Kabinet houdt vol: minister Kaya wegsturen was terecht

Brief over Turkije-rel

Het kabinet schrijft de Kamer dat de behandeling van de minister in orde was. De aanhouding van twee diplomaten wordt erkend.

Het kabinet is ervan „overtuigd” dat het vorige maand in Rotterdam bij het weren van de Turkse minister Kaya (Familiezaken) „heeft gehandeld in overeenstemming met het internationale recht.” Tegelijk erkent het kabinet dat op diezelfde avond twee mensen uit de „entourage” van de minister vanwege hun diplomatieke status ten onrechte zijn aangehouden.

Dit staat in een brief die de drie meest betrokken demissionaire bewindslieden, premier Mark Rutte (VVD), vicepremier en minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) en minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) maandag naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. De brief bevat hoofdzakelijk een feitenrelaas over wat er op zaterdagavond 11 maart bij het Turkse consulaat in Rotterdam is gebeurd.

De Rotterdamse politie hield op die avond twee Turkse diplomaten aan toen de Turkse minister Fatma Kaya de toegang tot het Turkse consulaat werd geweigerd.

Kaya wilde daar Turkse Nederlanders oproepen ‘ja’ te stemmen in het door president Recep Tayyip Erdogan uitgeschreven referendum, dat komende zondag in Turkije wordt gehouden. Het oppakken en vastzetten van diplomaten is omstreden, omdat zij volgens het Verdrag van Wenen uit 1961 diplomatiek onschendbaar zijn.

Het kabinet erkent dat de twee diplomaten, de tijdelijke zaakgelastigde en de consul-generaal uit Deventer, op 11 maart met twaalf andere personen uit het gevolg van minister Kaya zijn overgebracht naar het politiebureau in Rotterdam. Toen daar bleek dat twee diplomaten onderdeel waren van dit gezelschap, zijn zij direct vrijgelaten, schrijft het kabinet. Premier Rutte gaf eerder in de Tweede Kamer al toe dat de twee diplomaten in „de chaos” van de nacht mogelijk waren opgepakt. Het kabinet bevestigt in de brief dat de entourage van Kaya werd aangehouden omdat „er aanwijzingen waren dat de entourage [...] mogelijk over wapens beschikte”.

De regering is ervan overtuigd dat Nederland volgens de regels van het internationaal recht heeft gehandeld en legt de schuld van de escalatie bij Turkije. „De handelswijze van de Turkse regeringsvertegenwoordigers maakte de zoektocht naar een andere oplossing onmogelijk.”

De weigering van minister Kaya, en eerder het intrekken van de landingsrechten van het toestel van minister Mevlut Çavusoglu (Buitenlandse Zaken) leidde tot een ongekend hevige diplomatieke crisis met Turkije. Het kabinet spreekt in de brief van een „verslechtering van de bilaterale relaties met Turkije”.

Commentaar pagina 17