Cultuur

Interview

Interview

Foto Matthias Willi

Een slavenlied over de duivel, hoe zou dat klinken?

Onder de naam Zeal & Ardor maakt de Zwitserse muzikant Manuel Gagneux (28) een mix van metal, slavenliederen en delta blues. ‘The devil is fine!’

Het debuut van Zeal & Ardor begint met een warme, donkere stem die een typisch Noord-Amerikaans slavenlied inzet. „Little one gotta heed my warning!” Kloenk - inclusief het harde gekletter van kettingen, of een pikhouweel op steen. Het is een ritmisch en drijvend gezang, gemaakt om hard, gedwongen werk draaglijk te houden. Alsof je meeluistert bij een katoenveld of een steengroeve. Maar dan valt de tekst op: „Kloenk - The devil is kind… he come in early morning! - kloenk - The devil is fine!

De duivel is goed? Afro-Amerikaanse slavenliederen waren toch veelal christelijk? Soms zaten er verborgen aanwijzingen voor elkaar in, of zat er kritiek in verscholen op hardvochtige slavendrijvers. Maar erg positief over de duivel waren dat soort liederen in elk geval niet. Nee dan die van Zeal & Ardor, waarin een meester pas goed is als-ie duister is, of waarin het bloed van heiligen de rivier rood zal kleuren. En als die teksten niet opvallen, komt het besef wel als vlijmscherpe, gierende gitaren en ijselijke krijszang de plechtige stemming aan stukken trekken.

De video voor Devil is Fine van Zeal & Ardor:

Zeal & Ardor is het breed uitwaaierende soloproject van Manuel Gagneux (28). De Zwitser - aanstekelijke lach, constant een sigaret tussen zijn vingers - doet niets liever dan schijnbaar onverenigbare genres in elkaar laten grijpen. Hij maakt een legering van slavenliederen, metal, delta blues, een beetje hiphop, en af en toe elektronica, en hij zingt alles zelf.

Vanuit de bar waar hij werkt in een voormalig kraakpand in zijn thuisstad Basel, Zwitserland, de plek waar hij veel van zijn muziek bedenkt, vertelt Gagneux via Skype hoe zijn project totaal onverwacht is opgeblazen. „Ik dacht dat er hooguit een paar vrienden naar zouden luisteren. Echt niet meer.”

Foto Matthias Willi

Het liep anders. Het Nederlandse label Reflections Records pikte zijn werk op en bracht het in kleine oplage op vinyl uit. Daar kreeg de in metalkringen invloedrijke journalist Kim Kelly lucht van. Nadat zij over hem twitterde, werd er tot in Rolling Stone aan toe over Zeal & Ardor geschreven, en vrijwel overal jubelend. „Hoe ik daar op reageerde? Niet, geloof ik.” Gagneux denkt even na. „Alle aandacht is uiteraard erg leuk, maar uiteindelijk wil ik gewoon muziek maken. En dat ben ik dus maar gaan doen.”

Zijn album werd afgelopen februari opnieuw internationaal uitgebracht door het Britse label MVKA, dat onder anderen Caro Emerald uitbrengt, en nu is hij geboekt in half Europa, onder meer op Roadburn in Tilburg en Best Kept Secret in Hilvarenbeek. Voor een groot festival in Polen staat hij op de poster samen met Marilyn Manson. Bij het noemen van de naam van die Amerikaanse rocker schiet Gagneux in de lach. Waarom? „Gewoon, ik weet het niet man. Het is gewoon bizar, ik had zoiets totaal niet verwacht.”

Saxofoonles

Gagneux is de zoon van een Zwitserse vader, die per toeval werd geboren in de Verenigde Staten, en een moeder uit North-Carolina. Hij werkt in de farmacie, zij is muzieklerares. Toen Gagneux opgroeide, stond thuis altijd Cubaanse muziek, salsa, en jazz aan. „Ik haatte die muziek. Ze stuurden me zelfs op saxofoonles, vreselijk. Volgens mij is het belangrijk om als tiener juist niet te luisteren naar de muziek van je ouders. Ik trok daarom naar punk en heavy metal. Toen ik dertien was, raakte ik verslingerd aan meer experimentele muziek. Aphex Twin, Frank Zappa, King Crimson, dat werk. Ik liep gewoon platenwinkels in en albums met een toffe hoes kocht ik.”

