Recensie

De ironische lange neuzen van Sjostakovitsj

Vorig jaar nog baarde de Russisch-Israëlische pianist Boris Giltburg internationaal opzien met zijn Rachmaninov-album. Op zijn nieuwe Naxos-release speelt de winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd 2013 andermaal Russisch repertoire.

Tussen de twee Pianoconcerten van Dmitri Sjostakovitsj ligt een kwart eeuw. Niettemin klinkt in beide werken een vergelijkbaar idioom van scherp gemonteerde contrasten: ironische lange neuzen, groteske grimassen en soms een flard lyriek.

Giltburg biedt die grilligheid het hoofd met kameleontisch spel. Razendsnel schakelt hij tussen krachtig percussief en dromerig cantabile, tussen felle attaques en meer omfloerste nuances. Onder Vasily Petrenko plooit het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra zich in de langzame delen als een fluwelen handschoen rond Giltburgs vingers. Trompettist Rhys Owens blaast briljante solopartijen.

Minder gelukkig is Giltburgs pianobewerking van Sjostakovitsj Achtste strijkkwartet. Het ziedende tweede deel klinkt op toetsen wat braaf. Het Largo wil maar niet echt dreigend worden, omdat die ene omineuze ‘ais’ op de piano voortdurend wegsterft.