Recensie

Een ruime portie denkvoer over het dagelijks eten

Rosanne Hertzberger haalt haar lezers het bloed onder de nagels vandaan met haar boek ‘Ode aan de E-nummers’, maar haar denkvoer is de ergernis waard.

Rosanne Hertzberger haalt haar lezers het bloed onder de nagels vandaan. Zonder uitzondering. Of u nu een ‘kruidenvrouwtje’ (of -mannetje) bent en verklaard tegenstander van E-nummers. Of het gezeul met etenswaren over de halve wereld niks vindt. Of een warm voorstander van het verstandig gebruik van kunstmest bent. Of liever in een biologische supermarkt winkelt dan bij reguliere grootgrutters. Iedereen treft ergens in dit boek een zin of alinea aan waarvan de haren direct recht overeind gaan staan.

Over de biologische supermarkt: „Je hebt er geen karretjes, maar mandjes, alles is er kleinschalig, je kunt er kiezen uit één van de honderd tomaten die de lokale kleinschalige boer vorige week geoogst heeft…” Come on, Hertzberger, in welke eeuw leef je?

Je denkt: grrrr, daar heb je haar weer. Die rechtse columnist die iedere zaterdag bij NRC meningen verkondigt die mij doen denken aan de VVD’er in mijn dorp die het nieuwe gemeentezwembad wilde tegenhouden met het argument: „Wil je zwemmen? Dan bouw je toch een zwembad in je tuin?”

In Ode aan de E-nummers is Hertzberger iets genuanceerder. Neem het hoofdstuk ‘Kleurtjes’. Dat gaat over het rijtje stoffen met een E-nummer waarmee voedselfabrikanten hun snoep, soep en toetjes aantrekkelijke kleurtjes geven. Om de verkoop op te krikken. Hertzberger illustreert mooi, met de geschiedenis van de M&M’s (chocola met een felgekleurd suikerlaagje eromheen), hoe hopeloos veel onderzoek er al naar die kleurtjes is gedaan. Zij vindt dat alle stoffen met E-nummers al zo vaak zijn onderzocht dat het nu wel eens kan ophouden.

Lees ook het interview met Rosanne Hertzberger: ‘E-nummers zijn geen vergif’

Ze verzwijgt dat er ook gerede twijfels zijn, zoals nu weer over de (poly)fosfaten die schadelijk kunnen zijn voor nierpatiënten en misschien bijdragen aan hart- en vaatziekten. De Europese voedselwaakhond EFSA is een onderzoek begonnen naar die E-nummers E338 tot E453.

De nuance in dat hoofdstuk zit in de staart. Niet de stofjes met E-nummers zijn de grote ziektemakers in het industriële eten, vindt Hertzberger, maar suiker, vet en zout. Ze vindt dat daar de overheid moet ingrijpen: „De beste manier is accijns heffen. Er is uiteindelijk niets zo ontmoedigend als een hoge prijs. Eerst maar eens beginnen met een belasting op suikerdrankjes.”

Hertzbergers boek is veel meer dan de titel zegt. Het is ook een eerbetoon aan de fletse magnetronmaaltijd, aan gezond diepvrieseten en aan smakeloos fabrieksbrood. Hertzberger eet dat allemaal om tijd te sparen en omdat ze industrieel voedsel duurzaam vindt. Nou, prima, als ze op die manier de tienmiljardste wereldburger een plaatsje wil gunnen en de wereld wil redden moet ze dat beslist doen. Ik eet in april liever kraakverse raapsteeltjes die mijn biosuper betrekt van de bioboer een paar kilometer verderop.

Alles bij elkaar: lees dit boek voor een ruime portie denkvoer over het dagelijks eten en een kleine portie ergernis. Het is inhoudelijk en pamflettistisch, half het werk van een rechtse columnist, half van een wetenschapsjournalist – een unieke mix.