Snikkend je personage doodschrijven

Tv-series Het is allang niet meer vanzelfsprekend dat de held van een tv-serie overleeft. Hoe is het om je personages dood te maken? Karin van der Meer en Pieter Bart Korthuis, scenarioschrijvers van onder meer Penoza, hebben er ervaring mee. *

In de allereerste aflevering van Penoza (KRO-NCRV), de Nederlandse misdaadserie rond Carmen van Walraven, leerde de kijker haar man kennen. Frans, gespeeld door Thomas Acda, is met drugsdeals bezig. Carmen wil dat hij eruit stapt, want het gezin lijdt eronder.

Drie kwartier later is Frans dood.

„Nee, dat had twintig jaar geleden niet gekund”, zegt Pieter Bart Korthuis, die erkent dat de wetten van tv-drama zijn veranderd. Korthuis bedacht de serie en was drie seizoenen hoofdschrijver. Hij schrijft nu voor Vechtershart (BNN), waarvan het tweede seizoen zondag begonnen is.

„Die dood had dan wel de eerste scène kunnen zijn”, zegt Karin van der Meer, die naast Penoza ook voor Als de dijken breken (EO) schreef. „Maar niet dat je Frans de hoofdrol geeft in je eerste aflevering en meteen weer doodmaakt. En dan zou je er ook niet Thomas Acda voor gecast hebben.”

Geliefde personages vallen bij bosjes in het hedendaags tv-drama. Volgers van Game of Thrones moeten toezien hoe de halve cast uitgeroeid wordt. In Grey’s Anatomy legde dokter ‘McDreamy’ het loodje, tot afgrijzen van fans. Breaking Bad, The Walking Dead, Narcos: dat de hoofdpersoon overleeft om dan à la Lucky Luke richting de zonsondergang te galopperen, is allang geen vanzelfsprekendheid meer.

En dat is goed voor het drama, vinden de twee scenarioschrijvers. In tv-series van nu kan veel meer en dat bepaalt mede de enorme populariteit. Korthuis: „Er is een serieuze kans, elke keer weer, dat een hoofdpersoon doodgaat. En dat maakt het daadwerkelijk spannender, omdat je als kijker van ze bent gaan houden.”

Van de personages uit die eerste aflevering van Penoza, uit 2010, is na vier seizoenen bijna niemand meer over.

Korthuis: „Precies. Maar daar moeten we meteen bij zeggen dat als we destijds de opdracht hadden gehad om een serie te maken die meerdere seizoenen mee moest gaan, we minder mensen hadden laten sterven. Dan hadden we hoogstwaarschijnlijk Carmens zus (Maartje Remmers) in leven gelaten, en sowieso familievriend Steven (Marcel Hensema). Daar heb ik echt spijt van. Een van de redenen dat ik stopte na seizoen 3 is dat er zoveel gestorven werd om Carmen heen. Iedereen met wie ze een diepe band had: haar vader, haar broer, haar echtgenoot, zijn twee beste vrienden. Dat voelde als een verarming van het drama.”

Van der Meer: „Op een gegeven moment struikel je ook over de begrafenissen. Oh nee, niet wéér. De eerste begrafenissen waren altijd een twist in de plot, waardoor het leuk was om erover te vertellen. Maar op een gegeven moment ben je daarmee klaar. Dan denk je: als die op dat punt doodgaat, hebben we daar een begrafenis, en die gaat dáár dood, hebben we er wéér een. Nou, dan doen we voor de afwisseling wel een crematie.”

Wat is er veranderd in vergelijking met vroeger?

Korthuis: „Je merkt wel dat er veel meer waardering is voor wat je doet. Vroeger was speelfilm het summum en keek iedereen neer op tv. Tegenwoordig is voor tv-series schrijven het summum. Dat is de belangrijkste verandering, wereldwijd.”

Van der Meer: „Ik heb ook het idee dat het doodgaan zelf veranderd is. Hoe dood is dood nog? Neem Carmen. Wij bedachten: ze gaat dood aan het eind van seizoen 3. Maar door het succes besluiten andere mensen dat het doorgaat, en dan moet je dus iemand weer tot leven wekken.”

Korthuis: „Op papier is ze bij mij doodgegaan. Die scène heb ik geschreven. En heel vaak herschreven, want het kon niet te makkelijk zijn. Van: paf, ze is neer. Dus je moet een manier verzinnen waardoor je voelt – en dat zag je bij Walter White in Breaking Bad ook – dat de dood van de hoofdpersoon de bevrijdende catharsis is die het personage nodig had. Want door haar dood zouden de kinderen door kunnen met het leven.”

