Klimaat

De fantasie die anderhalve graad heet

Nieuw onderzoek dat werd besproken op een wetenschappelijke conferentie over klimaat in Princeton is volgens Wim Turkenburg reden voor zorg.

Foto AP

1. Oceanen stoten in bepaalde perioden van het jaar en in bepaalde regio’s grote hoeveelheden kooldioxide uit. Het gaat om CO2 die eerder juist door de verhoogde concentratie in de atmosfeer in oceanen was opgenomen. Het lijkt er dus op dat de oceanen minder een ‘sink’ vormen voor broeikasgassen dan eerder werd gedacht.

2. Tot nu toe werd gedacht dat bomen zich na een periode van droogte over het algemeen goed herstellen. Recent onderzoek laat echter zien dat veel bomen na 5 tot 7 jaar alsnog doodgaan. Dat betekent dat boomsterfte waarschijnlijk sterker bijdraagt aan een verhoging van het CO2-gehalte in de atmosfeer bij een toename van klimaatverandering.

3. De invloed van methaan op klimaatverandering lijkt groter dan in het laatste assessment rapport van het IPCC werd geconcludeerd.

Dit zijn zomaar drie onderzoeken die onlangs werden besproken op een wetenschappelijke conferentie in Princeton over de nieuwste inzichten met betrekking tot klimaatverandering waar ik aanwezig was.

Parijse doelstelling

Daniel Schrag, een invloedrijke klimaatwetenschapper van Stanford University, vroeg zich daarom af of de aarde niet al lang op weg is naar een temperatuurstijging van 1,5 tot 2 graden Celsius, zelfs als we per direct met het uitstoten van broeikasgassen zouden stoppen. De Parijse doelstelling van maximaal anderhalve graad temperatuurstijging werd door velen op de conferentie in Princeton ‘een fantasie’ genoemd.

Ikzelf stelde tot nu toe dat we op een stijging van 1,1 graad zitten en gecommitteerd zijn aan 1,4 graden. Dat is ook de lijn van het Planbureau voor de Leefomgeving. Als Schrag gelijk heeft, moeten we weliswaar blijven streven naar een temperatuurstijging ‘zoveel mogelijk onder de 2 graden’, maar is het verstandig om ons voor te bereiden op ten minste 3 graden.

Een belangrijke conclusie van de conferentie was, dat de wetenschap veel meer aandacht moet besteden aan het verkennen en begrijpen van Negatieve Emissie Technologieën (NET’s). Interessant vond ik de presentatie over ‘Carbon Farming’, het zodanig bedrijven van landbouw dat dit leidt tot een toename van het koolstofgehalte van de bodem. Daarnaast werd opnieuw veel gesproken over BECCS (bioenergieopwekking gecombineerd met CO2-afvang en ondergrondse opslag.

Sowieso was een belangrijke conclusie in Princeton dat voor afvang en opslag van kooldioxide (CCS) een grote rol is weggelegd om klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken. Ook een invloedrijke Amerikaanse milieugroepering als de NRDC is voorstander van CCS. Ze hebben weinig begrip voor het standpunt van organisaties als Greenpeace and Friends of the Earth, die zich nog steeds lijken te verzetten tegen CCS.

Demonisering

Ik hoop maar dat Louise Fresco mij na het lezen van dit verslag niet gaat betichten van ‘demonisering van het klimaat’ of politiek correct denken. In haar column in NRC noemde ze het klimaat ‘de nieuwe abstracte duivel waaraan veel te wijten is’. Gelukkig beschrijf ik hier geen abstracte duiveltjes, maar nieuwe wetenschappelijke inzichten. En die vallen in de categorie ‘facts’.

In diezelfde column relativeert Fresco de pogingen van president Donald Trump om het klimaatbeleid van zijn voorganger te herroepen (ze zegt overigens niet dat dit niet erg zou zijn, maar spreekt van ‘een achterhoedegevecht’). De Amerikaanse klimaatwetenschappers in Princeton maken zich wel degelijk grote zorgen. Met name voor het wetenschappelijk onderzoek kan het beleid van Trump rampzalig uitpakken. De vooraanstaande positie van Amerikaanse wetenschappers in het internationale klimaatonderzoek is serieus in gevaar.

Blogger

Wim Turkenburg

Wim Turkenburg, emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, was mede-auteur van Global Energy Assessment – Toward a Sustainable Future