Recensie

Deze feministische dystopie komt nu extra hard aan

Het lezen van een dystopie uit het verleden heeft iets vreemds. Die toekomst van vroeger, die heeft je immers al ingehaald. Meer nog dan een gewone roman verandert de doemtoekomstroman daarom met de jaren van betekenis, niet alleen wanneer voorspellingen precies uitkomen, maar vooral omdat je met de blik van vroeger de hedendaagse wereld opeens een stuk scherper kunt beoordelen. Misschien is dat wel de reden dat lezers in de huidige verwarrende tijden daar houvast zoeken. 1984 van George Orwell stond wekenlang bovenaan de bestsellerlijst van Amazon. Begin februari werd het daar vervangen door een andere dystopische klassieker: Het verhaal van de dienstmaagd (1985) van de Canadese schrijfster Margaret Atwood.

Atwoods boek beschrijft een toekomstige godsdienstdictatuur waarin alle verworvenheden van vrouwen zijn teruggedraaid en de samenleving is ingedeeld volgens strenge genderlijnen. Vruchtbare vrouwen worden als dienstmaagden gehouden om de voortplanting van machtige mannen te garanderen. Atwood verzon naar eigen zeggen niets: alle verschrikkingen die vrouwen in het boek ondergaan kwamen ooit voor in de geschiedenis.

De overgang naar een dictatuur verloopt in Atwoods boek geleidelijk en haast geruisloos. Heus, er waren demonstraties, herinnert vertelster Offred de lezer. ‘Maar veel kleiner dan je misschien had gedacht.’ Als op een dag haar baan en bankrekening worden afgepakt, reageert zelfs de liefde van haar leven met: ‘Ach, het is maar een baan?’

Atwoods boek verscheen in de jaren tachtig, na de tweede feministische golf, toen de strijd voor vrouwenrechten door velen als gestreden werd beschouwd. Toen vruchtbaarheidscijfers daalden en het aantal alleenstaande moeders en ongelukkige carrièrevrouwen steeg, vroeg men zich bovendien af: wat had al dat feminisme eigenlijk opgeleverd? Atwood knipoogt daarnaar, als ze Offred laat terugdenken aan haar moeder, die er maar zo zelden was en met wie ze op jonge leeftijd mee moest naar pornoverbrandingssessies.

En het is maar wat je als vrijheid beschouwt: de gesluierde dienstmaagden zijn in ieder geval bevrijd van gesis op straat en de opgave een man aan de haak te slaan. Wie hoopte op vrouwelijke solidariteit komt bedrogen uit. In het heropvoedingskamp slutshamen meisjes elkaar om hun aantal seksuele partners en bekijken ze afschrikwekkende video’s waarin Offreds feministische moeder figureert als ‘unwoman’. Vrouwen, wil Atwood maar zeggen, kunnen hun eigen ergste vijand zijn.

Toen een wetgever in de Amerikaanse staat Oklahoma zwangere vrouwen onlangs ‘gastvrouwen’ voor het nageslacht noemde, was het moeilijk níet aan Atwoods boek te denken. Net als wanneer rechts-populistische politici vrouwen oproepen meer kinderen te krijgen om de Europese cultuur te redden. Of bij berichten over de seksslavinnen en geïnstitutionaliseerde polygamie bij Islamitische Staat. Maar vooral de apathie bij de naderende rampspoed, het gemak waarmee verworvenheden worden teruggedraaid en de onuitputtelijke inspiratiebron van misogynie die de geschiedenis blijft, maken Het verhaal van de dienstmaagd anno 2017 nog huiveringwekkender dan voorheen.