Recensie

Eindelijk een Zuid-Afrikaanse Mandela

Jean van de Velde maakte een sterk, op feiten gebaseerd rechtbankdrama over de strijd tegen apartheid. Met Peter Paul Muller als intrigerende held.

Verrassend onherkenbaar: Peter Paul Muller als Bram Fischer.

Een onbekend verhaal met een bekende afloop. Zo kun je het beste de historische rechtbankfilm omschrijven die Jean van de Velde (Wit licht, Hoe duur was de suiker) maakte over de witte Zuid-Afrikaanse burgerrechtenadvocaat Bram Fischer tijdens het Rivonia-proces in 1963. Daarbij stonden leden van het verboden ANC, onder wie Nelson Mandela, terecht voor het beramen van een gewelddadige opstand tegen het apartheidsregime. Onder de destijds heersende wetten hadden ze ter dood veroordeeld moeten worden. Maar dat liep anders.

Anders dan de titel doet vermoeden is Bram Fischer geen regelrechte biopic over deze intrigerende man: hoe komt een lid van een gegoede Afrikaner familie, deken van de orde van advocaten, ertoe om ‘de andere kant’ te kiezen? Van de Velde licht net voldoende tipjes van de sluier op om je tevreden te stellen, maar focust zich verder op het proces en Fischers rol daarin. Het is een gewaagde onderneming, omdat hij zowel historische accuratesse nastreefde – en met Sello Motloung voor het eerst een Zuid-Afrikaanse acteur als Mandela castte – als een spannende film wilde maken. In beide is hij goed geslaagd. De plot ontrolt zich als een ware rechtbankthriller. Maar aangezien de afloop bekend is, heeft Van de Velde een andere troef achter de hand en dat is zijn hoofdpersoon zelf, gespeeld door een verrassend onherkenbare Peter Paul Muller.

Verder staat alles in dienst van het verhaal, zelfs de onopvallende, maar lichtjes uit het lood geslagen cameraperspectieven die het gevoel van onderhuidse paranoia en onrechtvaardigheid versterken. De film is bescheiden, net als Van de Velde op zijn beste momenten als filmmaker. Binnen een gecompliceerd verhaal weet hij zo ruimte te creëren voor Fischers aan Hermann Hesses Siddharta ontleende pacifistische en humanistische credo: „Water is sterker dan steen.”