Wanneer hoorde je dat Carmen toch niet dood mocht?

Korthuis: „Toen waren we al klaar met schrijven. Werd van bovenaf besloten. Ze. Mag. Niet. Dood.”

Van der Meer: „Het is business. Dat gaat boven creativiteit, jammer genoeg.”

Korthuis: „Maar ook wel goed, want het vierde seizoen werd het best bekeken tot nu toe en trok een nieuw, jong publiek. Dus vanuit management-oogpunt was het een heel juiste beslissing.”

Van der Meer: „In dit geval is het lastig, omdat er echt één hoofdpersonage is. Zonder Carmen is er geen Penoza.”

Voel je zelf een spanning bij het ‘doodschrijven’ van je personage?

Van der Meer: „Absoluut. Als het écht werkt, als je het echt heel goed hebt opgebouwd en alles klopt. Misschien moet je het niet in de krant zetten, maar ik schiet weleens vol bij het schrijven.”

Korthuis: „Dat moet dus wél in de krant. Dat moet de kop van het artikel zijn.”

Van der Meer: „Je bent de schrijver, dus je bent in staat de dood nog tegen te houden. Om een stap terug te zetten. Om toch nog een geneesmiddel te vinden.”

‘What the fuck heb ik gedaan?’

Van der Meer schreef ooit voor GTST de sterfscène van Frits van Houten; zijn secretaresse Hannie gooit een tv bij hem in bad.


Maar zo’n soap, vindt ze, is toch iets anders. Bij Als de dijken breken (2016) schrok ze wel toen ze zag wat haar scenario had aangericht. „Je kunt het wel bedenken, maar toen ik zag dat er een schattig klein meisje wegspoelde, dacht ik: what the fuck heb ik gedaan?”

Korthuis lacht.

Van der Meer: „Ik heb ook een keer een hamster dood laten gaan. Dat is nog een hele rel geworden.”

Korthuis: „Dat mag eigenlijk niet. Dieren doodmaken is heftiger dan mensen. Omdat het dier niet kan acteren. In Vechtershart wordt een duif de nek omgedraaid. Dat wordt niet echt gedaan, maar er ligt wel een dooie duif, een echte dooie duif, die (hij lacht) een natuurlijke dood is gestorven. Of het hondje dat we ophangen in Penoza. Dat maakt veel meer indruk.”

Zijn er andere dingen die je absoluut níét moet doen?

Van der Meer: „De dood van een personage moet ook een bepaalde bevrediging hebben. Als je kijkt naar House of Cards, waarin Zoe Barnes (Kate Mara) doodgaat: dat vind ik dus helemaal niet bevredigend. Vóór haar dood ging de serie over goed en kwaad, en zij vertegenwoordigde het goede. De dood van Peter Russo in het eerste seizoen tekende het karakter van Frank Underwood nog wel. Maar door Barnes te vermoorden in het tweede seizoen raakte de serie uit balans.”

Korthuis: „Dat zou ook zijn gebeurd als Jesse was doodgegaan in Breaking Bad. Maar je kan er natuurlijk wel een seizoen lang naartoe werken, om te zorgen dat je alweer nieuwe poppetjes hebt klaarstaan. Bij Game of Thrones hangt het minder op bepaalde personages door het enorme aantal. Dat is een ensemble-drama, geen persoonsgedreven drama.”

Van der Meer: „Ik zit nog even aan Dynasty te denken. Dat ze met z’n allen naar Moldavië of zo gaan, en dat ze daar allemaal worden doodgeschoten. En toch ging die serie door.”

Wat is de beste seriedode?

Korthuis: „Een van de beste niet-doden vind ik Tony Soprano. Dat je vóélt: hij gaat neergeschoten worden. En dat je aan het eind van de serie niet zeker weet hoe het afloopt. Dat vond ik vrij briljant. Als dat niet gedaan zou zijn, zou je Penoza zo hebben willen eindigen.”

Van der Meer: „De dood van de acteur (James Gandolfini overleed zes jaar na de slotaflevering van The Sopranos, red.) was daardoor echt een enorme schok. Toen was het personage ook dood. Dat was misschien wel de beste, ja.”

Korthuis: „Er was veel kritiek op. Mensen haten open eindes. Elk testpubliek dat je een open einde voorschotelt, zal zeggen: niet doen. En toch moet je het soms gewoon doen.”

