Column

Koelkast

Ellen

Soms, als ik denk dat ik een hopeloos geval ben dat nooit een betere versie van zichzelf zal worden (toch het einddoel van de mens), kijk ik even naar mijn witgoed en gaat het meteen weer stukken beter. Dat zit als volgt. Na lang sparen had ik als student eindelijk een nieuwe koelkast-met-vriesvak gekocht. Ik zette hem op de plek van de oude en durfde vervolgens een half jaar lang de stekker niet in het stopcontact te steken. Ik weet eigenlijk nog steeds niet helemaal wat me toen bezielde, maar ik was, denk ik, bang dat de koelkast me teleur zou stellen. Dat hij lawaai zou maken (terwijl uit ieder rapport bleek dat het exemplaar dat ik had aangeschaft praktisch doofstom was), of dat hij het gewoon niet zou blijken te doen, en je dan het bonnetje moest zoeken, het geval weer je kamer moest uit steekwagenen en naar de winkel moest terugkeren en dat de verkoopmanager moeilijk zou doen en dat je aan het einde van het verhaal opgescheept zat met een kapot apparaat, waardoor je vertrouwen in de techniek maar vooral in je zelfredzaamheid een behoorlijke deuk had opgelopen.

Soms denk ik dat ik indertijd mijn koelkast niet aanzette zodat ik het nooit te weten hoefde te komen als hij stuk was (ik verzin dit niet). In de praktijk was het een duur grapje want je moest groenten en fruit veel sneller weggooien, je kon brood en kliekjes niet invriezen en jonge kaas was in een halve dag veranderd in zwaarbelegen. Het ergste van alles was nog dat de beperkte houdbaarheid van mijn eten me echt niet stimuleerde om het ding aan te zetten. Dat kwam pas toen mijn koelkastangst bekend werd onder mijn vrienden (die op een gegeven moment achterdochtig werden van alle kant-en-klare maaltijdsalades die ik ze voorzette). „Je hebt dus je koelkast even in de koelkast gezet”, zei er een tijdens een feestje, toen ik maar opbiechtte dat ik het ding gewoon niet durfde aan te zetten. Iedereen barstte in lachen uit. Ja, dacht ik, het klopte, waar deed ik moeilijk over, er sterven nog steeds mensen aan lepra, het is maar een koelkast! Die avond duwde ik de stekker in het stopcontact. Een ledlampje sprong aan, er begon een zoemen dat zo zacht was dat je het alleen kon horen als je een stethoscoop op de achterkant zette. En verder gebeurde er niets, dat wil zeggen: de koelkast deed het gewoon. Doet het tien jaar later nog steeds. Dus telkens als ik ergens tegenop zie, zoals boekhouden of een verplicht diner, denk ik: rustig aan. Gewoon de stekker erin, komt helemaal goed, eens overwon je een angst, en nog steeds eet je er goed van.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.