Kabinet worstelt met hoog bezoek uit Eritrea

Dictatuur

De jongerenafdeling van Eritrea’s enige toegestane partij houdt in Nederland een congres. De tweede man van het land komt ook.

Yemane Gebreab bij een bezoek aan de VN in Genève, vorig jaar. Foto Salvatore di Nolfi/EPA

De tweede man van Eritrea wordt niet door hoge ambtenaren ontvangen als hij naar Nederland komt. Zijn bezoek zal worden behandeld als een privéaangelegenheid. Dat heeft het kabinet dinsdag laten weten.

Eerder die dag werd bekend dat Yemane Gebreab van plan is op korte termijn naar Nederland te komen om Eritrees-Nederlandse jongeren toe te spreken op een jongerencongres. Het kabinet vindt „het bezoek van de heer Gebreab dan ook ongemakkelijk, omdat een hoge Eritrese ambtenaar Eritreeërs gaat toespreken die hun land hebben verlaten.”

Het congres is van de jongerenafdeling van Eritrea’s enige toegestane politieke partij, de PFDJ. Yemane Gebreab is oprichter van de PFDJ en adviseur van Isaias Afewerki, die sinds 1991 president is van Eritrea en een schrikbewind voert. De Nederlandse regering is bezorgd over de mensenrechten in Eritrea. Asielzoekers uit dit land, de afgelopen jaren de grootste groep na de Syriërs, krijgen veelal een verblijfsvergunning. Er wonen zo’n 20.000 geregistreerde Eritreeërs in Nederland. Daarnaast wacht nog een aantal in centra op een verblijfsvergunning. Circa 400.000 Eritreeërs, bijna 10 procent van de bevolking, verblijven inmiddels buiten Eritrea.

Lees ook een profiel van Yemane Gebreab: Diplomaat namens een omstreden regime

Propaganda

De Tilburgse hoogleraar internationale betrekkingen Mirjam van Reisen doet al jaren onderzoek naar Eritrea en Eritreeërs. Zij snapt de voorzichtigheid van het kabinet goed. Het is volgens haar vooral de tweede generatie vluchtelingen die gevoelig is voor de propaganda uit Eritrea en eventueel naar zo’n congres zou gaan. „Zij hebben de dictatuur niet zelf ondervonden, ze hebben de oneindige dienstplicht niet zelf hoeven ondergaan en ze kennen geen verhalen uit de eerste hand over martelingen in de gevangenissen.”

De druk op de Eritreeërs in het buitenland om loyaal te zijn aan het regime of die loyaliteit te veinzen, is groot, zegt Van Reisen. „Als je je uitlaat tegen het regime, loop je kans dat je familieleden in Eritrea worden gestraft. Ze worden gevangengezet of anderszins tegengewerkt.” Eritreeërs in Nederland kunnen ook worden dwarsgezeten. Dat kan volgens Van Reisen op talrijke manieren: „Documenten die nodig zijn voor familiehereniging worden niet verstrekt; diploma’s die worden opgevraagd om in Nederland verder te studeren zijn onvindbaar; het wordt onmogelijk geld te sturen naar familie in Eritrea.” Eritreeërs in Nederland zouden ook onder druk worden gezet om geld over te maken naar het regime.

Het congres zou tussen 13 en 17 april plaatshebben in Nederland, maar het is nog onduidelijk in welke plaats dat zou zijn. Gebreab heeft al een visum voor de Schengen-zone.

Kubrom Dafla Hosabay, voormalig onderminister van Financiën van Eritrea en nu woonachtig in Nederland, vindt de conferentie alarmerend. Hij roept op zijn Facebookpagina Eritrese Nederlanders op aangifte te doen tegen de PFDJ omdat die een gevaar vormt voor de persoonlijke veiligheid van de Eritreeërs in Nederland. Aanhangers van de PFDJ zouden Eritrese Nederlanders onder druk zetten voor de conferentie te betalen, schrijft hij.