Commentaar

Nederland moet relatie met Turkije in EU-verband herstellen

In de diplomatie is het een gulden regel: het gaat niet om gelijk hebben, maar om gelijk krijgen. Dit geldt ook voor het herstel van de Nederlands-Turkse betrekkingen. Na de ongekend felle diplomatieke botsing tussen Nederland en Turkije van vorige maand is het zaak dat de verhoudingen tussen beide landen snel weer enigszins normaliseren.

Makkelijk zal dat niet gaan, maar het is wel noodzakelijk. Het is onbestaanbaar dat zo’n openlijke, vileine ruzie tussen twee NAVO-bondgenoten lang blijft voortbestaan. Daarvoor is er momenteel geopolitiek te veel aan de hand.

Het is dan ook goed dat het demissionaire kabinet in zijn brief aan de Tweede Kamer over de botsing met Turkije van vorige maand de intentie om nader tot elkaar te komen kenbaar maakt. Over de vraag hoe dat zou moeten gebeuren laten de drie meest betrokken ministers onder leiding van premier Rutte zich daarentegen niet uit.

Dit is begrijpelijk. Het kabinet heeft binnenskamers terecht de conclusie getrokken dat in de aanloop naar het omstreden grondwetreferendum in Turkije van aanstaande zondag het zetten van concrete wederzijdse stappen om te dëescaleren waarschijnlijk een weinig nuttige exercitie is.

Een aannemelijke analyse luidt immers dat de Turkse president Erdogan in zijn campagne voor een ‘ja’ bij het omstreden grondwetreferendum gebaat was bij het creëren van een buitenlands vijandbeeld. Niet alleen Nederland kreeg ervan langs, ook Duitsland en in mindere mate Oostenrijk moesten het ontgelden. Het past bij ‘de stijl van de leider’ die na zoveel jaar ervaring met hem toch wel als bekend verondersteld had mogen worden. Het blijft dan ook onbegrijpelijk dat Nederland zich vorige maand zo heeft laten provoceren. De hectiek van de Nederlandse verkiezingscampagne zal hier ongetwijfeld mee te maken hebben.

Maar het komt nu aan op vooruit kijken. Afgelopen week werd bekend dat sinds vorig najaar zo’n vijftien Turkse Nederlanders niet naar Nederland kunnen terugkeren. Zij zijn aangehouden op verdenking van het onderhouden van banden met de verbannen geestelijk leider Fettulah Gülen. Buitenlandse Zaken hield zich achter de schermen bezig met deze kwestie. Maar de getroebleerde diplomatieke verhoudingen dragen niet bij aan een snelle oplossing.

Ook Turken met dubbele paspoorten uit andere EU-landen zouden zijn aangehouden. Een zoveel mogelijk gezamenlijke Europese benadering ligt dan ook voor de hand. Temeer daar Europa nog veel meer met de in snel tempo afglijdende kandidaat EU-lidstaat Turkije heeft te bespreken.