Recensie

Reusachtig kunstwerk van honderdduizend gedroogde tulpenblaadjes

Jennifer Tee ontwierp voor de nieuwe metrohal bij het Centraal Station van Amsterdam enorme doeken waarin ze met honderdduizend tulpenblaadjes aanknoopt bij de traditionele Palepai, Sumatraanse doeken met beeltenissen van schepen.

'Tulip Palepai' van Jennifer Tee Foto Ernst van Deursen

Hoog bovenaan een trap in het Rijksmuseum, vlakbij tentoonstelling Goede Hoop, hangen twee reusachtige etnografische doeken. Of nee, zo zien ze er uit, maar het is hedendaagse kunst. Het zijn ontwerpen van Jennifer Tee, voor een kunstopdracht in de nieuwe metrohal bij Centraal Station Amsterdam. Daarin verenigde ze de tulp – Hollands symbool en internationaal handelsproduct - met de Palepai, traditionele Sumatraanse doeken met beeltenissen van schepen. Dat werkte ze uit door honderdduizend gedroogde tulpenblaadjes te plakken, okergeel, grijsblauw en donkerrood. Wat een monnikenwerk.

En het is een persoonlijk werk bovendien: haar vader kwam uit Indonesië per boot naar Nederland, haar moeders vader handelde in tulpen. Maar dat hoef je niet echt te weten, want Tee wilde het persoonlijke overstijgen met een universeel verhaal. Vandaar de symbolen. Palepai zijn net als tulpen meer dan lokaal: textielsymboliek zoals deze vind je wereldwijd, altijd anders, maar overal als uiting van wie mensen zijn en waar ze vandaan komen. Ze hangen in huishoudens bij bruiloften, geboortes, als ijkpunten voor rites de passage.

Maar toen ging Tee er op heel eigen wijze mee verder. Onder luchten vol kruisjes en tekentjes ontwierp ze schepen in beweging, op gestileerde golven, meanderende vormen, bijna abstract totdat gestileerde mensfiguurtjes verschijnen, als spijkerschrift of hiëroglyfen. Je herkent het als een verhaal van alle tijden en alle mensen, voorbij het hier en nu.

En dan, om eerlijk te zijn, houdt je begrip ook weer op, want het is een vreemde taal – en symboliek een code – wat de leesbaarheid juist beperkt. Dat zou best eens precies haar bedoeling kunnen zijn, gezien hoe het past in haar thematiek van de mens als rusteloze ziel die gevangen zit in onbenoemde plekken.

Onduidbare symboliek, oei, gevaarlijk. Kunst in de openbare ruimte moet inhoudelijk zijn, maar ook in één oogopslag waarneembaar. Misschien lukt dat: schepen, onderweg, met passagiers uit verschillende culturen – kijk om je heen en je ziet ze. En die rusteloze ziel op een onbenoemde plek – zo ben je in de metro ook in gedachten elders, op het werk of thuis. De echte toetssteen wordt de oplevering, gepland voor 2018.