Diplomaat namens een omstreden regime

Yemane Gebreab

Den Haag zag hem niet graag komen, maar kon hem evenmin uit Nederland weren. De Eritrese politicus Yemane Gebreab vertegenwoordigt een dictatoriaal regime.

Yemane Gebreab in juni vorig jaar. Foto Salvatore di Nolfi / EPA

Yemane Gebreab, de Eritrese topdiplomaat over wiens bezoek aan Nederland beroering is ontstaan, reist regelmatig naar Europa en de VS om de belangen van het repressieve regime in Asmara te behartigen. Hij woont bijeenkomsten bij van Eritreeërs in diaspora om de Eritrese onafhankelijkheidsdag te vieren en moedigt Eritrese jongeren in den vreemde aan hun vaderlandsliefde te betuigen en te strijden tegen ‘vijanden’ van Eritrea. Hij heeft ook ontmoetingen met regeringsvertegenwoordigers, zoals vorig jaar in Berlijn op Buitenlandse Zaken en op Ontwikkelingssamenwerking, en met parlementariërs.

Gebreab, geboren in 1954 in Mekele (in het huidige Ethiopië), behoort tot de oude garde van vrijheidsstrijders die Eritrea al leidt sinds het land in 1993 formeel onafhankelijk werd van Ethiopië. Als hoofd politieke zaken en presidentieel adviseur staat hij op de tweede plek in de hiërarchie, na president Isaias Afewerki die alle staatsmacht in zich verenigt en in de loop der jaren keihard heeft afgerekend met tegenstanders.

In zeker zin is Gebreab een bruggenbouwer: hij is medeoprichter van de YPFDJ, de jeugdafdeling van de People’s Front for Democracy and Justice, de regerende en enige toegestaan politieke partij in Eritrea. De uit de bevrijdingsbeweging voortgekomen PFDJ werd in 1994 opgericht, gemodelleerd naar marxistische principes en met zelfredzaamheid hoog in het vaandel. De YPFDJ, met haar wijde vertakkingen in het buitenland, is bedoeld om de jongere generaties te mobiliseren en aan het regime te binden.

Wees loyaal aan Eritrea

Gebreab doet dat door de – veelal uit Eritrea gevluchte – jongeren in hun nieuwe gastland toe te spreken, en hen op het hart te drukken dat hun loyaliteit in de eerste plaats in Eritrea zelf moet liggen. Critici beschouwen de YPFDJ als een strak georganiseerde mantelorganisatie die verklikkers inzet om de Eritrese gemeenschap in diaspora in de gaten te houden en – zo nodig – te intimideren. Daarnaast is er ophef over de zogeheten ‘wederopbouwbelasting’ van 2 procent die Eritreeërs onder dwang moeten afdragen.

Gebreab, die vloeiend Engels en Arabisch spreekt, heeft ook een diplomatiek gezicht. Daarbij wijkt hij overigens niet af van de lijn dat Eritrea nog steeds in zijn voorbestaan wordt bedreigd door aartsvijand Ethiopië; reden om vast te houden aan de dienstplicht voor onbepaalde tijd. Die ‘Ethiopië-kaart’ trok hij twee jaar geleden in Genève om zich te verdedigen tegen een onderzoeksrapport van de VN waarin Eritrea wordt beschuldigd van grootschalige schending van mensenrechten, zoals martelen en opsluiten van dissidenten. Tegelijkertijd gingen Eritrese jongeren uit verschillende Europese landen in Genève de straat op om luidruchtig te protesteren tegen de bevindingen van de VN-onderzoekers.

Zonder succes is het diplomatieke offensief van Gebreab in Europa niet. Nog steeds trekken veel jongeren weg uit Eritrea om via gevaarlijke omwegen toegang tot Europa te krijgen. Gebreab zegt dat deze jongeren geen politieke vluchtelingen zijn, maar dat ze op zoek zijn naar een beter economische bestaan, aangetrokken door het feit dat de meesten al snel asiel krijgen. Volgens critici verdient het regime zo dubbel aan de vluchtelingen: eerst door smeergeld om ze het land uit te smokken en vervolgens door incasso van de diasporabelasting.

Voor de Europese Unie zijn die observaties geen beletsel de betrekkingen aan te halen. Vorig jaar januari besloot Brussel tot hervatting van de meerjarige ontwikkelingssamenwerking met Eritrea, eerder door het regime in Asmara zelf verbroken. Brussel trekt de komende jaren 200 miljoen euro uit voor investeringen in projecten voor duurzame stroom en, nota bene, stimulering van good governance: deugdelijk bestuur. De achterliggende gedachte: als het Eritrea economisch beter gaat, komen de jongeren niet meer naar Europa.