Recensie

Artemis Quartet blijft uitblinken in Duits romantisch repertoire

Het kwartet hield het publiek van begin tot eind in een wurggreep met minutieus en gloedvol samenspel. Ieder detail leek uitgelicht.

Het Artemis Quartet Foto Nikolaj Lund

Het Artemis Quartet heeft een naam hoog te houden als het gaat om intens meeslepende interpretaties van Duits romantisch repertoire. Hun Beethovenopnames zijn geroemd. Sinds vorig jaar is Artemis echter ingrijpend veranderd: na de dood van altist Friedemann Weigle nam het kwartet pauze, pakte tweede violist Gregor Sigl de altviool op en trad de Amerikaanse Anthea Kreston toe.

In Weberns hoogromantische Langsamer Satz bleek gelukkig al snel dat Artemis het nog steeds heeft. Weberns vroege werk is doorwrochte liefdesmuziek van de latere twaalftoonsminimalist, maar Artemis waakte ervoor niet te zwelgen. Het bijna fluisterend gespeelde slotdeeltje was een klanksculptuur van eierschalen. Ook het dansante en lichtvoetige karakter van Schumanns Tweede strijkkwartet werd goed getroffen; in het kittige Scherzo spatte het spelplezier ervanaf.

De lakmoesproef was Beethoven. Artemis voerde het late Strijkkwartet nr. 13, op. 130 uit met de oorspronkelijke finale, de postuum separaat uitgegeven Große Fuge, op. 133, en zonder de substituutfinale die Beethoven daar op aandringen van het premièrepubliek voor in de plaats zette (zijn laatste voltooide werk). Het lange openingsdeel was adembenemend. Het kwartet hield het publiek van begin tot eind in een wurggreep met minutieus en gloedvol samenspel. Ieder detail leek uitgelicht, zonder dat dat geforceerd aandeed, en Beethovens brokkelige, zoekende betoog vormde een verpletterende eenheid. Opnieuw was de breekbare verstilling een hoogtepunt.

Het Presto klonk vervolgens zéér snel, en de intonatie leed helaas onder dat jachttempo. Maar het vervolg was wederom van grote klasse. De Cavatina ging vrijwel naadloos over in de Große Fuge, waarin Artemis als één organisme opereerde en zijn geweldige bandbreedte etaleerde: van efemere nootzuchtjes tot volromig vibrato en lelijk krassende hanenpoten. In Amsterdam wordt Beethoven ingeruild voor Schumanns Derde strijkkwartet – op voorhand lijkt dat een gemis.