Arnon Grunberg: Het naaktmodel kijkt terug en ziet alles

Naaktportret

Samen met kunstenaar Jeroen Hermkens maakt Arnon Grunberg een serie naaktportretten.

Tekening Jeroen Hermkens

Op 27 oktober 2013 ontving ik een e-mail van de schilder en tekenaar Jeroen Hermkens. Ik kende zijn werk van Hollands Maandblad, hij tekende weleens voor dat tijdschrift, ik schreef er zo nu en dan voor. ‘De meeste grafiek die ik maak zijn litho’s en houtsneden die in een lijst aan de muur terechtkomen. Af en toe kan ik de verleiding niet weerstaan prenten te combineren met tekst’, schreef Hermkens. ‘De laatste combinatie was met Komrij. Drie jaar geleden reisden we naar het landgoed van D’Annunzio aan het Gardameer.’

Hermkens wilde nu een uitgave maken met naakten en, zo schreef hij, ‘bij naakten dacht ik meteen aan jou’.

Tekening Jeroen Hermkens

Ik ontmoette Hermkens – degene die bij naakten meteen aan mij dacht, wilde ik wel eens van nabij zien – en vertelde hem dat ‘gewoon’ een tekst aanleveren bij enkele naakten mij niet zo interesseerde, maar ik wilde er wel bij zijn als hij die naakten schilderde. Misschien kon ik het model interviewen terwijl hij aan het werk was. Al pratend kwamen we op het idee dit in verschillende landen en op verschillende continenten te doen. Het model als reisgids, als bemiddelaar tussen de vreemdeling en het land van herkomst van het model. Was er niet een overeenkomst tussen de blik van de schilder die naar het model tuurde en die van de toerist die naar de attractie staarde? De oorlogscorrespondent, die de oorlog bekeek, mocht hier evenmin ontbreken.

Het verschil was natuurlijk dat de oorlog niet was opgezet opdat de correspondent erover kon berichten, al zullen sommige filosofen hier allicht anders over denken. En ook veel toeristische attracties, zeg de Via Dolorosa in Jeruzalem, de kerken in Italië, de loopgraven bij Ieper, hadden ooit een andere functie dan het behagen van toeristen. Het model daarentegen was speciaal ingehuurd – doorgaans stond er een kleine geldelijke beloning tegenover – om zich neer te vleien voor de schilder of beeldhouwer.

Er was nog iets wat ik wilde weten. Ook schrijvers hadden modellen, zij het dat ik nog nooit had gevraagd of iemand voor mij model wilde zitten. Waarom ook? Ik kwam modellen tegen in de werkelijkheid en ‘stal’, zoals ik dat ooit noemde, ‘uit hun monden’. Wat was het verschil tussen de verhouding model-schrijver en model-schilder?

Tekening Jeroen Hermkens

Tot slot had ik een problematische verhouding met naaktheid, vooral mijn eigen, en dat hoewel ik mij niet overdreven preuts vind. Als kind moest ik samen met mijn moeder naar de kinderarts, dokter Israëls. De kinderen moesten in hun onderbroek in de wachtkamer wachten en dit bezorgde mij zoveel stress dat ik uit angst en wanhoop de vrouw van Israëls, die als doktersassistente fungeerde, uitschold voor ‘heks’. De naaktheid, zelfs met onderbroek aan, beroofde me van al mijn zekerheid. Elk halfjaar weer smeekte mijn moeder me of ik de doktersassistente alsjeblieft niet voor ‘heks’ wilde uitschelden en elk halfjaar gebeurde het toch weer. De angst was te groot.

Toen wij op de middelbare school verplicht moesten douchen na het gymmen, vergat ik steevast mijn handdoek. Het was niet zozeer dat ik me schaamde voor mijn geslachtsdelen, als wel de naaktheid an sich, die me aan de dood deed denken.

Tijdens mijn embedded zijn bij soldaten – het moet me nu maar eens van het hart – vond ik aanvankelijk het gezamenlijk douchen enger dan de raketaanvallen van de Talibaan.

In een erotische context, dat wil zeggen in de nabijheid van een seksuele partner, durfde ik me wel uit te kleden. Maar zodra naaktheid ontdaan was van die connotatie betekende naaktheid nog maar één ding: de absolute kwetsbaarheid, de dood.

Het heeft lang geduurd voor ik mij hier overheen kon zetten; achteraf moet ik zeggen dat het gezamenlijk douchen met militairen buitengewoon therapeutisch is geweest. Misschien was het de opmerking van die officier die zei: „Doe je wel je slippers aan voor je in de douche stapt, anders ga je in andermans sperma staan.” Ik besefte dat naaktheid in aanwezigheid van anderen nog iets anders was dan de dood en dat ik ook andersmans sperma niet bovenmatig hoefde te vrezen. Daar in de douches van Kandahar Air Field begreep ik dat de kans dat andermans sperma of de dood zou toeslaan betrekkelijk gering was. Het was net als met die raketjes van de Talibaan, ze werden afgevuurd, maar ze raakten je bijna nooit.

