Interview

‘Zorg dat je tot je dood een newbie blijft’

Kevin Kelly (64) staat bekend om zijn optimistische kijk op de toekomst. Tijdens een kort bezoek aan Nederland geeft de techvisionair zijn beeld van de wereld in 2037. „We zeggen wel dat we van nieuwe dingen houden, maar dat is niet waar.”

Kevin Kelly: „Het is moeilijker om een wereld te bouwen voor een toekomstige generatie als je daar somber over bent.”

Een ontmoeting met de 64-jarige Kevin Kelly is een kans om af te reizen naar de wereld over twintig jaar. De medeoprichter van het invloedrijke tech-magazine Wired brengt een kort bezoek aan Nederland. Ik haal hem op van Schiphol en we hebben afgesproken dat hij met zijn beste verbeeldingskracht de wereld om ons heen zal beschrijven alsof het 2037 is.

Dat kan Kelly als geen ander. Hij geldt als een van de bekendste denkers op het gebied van technologie, en dan met name de maatschappelijke impact ervan. In zijn boeken doet hij vaak gewaagde voorspellingen. Zo voorspelde hij in Out of Control in 1994 onder meer de opkomst van gedecentraliseerde systemen en netwerk-economieën. In zijn meest recente boek, The Inevitable, neemt hij zijn lezers mee naar een volgens hem „onvermijdelijke toekomst” waarin technologie een onlosmakelijk onderdeel van ons leven is geworden. Zijn voorspellingen komen niet altijd uit, maar prikkelen de verbeelding. Hij is boegbeeld van een stroming die gelooft dat technologie ons leven beter maakt.

Lees ook de boekrecensie van The Inevitable: De ‘onvermijdelijke’ toekomst volgens Kevin Kelly

Virtual Reality

Sommige mensen zouden na een reis van meer dan twintig uur moe zijn, Kelly niet. Hij is een goede slaper en in de toekomst zal reizen alleen nog maar comfortabeler worden. Eenmaal langs de douane, steekt hij van wal. „In 2037 kom ik met een vliegtuig met alleen maar ligstoelen. Dat is tegen die tijd ook voor de middenklasse goed betaalbaar. Menselijke piloten? Niet meer nodig. Al is de menselijke component nu ook al minimaal. Van Singapore naar Amsterdam komt er maar zo’n acht minuten een piloot aan te pas.”

Een fijn idee, die ligstoelen, maar het is nog maar de vraag of we nog wel zo vaak hoeven te reizen als Virtual Reality doorbreekt. „Als dit 2037 was geweest, hadden we inderdaad niet hier in alle vroegte hoeven afspreken”, glimlacht Kelly. „Dan zouden we nu thuiszitten met onze VR-brillen op, en onze virtuele personages tegenover elkaar in een virtueel café. Die bewegen dan zó realistisch dat ons lichaam echt het gevoel heeft dat de ander in dezelfde ruimte zit. Dat maakt VR veel krachtiger dan bijvoorbeeld een Skype-gesprek.”

‘We dachten dat de telefoon verslavend was. Virtual Reality is pas écht meeslepend’

Mocht het toch nog nodig zijn om zelf het vliegtuig te nemen, dan hoef je volgens Kelly in 2037 niet meer op het vliegveld in de rij te staan met paspoort en papieren. „Ons lichaam zal fungeren als identiteitsbewijs. Via camera’s en scanners worden naast onze vingerafdrukken ook iris-, gezichts- en stemherkenning gebruikt ter identificatie.”

Het voorkomen van lange rijen op het vliegveld is een aantrekkelijk idee, maar zijn mensen wel bereid om hun biometrische gegevens af te staan? Ik had al moeite met het geven van mijn vingerafdrukken bij de aanvraag van een nieuw paspoort. „Maar je hebt het wel gedaan, toch?”, zegt Kelly. „Wat voor ergs is je daarna overkomen? De reden dat mensen moeite hebben met het afstaan van vingerafdrukken, is omdat dat tot nu toe wordt geassocieerd met criminaliteit. Als iedereen z’n vingerafdrukken bij geboorte al weggeeft, is er niks aan de hand.”

Uitgesproken optimist

In The Inevitable, noemt Kelly ‘tracking’, oftewel het idee dat we dag en nacht door allerlei systemen gevolgd zullen worden, een onvermijdelijke ontwikkeling. „Maar we kunnen wel kiezen op welke manier dat gebeurt. Als bedrijven ons volgen, moeten wij ook in staat zijn om hen in de gaten te houden. We moeten zorgen dat informatie gelijkwaardig wordt gedeeld.”