Van der Meer: „Als maker is het heerlijk.”

Korthuis: „Je geeft je personage het eeuwige leven mee. Ik vond het einde van seizoen 1 van Penoza ook mooi, het zeilen into the sunset waar ze dan de as van Frans vanaf de boot uitstrooien. Daarmee was het af. Het heeft behoorlijk wat hoofdbrekens gekost toen bleek dat er een seizoen 2 moest komen.”


Nog drie memorabele serie-doden

  1. Bobby in Dallas (1985)

    Hoewel het soms lijkt of kijkers van soaps elke wending wel slikken, maken de schrijvers het af en toe toch te bont. Aan het eind van seizoen 8 van de Amerikaanse soap Dallas overleed Bobby. Een wat braaf, zelfs saai personage, dachten de makers. Die kon het hoekje wel om. Een misrekening. Bobby bleek juist door zijn saaiheid populair, een ‘gewone man’ tussen excentriekelingen. De Dallas-schrijvers hadden de kip met de gouden eieren geslacht. Wat nu?

    Simpel. Zijn vrouw Pamela bleek alles te hebben gedroomd. Ze wordt in seizoen 9 wakker, hoort de douche, sluipt er angstig naartoe en trekt het douchegordijn open. Bobby, heelhuids. ‘Good morning!’ kirt hij. Oh, Bobby, ik heb zo naar gedroomd.

    In de soapologie heet dat een ‘retcon’, schreef collega Wilfred Takken in 2012. Kort voor ‘retroactive continuity’: terugkeren naar een eerdere gebeurtenis, daar de feiten veranderen en op die verhaallijn voortborduren.

  2. Ben Sullivan in Scrubs (2004)

    Weinig tv-series wisten comedy en drama zo effectief te combineren als Scrubs (2001 - 2010). In de misschien wel allerbeste aflevering (samen met S5E20, ‘My Lunch’), uit het derde seizoen, moet hoofdpersoon J.D., beginnend dokter, een oudere man met hartslagproblemen monitoren. De ervaren Dr. Cox vraagt hem om ondertussen wat medische tests te doen bij diens beste vriend Ben, omdat hij zelf even weg moet.

    Precies op het midden van de aflevering wordt J.D. plotseling opgeroepen: een hartstilstand bij een van zijn patiënten. Als Cox terugkeert, is het al te laat: de man is overleden.

    De kijker denkt dat het de oudere man betreft - tot aan de laatste scène. Dan blijkt dat Dr. Cox, al die tijd in ontkenning, moet erkennen dat het in werkelijkheid Ben was die stierf. Wie de aflevering een tweede keer kijkt, merkt op dat Ben sinds dat moment halverwege uitsluitend nog interacties had met Dr. Cox, de man die de dood nog niet wilde laten doordringen.

    Scrubs-schrijver Bill Lawrence zei later dat hij zich had laten inspireren door The Sixth Sense, de film met Bruce Willis met een zelfde soort twist aan het einde.

  3. Mr. Hooper in Sesamstraat (1982)

    “Where is he?”
    “Big Bird, don’t you remember, we told you? Mr. Hooper died. He’s dead.”
    “Oh yeah, I remember. Well, I’ll give it to him when he comes back.”

    In 1982 overleed Will Lee op 74-jarige leeftijd aan een hartaanval. Hij was, als Mr. Hooper, een van de vier eerste menselijke karakters in Sesame Street. Een Amerikaanse Aart Staartjes, zou je kunnen zeggen. Toen Lee overleed, stonden de makers voor een keuze. Hoe konden ze het gemis verwerken in het kinderprogramma? De gemakkelijkste oplossing was wellicht geweest om de jonge kijkers te vertellen dat Mr. Hooper verhuisd was, of dat zijn winkeltje dicht ging.

    In plaats daarvan besloot Sesamstraat eerlijk te zijn. De dood van Lee werd de dood van Mr. Hooper. De andere menselijke karakters zouden het ín de show uitleggen aan Big Bird (Pino). Zo konden ze de dood bespreekbaar maken en uitleggen aan kinderen. Ze spraken met (onder meer) kinderpsychologen over hoe de boodschap het best overgebracht kon worden. Big Bird zou reageren zoals een kind zou reageren.

    Die aflevering was “een van de beste dingen die we ooit gedaan hebben”, zei Caroll Spinney, die in het Big Bird-pak zat, jaren later.