Column

Gebrek aan empathie helpt de forensisch patholoog

Zap

NPO 2 zendt portretten uit van mensen die een uitzonderlijk talent hebben, gekoppeld aan autisme. De succesverhalen op tv hebben ook een nadeel.

Forensisch patholoog Frank van de Goot in 'Talent: Autisme'. Hij behandelt ook dieren die mogelijk slachtoffer zijn van een misdrijf.

Vroeger had je Dustin Hoffman als Rain Man, nu heb je de film Life, Animated, over een autistische jongen die door Disneyfiguren uit zijn afzondering wordt gehaald. En natuurlijk Julia, de autistische Sesamstraatpop. Autisme is in de mode. NPO 2 zendt deze week vijf korte portretten uit van autisten, in het kader van de Autismeweek. (Die was overigens vorige week).

Uitgangspunt van de serie Talent: Autisme is dat autisten een uitzonderlijk talent kunnen hebben, dat gekoppeld is aan hun aandoening. Sommigen hebben een hang-up: een fanatiek uitgevoerde hobby waarvoor alles moet wijken. Zo had Ariën van Oord (maandag op tv) een fascinatie voor scherpe voorwerpen. Nu is hij een gevierde scharensliep met klanten in de hele wereld. Later deze week volgen nog een goochelaar, een volleyballer en een vrouwelijke striptekenaar met één miljoen volgers op Instagram.

Maar de meest tot de verbeelding sprekende is de forensisch patholoog Frank van de Goot. Net als de andere vier stelt hij dat hij zo goed is in zijn werk, niet ondanks, maar dankzij zijn aandoening. Extreem gedreven en geconcentreerd snijdt hij in lijken, net zo lang tot hij de doodsoorzaak heeft achterhaald. Hij kan geen half werk verrichten. Wat ook helpt, is dat hij geen gevoelens heeft bij de gedode mensen, of met de misdaad die tot hun dood leidde: „Mijn extreme focus en gebrek aan empathie zorgen ervoor dat ik de dood op een professionele en klinische manier kan benaderen.”

Dit citaat staat vreemd genoeg wel op de website, maar zit niet in het tv-portret. Deze wel: „Als iemand 149 messteken heeft, is de 148ste ook nog steeds buitengewoon interessant.” Dit soort uitspraken, gortdroog gebracht, maken Van de Goot geknipt voor tv. Hij had zijn eigen programma Doden liegen niet, maar hij zou ook een personage in een politie- of horrorserie kunnen zijn. Wat daarbij helpt is zijn verschijning: een gorilla-achtig loopje, lange grijze vegen in zijn haar en parmantige, gothic kleding.

Opvallend is dat alle vijf geportretteerden zeggen dat ze niet van hun autisme af zouden willen. Dit terwijl ze een vreselijke jeugd hebben gehad. Ze werden zwaar gepest op school en waren allang opgegeven door de leraren. De vijf werden uitgesloten en kregen doorlopend te horen dat ze niets konden. Tekenaar Laura Brouwer (vrijdag op tv) werd als kind uit huis geplaatst. Volleyballer Joep Tiernego (donderdag) stelt dat hij zo snoeihard de bal kan slaan omdat hij als kind de treiteraars van zich af moest slaan.

Ondanks grote tegenslag toch iets bereikt: het stereotype feelgood-verhaal. Het positieve van deze verhalen is dat ze ruimte en respect vragen voor de mensen die vreemd doen, die anders zijn. De boodschap: met wat passen en meten kan een autist prima zijn draai vinden in de samenleving. Het nadeel is dat deze succesverhalen de romantische kijk op autisme versterken. Voor de pakweg 190.000 Nederlanders met een autistische stoornis, en voor hun ouders, is het leven doorgaans gewoon heel zwaar.

Waarom is autisme in de mode? Dat heeft te maken met dat romantische beeld. Een stoornis waardoor je uitblinkt in één ding; dat vinden we mooi. Daarbij helpt de opkomst van de nerd. Nerds hebben vaak autistische trekjes. Dankzij Steve Jobs en zijn collega’s in Sillicon Valley is de nerd geen lelijke sukkel meer, maar iemand die tech-miljonair wordt en de wereld verbaast met zijn uitvindingen. Zo werd de autistische nerd de bèta-versie van de krankzinnige kunstenaar.

Wilfred Takken vervangt deze weken Hans Beerekamp.