Column

De waarheid over Pim Fortuyn

Als me één ding is opgevallen toen ik voor de verkiezingen door het land trok, dan wel de ongebroken populariteit van Pim Fortuyn. Overal waar maar een sprankje populisme te vinden was, smolt men bij het horen van die naam. Duizend keer liever dan Wilders of Baudet. Alle niet uitgekomen verwachtingen werden op Fortuyn geprojecteerd.

Fortuyn leeft zozeer dat het ook nog steeds de moeite waard is te redetwisten over zijn ideeën.

Fortuyn leeft zozeer dat het ook nog steeds de moeite waard is te redetwisten over zijn ideeën. Zoals filosoof Maxim Februari en antropoloog Jos de Mul de afgelopen dagen deden in NRC. Ze twisten over de vraag of Fortuyn artikel 1 van de Grondwet wilde afschaffen. Hij leek dat te suggereren in een interview met de Volkskrant waarin hij pleitte „voor afschaffen van dat rare Grondwetsartikel: gij zult niet discrimineren. Prachtig. Maar als dat betekent dat mensen geen discriminerende opmerkingen meer mogen maken, en die maak je in dit land nogal snel, dan zeg ik: dit is niet goed.”

De antropoloog beweert dat Fortuyn hiermee in Nederland een burgeroorlog uitriep. De filosoof ontkent dat Fortuyn artikel 1 ooit echt heeft willen afschaffen, en dat hij de Grondwet en het Wetboek van strafrecht door elkaar haalde. „Het gaat erom dat je ook over tegenstanders de waarheid moet schrijven”, zegt Maxim Februari. Helemaal waar. Als hij over Fortuyn spreekt, is De Mul niet erg precies. Hij schrijft burgeroorlog als hij politieke discussie bedoelt.

Met Fortuyn moet je voorzichtig zijn. Voordat je zijn gedachtengoed omarmt of verkettert, pas op: het is vloeibaar. In zijn eerste ‘programma’ voor Leefbaar Nederland schreef hij: „Iedereen mag alles zeggen zonder inmenging van justitie. Zolang maar niet wordt opgeroepen dan wel aangezet tot geweld.”

Twee maanden later sprak hij in het Rotterdams Dagblad voor het eerst over afschaffing van artikel 1 van de Grondwet. Toen hem in maart 2002 gevraagd werd naar het artikel, bleek hij het niet meer te willen afschaffen. „Ik constateer met buitengewoon veel genoegen dat het debat eindelijk is opengebroken.” Dat was kennelijk voldoende. In april zei hij in de Gay Krant: „Ik sta discriminatie nadrukkelijk niet toe.”

Is dat gedachtengoed, of zijn het invallen? Zijn vriend Albert de Booij vertelde me eens: „Als je tegen Pim zei: ‘Wat fijn dat we na de oorlog zo’n man als Drees hebben gehad’, dan antwoordde hij: ‘Drees is een ramp voor het land geweest!’ Zei ik: ‘Wat een ramp dat we Drees hadden’, dan antwoordde hij: ‘Drees was een zegen voor het land!’ Dus zei ik maar: ‘Wat vind jij nou van die Drees, Pim?’”

Het is moeilijk om over Pim Fortuyn de waarheid te schrijven.

Jutta Chorus (Twitter @juttachorus) schrijft heeft wisselcolumn.