Commentaar

DNA-bewijs kan veel zeggen, maar hoeft nog niet de waarheid te zijn

Geen mooier gevoel voor een rechercheteam dan de arrestatie van een verdachte - iemand die op basis van feiten en omstandigheden redelijkerwijs vermoed kan worden het te hebben gedaan. Zeker als het om een historische zaak gaat, het misdrijf uitzonderlijk ernstig was en mogelijk één uit een serie van vijf, in dit geval, moorden.

Ook de opluchting en de voldoening bij de familie van het slachtoffer, die vorige week te horen kreeg dat een verdachte was aangehouden, valt te begrijpen. Het is zwaar om te moeten leven met de dood van een familielid door een misdrijf, terwijl de dader onbekend blijft. Dat politie en justitie er dankzij nieuwe technologie en wetgeving, maar ook door volharding en plichtsbesef in slaagden om een cold caseuit de jaren negentig dichter bij een oplossing te brengen, is een felicitatie waard.

Maar toch. Een verdachte is pas een dader als de rechter dat vaststelt en dat oordeel onherroepelijk is. En DNA-bewijs is, hoewel zwaarwegend, niet per definitie doorslaggevend. Ook de verdediging is nog niet aan het woord geweest, of de verdachte zelf. Het opsporingsonderzoek is evenmin afgerond. De familie van de slachtoffers staat nog veel emoties te wachten. Garanties op een veroordeling bestaan niet. Ook de openbaarheid moet dus voorzichtig zijn met de vaststelling dat een zaak is opgelost. De aangehouden persoon is een ‘genetische verdachte’, die nog in tijd, plaats, gedrag en motief in verband moet worden gebracht met het delict.

In deze zaak, de Rotterdamse prostitutiemoorden, speelde DNA-verwantschapsonderzoek een sleutelrol. Die methode kan effectief zijn. De moord op Marianne Vaatstra in 2012 en de ‘Posbankmoord’ uit 2003 zijn er (mede) door opgelost. Sinds 2005 dienen veroordeelden verplicht DNA-materiaal afstaan, met een databank met een kwart miljoen profielen als referentiemateriaal tot gevolg. Dankzij een biologische bijzonderheid in de historische DNA-sporen en deze databank kon via het profiel van een familielid deze verdachte uiteindelijk worden aangehouden.

Daar zit dan ook het dilemma in dergelijke kwesties. Eén veroordeelde neef in de database en u en uw hele familie zijn automatisch lid van een verdachte groep, wat ook niet echt eerlijk is – en bovendien grondstof voor toekomstige zoekslagen door de politie. Naarmate de database groter wordt neemt de kans op missers toe – toevallige genetische overeenkomsten tussen niet-verwante personen komen namelijk ook voor. Een ‘hit’ hoeft nog geen echte hit te zijn. Alle reden om DNA-resultaten omzichtig en kritisch te blijven behandelen. Als één van de bewijsmiddelen.