Recensie

Horror-hit Get Out is echt eng en echt grappig

Get Out opent woensdag filmfestival Imagine Amsterdam en draait vanaf volgende week in de bioscoop. De film over zwarte angst en witte, progressieve hypocrisie komt op een perfect moment.

Catherine Keener, Bradley Whitford, Allison Williams, Betty Gabriel en Daniel Kaluuya (vlnr.) in Get Out, die zwarte angst en paranoia invoelbaar maakt.

Get Out is de Amerikaanse filmsurprise van 2017. Een horrorkomedie die dat woord waarmaakt: echt grappig, echt griezelig. Die sardonisch pulkt en peutert in gevoelige raciale verhoudingen zonder de gebruikelijke good ol’ boys of rednecks op te voeren.

Get Out, deze week te zien op het Imagine Film Festival in Amsterdam, daarna ook in de bioscoop, gaat over blank en links Amerika en over zwarte paranoia in dat ‘kleurenblinde’ gezelschap. Zo aardig en geïnteresseerd, die progressieve blanken, maar zien ze een mens voor zich of een neger? Exotica, hebbeding, seksobject? De film raakt een gevoelige snaar; Get Out, gemaakt voor het ‘microbudget’ van 5 miljoen dollar, heeft al ruim 169 miljoen in het laatje gebracht.

Regisseur Jordan Peele – bekend als komiek in de Comedy Central-serie Key & Peele – zegt dat het idee voor de film ontstond tijdens de opkomst van Obama in 2008. Peele is net als de voormalige president ‘biraciaal’, met een blanke moeder en een afwezige zwarte vader. En ook hij ontdekte dat je, tenzij je huidtint licht genoeg is om voor blank door te gaan, automatisch bij zwart Amerika hoort.

In 2008 werd ook helder dat weldenkend Amerika onder druk soms een heel ander gezicht toont. In de voorronde tegen Hillary Clinton verweet ex-president Bill Clinton, de blanke protector van zwart Amerika, Obama bitter zijn ras te exploiteren en vertelde blanke arbeiders dat „jullie soort mensen” beter op Hillary kan stemmen. Wat eraan herinnerde: hadden niet juist de Clintons in de jaren negentig paniek over zwarte ‘superpredators’ aangewakkerd en de strafverzwaringen gesteund waardoor nu 40 procent van de Amerikaanse gedetineerden zwart is?

Maar met Obama als president kon Amerika zichzelf feliciteren: de raciale kloof was geslecht. Negen jaar later, na de Tea Party, Black Lives Matter, #OscarsSoWhite en Donald Trump, weten we beter; Get Out komt op een perfect moment.

Heel witte schoonouders

De film maakt zwarte angst en paranoia invoelbaar vanaf de eerste scène waarin een Afro-Amerikaanse man ’s avonds nerveus door een welgestelde blanke buitenwijk wandelt: een politiepatrouille, beveiliger of burgerwacht kan hem lelijk opbreken.

Held van Get Out is fotograaf Chris, gespeeld door de Britse acteur Daniel Kaluuya. Hij gaat voor het eerst op bezoek bij de ouders van zijn blanke vriendin Rose, een paar uur rijden buiten New York. Weten ze wel dat ik zwart ben, vraagt hij bezorgd. Nergens voor nodig, sust ze. Vader Dean, een neurochirurg, zal hem al snel ongevraagd mededelen dat hij een derde keer op Obama zou stemmen als dat kon. Chris zal zien: ze zijn wat onhandig in actuele politiek correcte omgangsvormen, maar van goede wil.

Even zijn biceps betasten

Dat klopt. Vader Dean doet net iets te hip, broer Jeremy noemt Chris halfdronken „een beest, met jouw fysiek en genen”, op een tuinfeest betast een dame zijn biceps en vraagt Rose giechelig: „Is het waar, is het beter?”

Gênant en benauwend, al die ogen in je rug, maar Chris is wel wat gewend. Verontrustender zijn de zwarte huishoudster en tuinman, die totaal niet reageren op Chris’ pogingen tot zwarte onderonsjes. En waarom wil de moeder, een psychotherapeut, Chris zo fanatiek van het roken afhelpen?

De link naar The Stepford Wives voel je direct: Ira Levins tweemaal verfilmde satire op de tweede feministische golf van de jaren zeventig, waarin mannen hun al te mondige vrouwen door robots vervangen. Al blijkt de opzet ditmaal wat complexer. Meer zeggen zou afbreuk doen aan de film.

Onmenselijk cool

Get Out bevat ook echo’s van Guess Who’s Coming to Dinner uit 1967, waarin Hollywood het opnam voor het gemengde huwelijk, overigens pas nadat het Hooggerechtshof dat natiewijd had gelegaliseerd. De zwarte dokter John (Sidney Poitier) krijgt daar uiteindelijk de zegen van zijn bezorgde blanke schoonvader Matt (Spencer Tracy), maar moet wel een onmogelijk ideale schoonzoon uithangen: topuniversiteit, carrière bij de WHO in Genève, kalm, beschaafd, strak in het pak en tegen seks voor het huwelijk.

Dokter John is een Obama: onmenselijk cool, beleefd en zich hyperbewust van blanke vooroordelen. Die geforceerde vorm van aanpassing, dat jezelf steeds weer moeten bewijzen, biedt een halve eeuw na Guess Who’s Coming to Dinner in Get Out explosieve brandstof voor paranoïde horror én vileine humor.