Tekening Jeroen Hermkens

Het model ligt op tafel

Het duurde tot dit voorjaar voordat het plan van Hermkens en mij werkelijkheid werd. Er waren andere, urgentere projecten, boeken die geschreven moesten worden; de psychiatrie hield me bezig.

Maar op een dinsdagochtend in maart sta ik voor het atelier van Hermkens in een aangename buurt van Utrecht. Hij ontvangt me met de woorden: „Je bent laat, het model ligt al op tafel.”

Deze woorden doen me denken aan mijn eerste bezoek aan het slachthuis, waarover ik afgelopen zomer schreef. Slachter Bob ontving me toen met de woorden: „We zijn al een tijdje bezig, hoor. De eerste koeien zijn al geslacht.”

Het model blijkt inderdaad op tafel te liggen. Zowel het vlees van de koe of het varken als het vlees van de mens bezorgt ons esthetisch genoegen. Wel ruikt het iets aangenamer in het atelier van de schilder dan in het slachthuis.

Het model trekt een ochtendjas aan en komt op een bank dicht naast me zitten om nog even over de gang van zaken te spreken. Ze is het gewend bekeken te worden door de schilder, maar niet door de schrijver. Dat ze zo onaangenaam dicht naast me zit, vat ik op als subtiele wraak: door haar te bekijken betreed ik haar persoonlijke ruimte, nu betreedt zij de mijne.

We spreken af dat ik alles mag vragen en dat het haar vrij staat te zwijgen als ze daar behoefte aan heeft. Een beetje zoals bij een verhoor.

Aangezien het model ligt en ik schuin achter haar op een stoel zit, doet het geheel ook denken aan psychotherapeutische sessie.

Maya (ik heb haar naam op haar verzoek gewijzigd) is 29, ze heeft verscheidene studies achter de rug, waaronder politicologie. Haar vader is Palestijns en atheïst, haar moeder protestants en Nederlands. De familie van haar vader heeft haar moeder geaccepteerd, maar de familie van haar moeder heeft haar vader nooit omarmd. Ze heeft op verscheidene plekken in de wereld gewoond, waaronder Koeweit. Maar haar jeugd heeft ze voor een belangrijk deel doorgebracht in een christelijk vissersdorpje in Nederland.

Denkend aan dokter Israëls begin ik bij de angst. „Natuurlijk is het de eerste keer eng”, zegt Maya. „Je bent bang dat je wordt uitgelachen, dat ze je vies vinden.”

Ze vertelt dat ze een keer voor een groep zeventienjarigen stond en ze merkte hoe opgewonden de zeventienjarigen werden. Daarna spreekt ze verder over de mannelijke blik en ik besef dat het wat ouderwets aandoet, twee geklede mannen die naar een naakte vrouw kijken en die dat kijken ‘werk’ noemen.

„Waarom trekken jullie je kleren niet uit?”, vraagt het model.

Hermkens zegt dat hij dat wel wil doen, maar er gebeurt niets.

Tekening Jeroen Hermkens

We spreken over projectie; de schilder moet kunnen projecteren op het model wat hij daarop wenst te projecteren.

Na de lunch wordt de schrijver naaktmodel. Er zit niets anders op, de al te patriarchale situatie moet worden doorbroken. Ik ga naakt naast Maya zitten en liggen. Met mijn benen wijd, zoals zij ook met haar benen wijd heeft gelegen.

Hermkens tekent. De schilder houdt zijn kleren aan, want naakt is in zijn geval niet functioneel.

Even leg ik mijn hoofd op de schoot van het model. Het mag van haar. Ik bedoel het niet erotisch, het heeft met mevrouw Israëls te maken. De doktersassistente hoeft dit keer niet voor ‘heks’ te worden uitgescholden. We spelen het leven na.

Een kortstondig moment bestaat er een enorme vertrouwdheid en solidariteit tussen het model en mij, althans zo voelt het. De geklede man kijkt naar ons, naakte mensen. Maar het model kijkt terug, zoveel weet ik nu. Het ziet alles en op een dag zal het spreken en schrijven.

Maya doet tussendoor even wat yoga-oefeningen. „Ik ben moe”, zegt ze.

Ik blijf naakt op de tafel liggen en denk aan de varkens en de koeien in het slachthuis. Het is stukken beter om naaktmodel te zijn dan varken in het abattoir.

Aan van het eind van de sessie heb ik de neiging tegen de schilder te zeggen wat Jezus tegen zijn volgelingen zei: „Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem.” Maar ik houd mijn mond.

Een halfuur later gaat Maya op de fiets naar huis, mijn taxi is er ook al. Maya zwaait nog even. Hermkens staat in de deuropening en zwaait ook.

Iedereen heeft zijn kleren aan.