslissend voor het provinciale kampioenschap. „De vier trainingswedstrijden voor het seizoen vinden voortaan elk jaar bij een van de vier Limburgse verenigingen plaats. De jeugd gaat gezamenlijk op kamp. We werken aan één ploeg met Limburgse beloftes.”

Trainingsbaan in de maak

Veel van de inspanningen zijn bedoeld om jongeren te werven en vast te houden. „Het is alleen al door het benodigde materiaal een sport met een behoorlijke drempel”, vertelt Van Wersch. „De tijdsinvestering is bovendien groot. Meedoen aan een wedstrijd, inclusief heen- en terugrijden, kost al snel een groot deel van een dag. Zeker als de hormonen beginnen op te spelen en baantjes en uitgaan in beeld komen, is het zaak om het fietsen aantrekkelijk te maken en te houden.”

Wat tot nu toe niet hielp, was dat in Limburg een ‘beschermde wieleromgeving’ voor trainingen ontbrak. Al die mogelijke fietsroutes en hellingen in het buitengebied zijn prachtig, maar niet of minder bruikbaar in de winter en in het donker. Tot nu toe waren ook de allerjongsten aangewezen op oefenen op een industrieterrein. Inmiddels zijn er banen in Venlo, Panningen en Haelen. Bij de Sportzone Sittard opent in juni een 3,2 kilometer lange trainingsbaan met een aangelegde heuvel met steil klimmetje en zelfs een kasseienstrook. Behalve regionale renners gaan ook USA Cycling en Sunweb, de ploeg van Dumoulin er hun rondjes draaien.

Sportgedeputeerde Koopmans is ervan overtuigd dat dit gaat leiden tot meer Limburgse wielrenners. „Hartstikke belangrijk voor Limburg. Je staat versteld hoe vaak ik in het buitenland mensen tref die de streek kennen dankzij het fietsen.”