Commentaar

De kinderhulpdienst had helemaal geen gevaar mogen lopen

De kindertelefoon

Sinds 1979 biedt de Kindertelefoon aan jeugd van 8 tot 18 jaar eerste hulp bij kinderellende, van liefdesverdriet tot pesten, van een strenge doch niet rechtvaardige leerkracht tot seksueel misbruik. Wat begon met een telefoonnummer (inmiddels luidt dat 0800-0432) is uitgegroeid tot een begrip. Met een website vol informatie en de mogelijkheid tot contact met lotgenoten. En nog altijd is de Kindertelefoon organisatorisch simpel en krachtig van concept. Niets staat het kind dat wil bellen of chatten in de weg. Contact is vertrouwelijk, anoniem en gratis. Er kan worden uitgehuild bij iemand die je serieus neemt. Die je bijstaat als je je moet verweren. Die als het nodig is de weg weet naar hulp van buitenaf. Iemand dus die werkelijk verschil maakt. Oftewel: als er nou iets is dat je elk kind in moeilijkheden gunt, dan is dat de Kindertelefoon – die begin dit jaar de mogelijkheden voor kinderen in nood uitbreidde met het Europese kinderhulpnummer 116111.

En dat is allemaal niet voor niets. Vorig jaar werd er 540.000 keer gebeld, 80.000 keer gechat en verkeerden er dagelijks rond de 8.000 kinderen op een van de discussiefora op de website. En dat voor een budget van 3,8 miljoen euro per jaar.

En nu dreigde uitgerekend de Kindertelefoon de geest te geven. Sinds 2015 is Jeugdzorg gedecentraliseerd en de Kindertelefoon was een probleem. Hoe decentraliseer je een instantie die, doordat er strikt anoniem gewerkt wordt, per definitie niet weet uit welke gemeente een hulpvraag komt? Er werd geen oplossing gezocht, er werd door ambtenaren een mouw aan gepast. Die regeling voldoet uitstekend, maar loopt per 1 januari 2018 af. Daardoor dreigde de Kindertelefoon in plaats van die ene overzichtelijke financiële afspraak te maken te krijgen met de plicht om afzonderlijke contracten te sluiten met 388 gemeenten.

Gelukkig lijken de kinderen gered die de Kindertelefoon nodig hebben. Na contact met de gemeenten verklaarde demissionair staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) dat „dit gewoon netjes en praktisch geregeld moet worden”, opdat „alle kinderen die daar behoefte aan hebben, gewoon de Kindertelefoon [kunnen] blijven bellen”.

Mooi zo. Daar mag de staatssecretaris of zijn opvolger aan gehouden worden. Maar het neemt niet weg dat deze kwestie helemaal niet had mogen spelen. De ambtenaren die het evidente recht op een aparte regeling voor zich uit schoven, moeten zich gaan schamen dat ze het zover lieten komen. Terwijl ze als de bliksem het onmiskenbare belang van de Kindertelefoon erkennen, dienen ze zonder omhaal wat krom is recht te breien.