Vulkaan roeit pinguïnkolonie keer op keer uit

Na minstens drie vulkaanuitbarstingen keerden de ezelspinguïns terug op Ardley Island bij de zuidpool, om wéér te worden weggevaagd.

Ezelspinguïn broedt op het rotseilandje Ardley Island rond de zuidpool. Stephen Roberts.

Het zit de ezelspinguïns van Ardley Island niet mee. De pinguïnkolonie op het kleine eilandje bij de zuidpool is de afgelopen 8.500 jaar minstens drie keer uitgeroeid door vulkaanuitbarstingen. Steeds keerden de pinguïns terug en steeds werden ze weer weggevaagd door een nieuwe uitbarsting.

Die conclusie trekken zuidpoolonderzoekers van de British Antarctic Survey dinsdag in Nature Communications. Ze bestudeerden de opeenvolging van lagen pinguïnpoep (guano) en aslagen op het eiland. Veel pinguïnonderzoek richt zich op de gevolgen van krimpend zee-ijs door klimaatverandering. Maar de impact van grote rampen op pinguïnpopulaties is niet vaak onderzocht, schrijven de Britten.

Ardley Island is op zich een paradijs voor ezelspinguïns. Het eiland bevat de grootste broedpopulatie van ezelspinguïns rond de zuidpool: meer dan 5.000 broedparen, ongeveer 1,3 procent van de wereldwijde populatie.

Al die pinguïns produceren samen veel poep: jaarlijks zo’n 139 ton. Een deel van die poep spoelt een meertje op het eiland in. De Britse poolonderzoekers hebben nu de oude poeplagen op de bodem van het meer in kaart gebracht.

De onderzoekers zagen drie hiaten in de poeplagen. Die onderbrekingen hingen niet samen met schommelingen in temperatuur of zee-ijs, maar wél met drie uitbarstingen op Deception Island, 120 kilometer verderop. De drie uitbarstingen vonden zo’n 5.000, 4.300 en 3.100 jaar geleden plaats.

Deception Island is de komvormige krater (caldera) van een actieve vulkaan. De afgelopen 200 jaar is de vulkaan meer dan 20 keer uitgebarsten. Bij uitbarstingen in 1967 en 1969 werden onderzoeksstations op het eiland vernietigd. Ardley Island raakte toen met een laag as van 2 millimeter bedekt.

De drie grote vulkaanuitbarstingen van vroeger waren heviger en bedekten Ardley onder een dikke asdeken. De pinguïns, kuikens en eieren die op het eiland waren toen de as viel, waren waarschijnlijk ten dode opgeschreven. De pinguïns die op het moment van de uitbarstingen op zee foerageerden, waren waarschijnlijk de enige vogels die het overleefden.

Ook in de eeuwen daarna bleef Ardley onbewoonbaar: de as zat vol scherpe stukjes vulkanisch glas en giftige stofdeeltjes. Het duurde steeds 400 tot 800 jaar voordat de populatie zich volledig had hersteld, zagen de Britten.