Als tiener speelde hij in bandjes. Black metal naar model van de klassieke bands uit Noorwegen, en later in experimentele metalbands. „We rookten wiet, dronken veel en maakten heel slechte muziek. Later ben ik meer pop gaan maken, bijvoorbeeld in Birdmask, een project dat ik sinds 2009 doe. Ook daarmee probeer ik altijd al genres te combineren, maar dan wat radiovriendelijker dan met Zeal & Ardor.”

Gagneux houdt van uitdagingen. Hij woonde drie jaar in New York, waar hij speciaal naartoe was gegaan om een betere muzikant te worden. Zijn theorie was: wat je ook doet, in New York is altijd iemand die het beter kan. Dus je moet wel heel goed zijn om daar op te vallen. Zeal & Ardor bedacht hij daar met hulp van het beruchte online forum 4Chan, een populaire plek voor onder meer de hackers van Anonymous. „Ik deed op die site een oefening om mezelf uit te dagen en bezig te houden. Ik vroeg er telkens om twee genres, en maakte daar dan binnen een half uur een liedje van. Vaak met vreselijk resultaat, maar het was leuk om te doen. Op een dag zei iemand ‘black metal’ en iemand anders zei ‘nigger music’ en dat bracht ik bij elkaar.”

Pardon?

Gagneux, witte vader, zwarte moeder, flinke afro op z’n hoofd, haalt z’n schouders op. „Ik was niet beledigd. Dat is gewoon hoe ze praten op 4Chan en daar moet je je niet te druk om maken, of daar niet heengaan. Ik nam simpelweg de uitdaging aan om twee uiteenlopende genres te combineren.”

Devil is Fine, het debuut van Zeal & Ardor, op Spotify:

Hij luisterde naar opnames van Alan Lomax, de beroemde etnomusicoloog, die duizenden liederen vastlegde. Ook die van slaven en gevangenen, de muziek waar Gagneux zich door liet inspireren. „Het is zulke eenvoudige muziek, maar emotioneel verlichtend. En daar zag ik de overeenkomst met black metal, die catharsis. Allebei de genres zijn zeer beladen, en niet erg subtiel. Black metal is zwaar omdat het agressief en complex is, een soort muzikaal filigrain. In de andere stijlen voel je de emotie, je wilt er als vanzelf bij meeklappen. En er was nog een overeenkomst: beide groepen hebben op gegeven moment het christendom opgelegd gekregen. Het leek me interessant om te fantaseren over wat de slaven hadden gezongen als ze zich destijds tegen het christendom hadden gekeerd, in plaats van de assimilatie die plaatsvond. Een beetje zoals de Noren zich in de jaren negentig afzetten tegen het christendom met hun satanische black metal. Vandaar die duivelse teksten.”

Spirituals

Voor zijn aankomende, allereerste tournee heeft Gagneux bandleden aangetrokken en nieuw materiaal klaarliggen. Een van die nieuwe nummers is online te horen: ‘Don’t You Dare’, een track waarin de metal en de spirituals wat meer van elkaar gescheiden zijn en allebei daarom meer aandacht krijgen. „Een deel van waar we nu mee bezig zijn, bestaat inderdaad uit gedestilleerde elementen van waar ik mee begon met Zeal & Ardor. Het gezang is puurder, de metal is meer puur. Dat is deel van de evolutie van het project, maar ik heb stapels nieuw materiaal en daar moet ik flink in filteren. Waar het precies heengaat? No fucking idea! Dat is het leuke eraan.”

Don’t You Dare, het nieuwe nummer, live gespeeld bij het Zwitserse radiostation Couleur 3:

Zijn succes kwam zo plotseling, misschien komt al die aandacht wel te snel en had hij meer ervaring moeten opdoen voor hij de grote festivals aandoet. Is hij er wel klaar voor? „Eerlijk gezegd weet ik het niet. Ik moet er gewoon niet te veel over nadenken, anders loop ik vast. Natuurlijk is het te snel. Het slaat nergens op. Op Roadburn staan we tussen idolen van mij, Baroness, Coven… Het is belachelijk hoeveel vertrouwen boekers en promotors in ons hebben terwijl ze ons nooit hebben zien spelen.”

Hij steekt nog een sigaret op en denkt even na. „Ik probeer me gewoon op de shows te concentreren en nergens anders aan te denken. Zolang ik online niet naar ‘bestkeptsecret dot en el’ ga, komt het wel goed, want daar zie ik elke keer twee andere namen: Radiohead en Arcade Fire.” Lachend: „Ik schijt in m’n broek man!”

Zeal & Ardor speelt op festival Roadburn, vrijdag 21 april in Tilburg. Inl: roadburn.com. En op Best Kept Secret, zondag 18 juni. Inl: bestkeptsecret.nl.