Een handige tandarts in de steentijd

13.000 jaar geleden werden bij een IJstijd-mens twee tanden uitgehold en daarna gevuld met teer.

Zes fossiele tanden uit Italië, 13.000 jaar oud. De middelste twee, de hoektanden, bleken uitgeboord en gevuld met teer. Foto Am. Journal of Physical Anthropology

Al in de Steentijd werden gaatjes uitgeboord en gevuld. In Italië hebben antropologen twee fossiele voortanden gevonden van 13.000 jaar oud die zijn uitgehold met een stenen of benen werktuig. Daarna zijn de gaten gevuld met teer. De teren vullingen zijn de oudste sporen van een tandheelkundige ingreep, schreven Italiaanse antropologen eind maart in het tijdschrift Physical Anthropology.

Tot nu toe dachten antropologen dat de tandheelkunde begon toen landbouw van de grond kwam, in het Neolithicum. De eerste landbouwers hadden notoir slechte gebitten. Hun op graan gebaseerde dieet bevatte meer suikers dan dat van jagers-verzamelaars. In Pakistan, Denemarken en Slovenië zijn geboorde tanden uit de landbouwtijd gevonden. De Sloveense hoektand was gevuld met bijenwas.

Oudste krassen

Maar de Italiaanse voortanden tonen dat ook prehistorische jagers-verzamelaars zich al aan tandheelkunde waagden. Het was al bekend dat jagers-verzamelaars hun tanden verzorgden door te stoken met grassprieten. De oudste krassen van zulke tandenstokers zijn 1,8 miljoen jaar oud.

De antropologen kennen maar één andere jagertand die met werktuigen is bewerkt. Dat is een 14.000 jaar oude verstandskies met schraapsporen erop, die in 2015 door dezelfde groep onderzoekers is beschreven. Maar in dit geval bleef het bij schrapen, waarschijnlijk omdat de kies te ver in de mond lag om het gat goed schoon te maken en te vullen.

De twee gevulde tanden zijn in de jaren 90 gevonden in het noorden van Toscane, in de buurt van Lucca. Het gaat om twee voortanden van 13.000 jaar oud uit de bovenkaak van dezelfde persoon.

De twee gevulde hoektanden in een wetenschappelijk schema. Met rood is rechts aangegeven waar pekresten zijn gevonden. Illustratie Am. Journal of Physical Anthropology

Stenen of benen werktuig

Horizontale krassen in de tandholte vormen het bewijs dat er in de tand geboord is met een stenen of benen werktuig. Nadat de steentijdtandarts het tandbederf had verwijderd, vulde hij of zij de tandholtes en wortelkanalen met bitumen.

De krassen zijn subtiel. Dat kan betekenen dat de krassen na verloop van tijd gesleten, en dat de eigenaar een lange tijd met vullingen heeft rondgelopen. Misschien zijn de gaten zelfs opnieuw gevuld.

Teer is een logisch vulmiddel. Het goedje was bekend bij jagers-verzamelaars als kleefmiddel. Het werd bijvoorbeeld gebruikt om pijlpunten aan de pijlschacht te bevestigen.

De Italianen vonden ook resten van haren en plantenvezels in het overgebleven teer, maar hebben daar geen goede verklaring voor. Misschien plakten de haren en stukjes plant toevallig aan het teer toen het in de gaten gesmeerd werd. Maar de onderzoekers kunnen niet uitsluiten dat ze gebruikt zijn vanwege hun medicinale werking. Moderne jagers-verzamelaars gebruiken soms ook planten om tandpijn, cariës en ontstoken tandvlees tegen te gaan. De Italianen reppen overigens met geen woord over de pijn die patiënt moet hebben gevoeld tijdens de ‘operatie’.