Hoe zorg je ervoor dat je eigenaar blijft van je eigen data? „Dat blijf je niet, daar geloof ik niet in”, zegt Kelly. „Jouw eigen data zijn van de gemeenschap. Neem de gegevens van mijn hartslag. Die zijn van mij, maar ook van de maker van het apparaatje dat het opneemt, van de maker van de software van dat apparaatje, van de verzekeringsmaatschappij en ga zo maar door. Iedereen die iets met die gegevens doet draagt een deel van de verantwoordelijkheid.”

Kelly staat bekend als een uitgesproken optimist. Over de schaduwkanten van technologie praat hij liever niet, of in elk geval niet lang. Dat doen anderen al genoeg, vindt hij. „Ik wil mensen aanmoedigen om een optimistische kijk op de toekomst te ontwikkelen, omdat je daardoor beter functioneert. Het is moeilijker om een wereld te bouwen voor een toekomstige generatie als je daar somber over bent.”

Toch is er volgens Kelly ook een rol voor doemdenkers. „Zij fungeren als de remmen van een auto. Essentieel bij het autorijden, maar de auto wordt voortgedreven door de motor en dat is optimisme. Uiteindelijk zijn alle dingen die we gecreëerd hebben gemaakt door mensen die positief in het leven staan.”

Leven lang leren

Volgens Kelly ondervang je de angst voor nieuwe technologie door mensen goed te onderwijzen. „Op school leerden we in de eerste plaats lezen, schrijven en rekenen. Maar de belangrijkste vaardigheid in 2037 is dat je je leven lang blijft leren. Het moeilijkste aan iets nieuws leren is het ontleren van het oude, zodat je op een frisse manier aan iets nieuws kan beginnen.”

Kellys belangrijkste tip: zorg dat je tot je dood een newbie blijft. Het maakt niet uit hoe slim je bent, of welke ingewikkelde computertaal je nu beheerst, want een paar jaar later zal weer iets totaal nieuws van je worden gevraagd.

Kelly dwingt zichzelf ook steeds weer iets onbekends aan te gaan. Zo gebruikt hij tegenwoordig Facebook en Twitter, terwijl hij naar eigen zeggen „helemaal niet zo’n spraakzaam persoon is”. Hij benadrukt dat hij daar veel moeite voor doet,omdat er ook een andere kracht is die altijd tegenwerkt: luiheid. „We zeggen wel dat we van nieuwe dingen houden, maar dat is niet waar. Het kost ons een paar jaar om goed te leren lezen. Als je echt iets nieuws wilt leren, zul je je dat op een gedisciplineerde manier eigen moeten maken.”

Tech-obsessie

Het valt op dat Kelly tijdens het gesprek geen enkele keer op zijn telefoon kijkt, of afgeleid raakt door andere verleidelijke gadgets. Is 2037 dan misschien ook de tijd dat we niet meer zo in onze telefoons worden gezogen? Onze obsessie met technologie wordt alleen maar erger, voorspelt Kelly: „We dachten dat onze telefoon verslavend was, maar Virtual Reality is pas écht meeslepend. We zullen worstelen met de hoeveelheid tijd die mensen in VR gaan doorbrengen.”

Tegelijkertijd zullen ook manieren ontstaan om sociaal en verantwoordelijk met technologie om te gaan, denkt hij. „Vooral jonge mensen zijn in eerste instantie obsessief bezig met nieuwe technologie. We zijn eerst veel tijd kwijt aan verspillen, spelen en inefficiënt zijn voor we een nieuwe balans vinden.”

Als bij het kopen van een treinkaartje de automaat tot drie keer toe Kellys bankpas niet accepteert, maken de mijmeringen over de toekomst weer plaats voor de nuchtere realiteit van 2017. „Hoe kan dat nou, die pas werkt overal ter wereld”, moppert Kelly. Hij tikt op het vastgelopen scherm waar een foutmelding knippert. Dit moet toch een domper zijn voor iemand die ervan overtuigd is dat technologie tot een betere wereld leidt. Maar het valt mee. „Als je goed onthoudt waar we vandaan komen, besef je dat dit altijd nog beter is dan hoe het ooit was”, zegt Kelly relativerend, terwijl ik, na mislukte poging vier, zijn kaartje afreken.