Triomf op de dag van zijn idool

Golf

De Spanjaard Sergio García won in Augusta eindelijk zijn eerste major, na een bloedstollende strijd met de Engelsman Justin Rose.

Sergio Garcia viert zijn zege op de Masters, de eerste major van het jaar. Foto Harry How / AFP

Er zijn van die dagen dat vrijwel elke golfliefhebber van ongekende blijdschap zijn vuisten balt en schreeuwt: Yes. Die dag was zondag, toen Sergio García op Augusta National de bal in de hole schoof. Eindelijk won de 37-jarige, overal populaire Spanjaard een major, de Masters nog wel, het belangrijkste golftoernooi ter wereld. Eindelijk won de man die de winst vooral anderen leek te gunnen en zichzelf en zijn grote talenten zo vaak, jarenlang tekort deed.

Justin Rose zag hoe García, met wie hij al twintig jaar bevriend is, in de sudden death play-off de zenuwen in bedwang hield, waar hijzelf tijdens de laatste afslag de controle over zijn hoofd, zijn handen en zijn hele lichaam verloor. De 36-jarige Engelsman voelde dat nadat hij zijn bal via de bomen op een moeilijke positie had zien landen, García het beter zou doen. Maar je weet het met golf maar nooit, zeker niet op Augusta. En hij wist ook dat je het met Sergio (alleen zijn voornaam volstaat) nooit weet. Zoals op de beslissende achttiende hole in de reguliere wedstrijd, toen de Spaanse koning van de lach de bal weer eens zomaar naast het gaatje schoof. Sergio García kan falen als de beste.

In de play-off dit keer echter niet. En wat gunde Rose het de man die altijd zo kan meeleven met anderen – ook met hem. Die zijn tegenstanders niet als tegenstanders ziet, maar als een partner, een vriend die ook mag winnen. Zelfs op de belangrijkste momenten. Een speler die nadat hijzelf een prachtige slag of putt heeft gemaakt, zijn medespeler complimenteert als deze vervolgens hetzelfde heeft gedaan. Daarom wordt García altijd gekozen voor het Europese Ryder Cupteam. Hij zorgt voor de positieve sfeer. Hij zorgt dat anderen winnen, met zijn onafscheidelijke lach en opbeurende gedrag.

De winnende putt van Garcia:

Nooit won hij een major

García speelde zijn 74ste major. Eindelijk was het zover. Sinds 1999, toen hij als negentienjarige debutant opzien baarde op het PGA Championship (die andere van de vier majors) door tweede te worden achter de toen nog ongenaakbare Tiger Woods. Sindsdien won hij vele toernooien, maar een major winnen was te veel gevraagd. In 2007 zou het dan op het Britse Open gebeuren, maar tegen de Ier Padraig Harrington miste hij de beslissende putt en verloor hij vervolgens de play-off.

Waarom won hij nooit een major? Zelf zei hij vorige week: „Ik mis gewoon wat ik nodig heb.” En na zijn triomf op Augusta National: „Dit is duidelijk wat ik al heel lang heb willen doen. Maar het was nooit een horrorfilm. Het was een beetje als drama met een happy end.”

Waarom maakte El Niño de hoge verwachtingen maar niet waar? Telkens de onbegrijpelijke missers, telkens dat temperament dat opspeelde, die niet te temmen wil om te winnen. Te veel adrenaline. Hij sprak altijd zijn bewondering uit voor de Spaanse golfers Seve Ballesteros, die twee keer de Masters won (in 1980 en 1983), en José Olazábal (in 1994). Ballesteros, die in 2011 aan kanker overleed, zou op de dag van García’s triomf zestig jaar zijn geworden. Daarom ook wees de winnaar van zondag nadat hij de trofee en het groene jasje van de Masters had gekregen naar boven: lachend, meer dan ooit. En iedereen lachte mee. Want als Sergio lacht, is het leven een feest.

Caddies hebben alles gedaan om García te kalmeren. Zoals Glen Murray, die ondanks een korte scheiding, altijd de golftas van de Spanjaard droeg. Coaches en vooral sportpsychologen spraken op hem in. Hij moest wat minder extreem zijn in zijn uitingen, minder zijn teleurstelling uitschreeuwen, minder vloeken als het mis ging, minder praten, gewoon minder energie verspillen.

Hoogtepunten uit de goede tweede ronde van Garcia:

Controle

En dan zag je García zich beheersen, bijna bevriezen, om vervolgens weer de controle te verliezen. Zoals zondag in de laatste ronde, toen hij op de dertiende hole de bal zomaar vanaf de tee de struiken in joeg. Om vervolgens dankzij zijn enorme talent de schade te beperken en er nog een par uit te slepen.

Ondertussen verspeelde hij de voorsprong op Justin Rose, de olympisch kampioen van Rio de Janeiro. Het ging weer eens de verkeerde kant op. Drie slagen lag hij achter. Maar toen kwam op de vijftiende die fantastische slag, de bal sloeg tegen de paal van de vlag en stuitte een meter of twee weg van de hole. De Spanjaard schoof de bal er toch in: eagle. Om kort daarop een nauwelijks te missen putt te missen. Maar dat deed Rose ook.

Samen wandelden ze naar de beslissende holes. Op gepaste afstand van elkaar, ieder in zijn eigen bubbel. Waar anderen zoals Jordan Spieth, Rickie Fowler, Adam Scott, Charl Schwarzl en Rory McIlroy al hadden afgehaakt en de 25-jarige Belgische debutant Thomas Pieters nog even zijn onmiskenbare talent had getoond en nota bene op een gedeelde vierde plaats eindigde, achter García, Rose, Schwarzl en met Matt Kuchar.

Eerst was er de oude vertrouwde misser van Sergio García, op de achttiende hole. Maar toen was er de beslissende putt na een zinderende finale op het zonovergoten Augusta National, de paradijselijke golfbaan waar vogels altijd harder zingen en God met tienduizenden mensen meekijkt. Wie weet met Seve Ballesteros naast zich. Sergio García gelooft het. Dit keer was hij eindelijk uitverkoren. En iedereen voelde hij wat hij voelde: yes!