Column

Altijd lekker: ‘Kiki Musampa’

Aan de door Rosanne Hertzberger ontketende discussie over de E-nummers in ons voedsel kan ik door een schreeuwend gebrek aan deskundigheid niets toevoegen. Wel durf ik iets te zeggen over de kant-en-klaarmaaltijden waar zij een pleitbezorger van is. Op dit gebied mag ik me een bescheiden ervaringsdeskundige noemen sinds mijn vrouw enkele jaren geleden haar enkel brak.

Dat was een ingrijpende gebeurtenis, voor haar persoonlijk, maar ook voor mij als gebruiker van haar smakelijke maaltijden. Op kookgebied ben ik een ongeëmancipeerde nietsnut; op andere gebieden misschien ook, maar daar gaat het nu niet om. Hoe moest dat verder? We ervoeren aan den lijve de kracht van het spreekwoord dat een mens niet kan leven bij brood alleen. En ook niet bij een spiegelei alleen.

Daarom begon ik de markt van de kant-en-klaarmaaltijden te verkennen. Een nieuwe wereld ging voor mij open. Op websites met verlokkelijke kleurenfoto’s van gerechten kon ik kiezen uit een procureurlapje met broccoli („heerlijk zacht lapje varkensvlees, broccoli met kaas en verse aardappelen”) voor 4,20 euro, een (h)eerlijke gehaktbal met satésaus en Mexicaanse groenten (5,40 euro), kibbeling met Parijse wortelen en sperziebonen (5,70 euro) en nog talloze andere (h)eerlijkheden. Deze „vriesverse” maaltijden werden gratis aan huis bezorgd.

De eerste keren waren we redelijk tevreden. Het had beter gekund, maar ook veel slechter. Na herhaald gebruik sloeg onze stemming om: er waren maar enkele gerechten die ons écht goed smaakten, de meeste maaltijden verorberden we met tanden die steeds langer leken te worden. De aardappeltjes smaakten naar niets, het vlees was taai, de groenten bleken weinig knapperig.

Het eten werd een vreugdeloze, plichtmatige aangelegenheid, en we waren daarom altijd blij met de uitstekende maaltijden die een schoonzoon annex keukenprins ons regelmatig kwam brengen.

Ik hoorde Rosanne Hertzberger op tv het verschijnsel ‘smaak’ relativeren, maar heus, het bestáát. Als ik de rest van mijn leven alleen maar zulke smakeloze maaltijden zou krijgen, zou ik me óf alsnog zelf op de kookkunst werpen óf mijn laatste centen aan goede restaurants spenderen.

Eten smaakt – of het smaakt niet, even afgezien van de persoonlijke voorkeuren van het individu. Ik kan het me nog herinneren van vroeger als de werkster mijn moeder moest vervangen als kokkin: er was kraak noch smaak aan, het leek of de dood in het eten was gekropen.

De kant-en-klaarmaaltijden in de supermarkten zijn de laatste jaren gelukkig beter geworden – in ieder geval beter dan de maaltijden die wij van de bezorgdienst kregen. Wij merkten dat toen we met die dienst ophielden. Toch blijven ook de maaltijden uit de supermarkt qua smaak doorgaans onder het niveau van de resultaten van een goede kok. De supermarkt biedt bovendien te weinig variatie – daar is nog een wereld te winnen.

Ik merk dat ik ook bij de supermarkt doorgaans bij dezelfde gerechten uitkom. Als ik aarzel kies ik bijvoorbeeld meestal tikka masala, een Indiaas kipgerecht – altijd lekker. Ik vergeet vaak de naam, maar heb daarvoor inmiddels een ezelsbruggetje bedacht door het ‘Kiki Musampa’ te noemen. Slechts de namen der grote drinkers leven voort, dichtte Riekus Waskowsky ooit, maar hij vergat de voetballers.