Hoe je geld kunt verdienen met restjes

Duurzaamheid

In de ‘circulaire’ broedplaats BlueCity, ooit Tropicana, zitten bedrijven die recyclen. „Ondernemers die niks met duurzaamheid hebben wijzen we af.”

Wouter Veer: „Om de wereld te verbeteren, moet je voor impact zorgen. Dat is niet schattig, dat is keihard zakelijk.” Foto Simon Trel

Het voormalig subtropisch zwemparadijs Tropicana aan de Maasboulevard in Rotterdam stond al drie jaar leeg, toen twee ondernemers er in 2013 RotterZwam begonnen: oesterzwammen gekweekt op koffiedik van lokale horeca. In 2015 dreigde de eigenaar van het pand failliet te gaan. De paddestoelenkwekers besloten daarop een groep ondernemers bij elkaar te brengen, om van het pand een broedplaats voor bedrijven die werken volgens de ideeën van een ‘circulaire economie’ te maken, ook wel de blue economy.

Die term komt van Gunter Pauli, schrijver en voormalig eigenaar van het Vlaamse bedrijf Ecover, dat biologisch afbreekbare schoonmaakmiddelen produceert. Hij beschrijft een economisch model waarin afvalstromen op elkaar zijn aangesloten in een kringloop, net zoals in de natuur. Nu worden producten vaak vernietigd in plaats van hergebruikt.

Foto Simon Trel

Investeerder Wouter Veer werd door de kwekers bij het plan betrokken. Inmiddels is hij financieel directeur van BlueCity – een circulaire broedplaats waar op dit moment 15 bedrijven een ruimte huren. Veer: „We hebben eerst de gemeente ervan moeten overtuigen dat sloop en nieuwbouw geen goed idee was. Wij zijn hier bezig een belangrijk deel van de milieudoelstellingen te halen, dat hielp. Uiteindelijk heb ik het pand op een veiling voor 1,7 miljoen euro gekocht.”

Vorige week werden de kantoren in BlueCity officieel geopend, gebouwd met 90 procent gerecycled materiaal. Maar de herontwikkeling van het gigantische complex (12.000 vierkante meter) is nog lang niet klaar, zegt Veer, terwijl hij naar het voormalig golfslagbad wijst: „Hier komt een ruimte voor congressen en evenementen.” Veel van de overige ruimte wordt gebruikt als bedrijfsruimte: „We willen hier vooral bedrijven die dingen maken of doen, niet alleen maar mensen die achter hun Macbook zitten.” Zo is er een algenkweker, een bierbrouwer en zijn er ondernemers die leer van fruitafval maken. Grondstoffen worden onderling zoveel mogelijk uitgewisseld: de algenkweker gebruikt CO2 dat bij de oesterzwammenk en bierbrouwer vandaan komt.

Foto Simon Trel

Pionieren

Volgens Veer is ondernemerschap de sleutel naar een duurzame samenleving. „Onze grondstoffen raken zo langzamerhand op, maar ondertussen wordt er nog veel te veel nagedacht, gepraat en geadviseerd. Gaat het om duurzaamheid, dan wordt er te weinig gedaan. Die daadkracht vind je vaak wel bij ondernemers.”

Volgens Veer is er daarnaast nog veel mis met de beeldvorming rondom circulair ondernemen: „Mensen vinden het vooral schattig.” De klassieke gedachte is: óf je doet iets goeds, óf je verdient geld. Veer: „Geld verdienen is niet ons primaire doel, maar wel noodzakelijk als we de wereld willen verbeteren. Om iets te kunnen veranderen, moet je voor veel impact zorgen. Dat is niet schattig, dat is keihard zakelijk.”

Volgens Veer is het voordeel van de circulaire economie dat bedrijven met meerdere businesscases werken. Zo experimenteert RotterZwam met het omzetten van koffiedrab in bioplastic en kan van het residu dat bierbrouwers Vet&Lazy overhouden weer brood worden gemaakt. Brouwer Okke van Beuge (34): „Door met oud brood te werken besparen we zo’n 25 procent van de graankosten. We verdienen geld terwijl we problemen aanpakken.” Bovendien is het marketingtechnisch interessant: „We merken dat consumenten vaker letten op het verhaal achter een onderneming.”

Het pionieren is voor Van Beuge een extra motivatie. BroodNodig, een bedrijf dat oplossingen zoekt voor broodafval, kreeg van drie andere brouwers ‘nee’ op hun verzoek. „Toen ik dat hoorde, zei ik juist meteen ‘ja’.”

Foto Simon Trel

Een betere wereld

Aletta Martens (28) werkt bij Better Future Factory – een bureau dat apparaten ontwerpt die waarde aan afval toekennen, bijvoorbeeld door van festivalbekers filament (‘inkt’ voor 3D-printers) te maken. Een van de voordelen van BlueCity is volgens haar dat er volop geëxperimenteerd kan worden. „Hier kunnen gewoon schimmels in de kelder worden gekweekt, terwijl je normaal al snel tegen wet- en regelgeving aanloopt.” Wel is het een uitdaging hergebruik aansprekend te presenteren, zegt ze. „Wij proberen er met onze apparaten een beleving van te maken.” Dat doen ze bijvoorbeeld door op festivals met een 3D-printer ter plekke sleutelhangers van afval maken. „De boodschap wordt dan tastbaar.”

Ook financieel directeur Veer ziet bewustwording en educatie als belangrijke functie van BlueCity. „Daarom zitten we ook midden in de stad en niet ergens in een havengebied.” Om als bedrijf te mogen huren in BlueCity moet je daarom echt iets bijdragen: „Ofwel aan het ecosysteem, ofwel aan het concept. We hebben al veel bedrijven afgewezen omdat ze niks met duurzaamheid hadden.” De pas opgeleverde kantoorvleugel zou met gemak voor de hoofdprijs aan een advocatenkantoor verhuurd kunnen worden. Veer: „Maar dat is niet het doel.”

In 2019 moet BlueCity financieel duurzaam zijn: het moet dan met positieve cijfers op eigen benen kunnen staan. Het pand moet tegen die tijd ruimte bieden aan vijftig bedrijven. Wanneer Veer zijn investering wil terugverdienen weet hij niet. „Ik investeer in iets met gegarandeerd maatschappelijk rendement, namelijk een betere wereld. Dat zouden meer mensen die de mogelijkheid daartoe hebben moeten doen.”