Muziek om het leven tot stilstand te dwingen

Pianist en componist Joep Beving is een muzikaal fenomeen met tientallen miljoenen luisteraars via internet. Vrijdag verscheen zijn tweede album met peinzende pianomuziek. „Het geluk groeide naarmate ik minder noten speelde.”

Foto Rahi Rezvani

Zijn arm ligt al een uur in de middagzon, maar de haren staan overeind alsof er een koude windvlaag overheen is gestreken. De oorzaak ervan is een uitspraak, eeuwenlang toegeschreven aan kerkhervormer Maarten Luther: „Hier sta ik, en ik kan niet anders.” De zin komt bovendrijven in het gesprek over zijn verstilde pianostukken, een hit op spotify met zo’n tachtig miljoen streams. Per week leren 1,7 miljoen mensen de muziek van Joep Beving kennen. De apocriefe woorden van Luther ontroeren hem, omdat ze zowel krachtig als kwetsbaar zijn. En ze roepen herkenning op.

Reclameman Beving wilde achter de piano in de keuken zichzelf hervinden in een tijd dat het bestaan hem door de vingers glipte. Hij was overwerkt, rouwde om een gestorven vriend, en ontwaakte vaak in paniekaanvallen. „Het lichaam op tilt, het hart bonzend in mijn keel, de adem afgesneden.”

Eenvoudige schoonheid

Oorspronkelijk was hij een man van de jazz, van de muzikale acrobatiek. Maar nu probeerde hij met noten het voortrazende dagelijkse leven tot stilstand te manen. „Ik merkte dat het geluk groeide naarmate ik minder noten speelde. Mijn vingers speurden als voelsprieten naar rust, essentie en schoonheid - en dan niet de overweldigende schoonheid van de fresco’s in de Sixtijnse Kapel, maar de schoonheid in haar meest eenvoudige gedaante.”

Soms leek er iemand aan te schuiven op de pianokruk en hem de noten in te fluisteren. Dit mechanisme beschreef de Britse componist Edward Elgar, die geloofde dat muziek „in de lucht zit, overal om ons heen en je neemt gewoon zoveel als je nodig hebt”. Dat ervoer Beving ook. „Ik stelde me open voor wat er zou komen. Normaal gesproken is er altijd die kritische stem van binnen die zegt: ‘Alles is al gedaan. Waarom zou iemand hier naar willen luisteren? Ik kan het niet.’ Maar die zweeg nu. De angst was afwezig, want ik wilde in de eerste plaats verbinding maken met mezelf, en daarna pas met anderen.”

Het Paulo Coelho-gevoel

Zijn muziek is dus wat zij is, is wat Beving is. „Hier sta ik, en ik kan niet anders, geldt zeker voor mij.”

Zelden zal er in een uitverkocht Paradiso zo’n serene rust hebben geheerst als afgelopen donderdag, tijdens zijn concert. Zijn ruim twee meter lange gestalte zit ineengedoken achter een rechtopstaande piano, een ‘halfnaakte’ Schimmel, grotendeels ontdaan van zijn houten omhulsel. Het podium van twee bij twee meter staat in het midden, omringd door stoelen. En het overwegend jonge publiek luistert ademloos.

Bevings linkerhand mediteert, zijn rechterhand wandelt over de toetsen als door een landschap. „Ik kreeg een beetje een Paulo Coelho-gevoel”, zegt een bebaarde dertiger na afloop. Overpeinzende muziek beleeft glorietijden, stelt Beving vast. „Kennelijk schept het een sfeer waarin mensen even tot zichzelf kunnen komen.”

Beving houdt het voorlopig bij intieme optredens. Vorig jaar vroeg het Concertgebouw hem voor de Grote Zaal. Hij koos de kleine. „En ook dat voelde als blasfemie. Ik heb niet de pretentie om bij de klassieke muziek te horen.”