Column

Je problemen ‘omdenken’, helpt dat?

Er zijn heel veel kantoorclichés. Worden we daar nou beter van, vraagt zich wekelijks af.

Vroeger probeerde je een probleem op je werk op te lossen – en dat lukte dan of niet – tegenwoordig zijn er cursussen waarin je kan leren ‘omdenken’ en „denken in oplossingen” zodat je problemen niet meer als problemen ziet, maar als ‘uitdagingen’ en ‘bedoelingen’.

Op een site las ik dat „zodra je alleen al denkt in oplossingen in plaats van problemen, je al halverwege bent” en dat „positief denken het probleem kleiner maakt”. Er zijn inmiddels al omdenkagenda’s, omdenkscheurkalenders en hele volksstammen van ‘friskijkers’, ‘omdenkers’ en ‘dwarskijkers’. Het zijn van die mensen die vier weken in een lekkende tent in Normandië met vier kinderen die allemaal in hun broek geplast hebben nog „een ervaring” noemen waar ze „sterker uit zijn gekomen”.

Op je werk betekent ‘positief denken’ dat je een mislukking „een kans” noemt, je vloekende collega „een authentieke gast” en jeukwoorden „woorden die een
uitdagende prikkeling veroorzaken”.

Als je geen problemen benoemt, heb je ook geen oplossingen nodig

Laatst vroeg een omdenker me of ik liever deel was van de oplossing, of van het probleem. Ik zei liever van het probleem, want dan wordt het tenminste opgelost. Ik zei ook dat als je geen problemen benoemt, je ook geen oplossingen nodig hebt; dat homeopathie ook vaak oplossingen biedt – maar ja – dat oplossingen soms ook weer naar problemen leiden en of je niet beter eerst de put kan dempen voor je er weer kalveren overheen laat lopen – maar dat was niet de bedoeling.

Ik vind omdenkers wegkijkers. Waarom zou je problemen mijden? Woody Allen denkt ook altijd in problemen. En Jerry Seinfeld. Of wat dacht je van Newton. Als hij een positieve denker was geweest dan had hij gedacht: wat heerlijk dat die appels vanzelf naar beneden vallen en had hij nooit de zwaartekracht ontdekt.

Een vriendin van me wil omdenkers altijd slaan. Omdat ze je de kans ontnemen om gewoon even lekker ergens over te zeiken. Wat is er ook mis met een potje nadenken over problemen? Ik krijg daar juist heel veel energie van.

Natuurlijk heb ik het wel een tijdje geprobeerd, positief denken. Maar daar ben ik snel weer mee opgehouden. Want ik deed de hele dag niks meer omdat ik dacht dat alles vanzelf wel weer goed kwam.

Het hielp ook niks. Want dan dacht ik positief over ziekte, liefdesverdriet of dat ik al jaren op de verkeerde plek op mijn werk zat, maar dan veranderde er niks. Ik wist ook nooit wanneer ik moest ophouden met denken en weer aan het werk moest gaan.

Maar ik werd er bovenal heel filosofisch van. En dan wist ik niet precies hoe váák ik dingen moest omdenken. En dan dacht ik niet alleen elk probleem tot een uitdaging, maar ook weer elke uitdaging tot een probleem – en op een gegeven moment kwam ik in een perpetuum mobile van mindfucks terecht.

Maar het allergrootste probleem van omdenken is dat het niet meer is dan dat: denken. Je kan nog zoveel positief denken, als je niet handelt, schiet je er nog niets mee op. Daarom los ik problemen liever op.

En als dat niet lukt dan klaag ik er liever over, dan mezelf voor de gek te houden.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked