Euthanasiepatiënt zou vaak een geschikte orgaandonor kunnen zijn

Uit een berekening van artsen blijkt dat tien procent van de euthanasiepatiënten geschikt is als donor van transplantatieorganen, vooral nieren.

Nier-transplantatie. Foto Tareq Salahuddin / Flickr

Jaarlijks zou tien procent van de mensen die in België euthanasie ondergaan een of meer organen kunnen leveren voor transplantatie. Het betreft 204 potentieel geschikte donors die bij elkaar 684 organen zouden kunnen leveren. In Nederland zijn de aantallen waarschijnlijk vergelijkbaar. Dat schrijven Nederlandse en Belgische artsen samen met promovendus Jan Bollen van Maastricht UMC+ dinsdag in het Amerikaanse medische tijdschrift JAMA.

Laatste wens

Het gaat om mensen die, na euthanasie, als laatste wens nog organen willen doneren aan nabestaanden. Nederland en België zijn tot nu toe de enige landen ter wereld waar deze vorm van orgaandonatie is toegestaan. Canada staat op het punt zo’n systeem in te voeren.

Het gebeurt nog niet vaak: tot augustus 2016 doneerden 43 patiënten die in Nederland of België euthanasie ondergingen organen voor transplantatie. De onderzoekers berekenden op basis van de Belgische statistieken dat er onder de 2.023 patiënten die in 2015 euthanasie ondergingen 204 potentiële donoren waren. Het hart is na euthanasie niet meer geschikt voor transplantatie. Wel zouden 400 nieren, 179 longen, 75 levers en 30 alvleesklieren beschikbaar kunnen komen. Vooral nieren zijn tot op relatief hoge leeftijd nog van voldoende kwaliteit: de bovengrens voor donatie ligt bij 75 jaar. De aantallen zijn niet gering: in 2015 werden in België in totaal 260 nieren uitgenomen bij overleden donors.

Voor Nederland was die berekening niet te maken: specifieke gegevens van euthanasiepatiënten zijn hier vertrouwelijk, zegt een van de auteurs, Ernst van Heurn, aan de telefoon. Van Heurn was in Maastricht verbonden aan het project en werkt inmiddels als hoogleraar kinderchirurgie in het AMC in Amsterdam.

Wachtlijsten

Van Heurn benadrukt dat het niet primair de bedoeling is om met deze extra organen de tekorten op de wachtlijsten op te lossen. „Artsen zullen mensen die om euthanasie verzoeken niet vragen of zij misschien ook donor willen zijn. Die werelden zijn strikt gescheiden. De euthanasiearts is ook altijd een ander dan de transplantatiearts.”

De euthanasiepatiënt die donor wil worden, moet nu nog de hele euthanasie in het ziekenhuis ondergaan om orgaandonatie mogelijk te maken. Als mensen straks thuis afscheid kunnen nemen en daar slaapmiddelen krijgen om vervolgens in het ziekenhuis te sterven, zal de drempel mogelijk lager worden, denkt Van Heurn: „Dat de mogelijkheid van orgaandonatie na euthanasie bestaat, is nog niet zo bekend. Ik verwacht dat deze vorm van donatie in de komende tijd wel wat zal toenemen.”

In het JAMA-artikel rekenen de artsen voor dat euthanasiepatiënten, hoewel ze vanwege hun leeftijd en onderliggende ziekte niet de ideale donors zijn, toch een substantiële bijdrage aan een oplossing voor het tekort aan donororganen kunnen leveren. Met de 400 nieren van euthanasiepatiënten erbij zou dat aantal in theorie ruim kunnen verdubbelen.