Schimmel doodde grieppatiënten

Geneeskunde

In de afgelopen winter stierven 14 jonge, Nederlandse grieppatiënten aan een schimmelinfectie.

Aspergillus is een gewoonlijk ongevaarlijke schimmel die groeit op bedorven fruit en oud brood. Foto ANP

Een vrouw van 38 ligt op de intensive care van het Radboudumc in Nijmegen. Ze is na een aanhoudende griep in het ziekenhuis opgenomen. Haar situatie verslechtert en internist Frank van de Veerdonk weet na onderzoek waarom: „Haar longen zaten vol schimmels.” Zestien dagen later is ze dood.

Twee weken later ligt er opnieuw iemand met een schimmelinfectie in de longen op de intensive care in Nijmegen. Dit keer een man, van 50. Ook hij is vanwege griep opgenomen.

De twee patiënten hebben een paar zaken gemeen: ze waren altijd gezond, raakten besmet met het griepvirus H1N1 en kregen daar een schimmelinfectie bovenop.

Het speelde in het griepseizoen 2015-2016 in alle Nederlandse academische ziekenhuizen. Tussen 1 december 2015 en 31 maart 2016 werden 144 patiënten met griep opgenomen op ic’s van academische ziekenhuizen. Van hen bleken er 23 geïnfecteerd met schimmels; 14 van hen zijn gestorven. Van de Veerdonk en zijn collega’s publiceerden deze cijfers vrijdag in American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine.

Het is voor het eerst dat dit bij de jaarlijkse wintergriep is gezien, en de medici begrijpen het niet goed. Dat jonge en verder gezonde volwassenen aan griep overlijden, is al bijzonder. Normaal bezwijken vooral ouderen aan de griep. Maar dat griep gepaard gaat met een schimmelinfectie is uitzonderlijk. „Artsen op intensive cares moeten weten dat deze complicatie bestaat”, zegt Van de Veerdonk. „Ik hoop dat bij een volgende griepepidemie schimmelinfecties sneller worden herkend en behandeld.”

Snelle behandeling nodig

De schimmel die de grieppatiënten treft, is Aspergillus: een gewoonlijk ongevaarlijke schimmel die groeit op bedorven fruit en oud brood. De sporen zitten overal in de lucht, we ademen ze in, ons afweersysteem rekent er eenvoudig mee af. Maar bij mensen met een verzwakt immuunsysteem, zoals ook kankerpatiënten met chemotherapie, kan Aspergillus gaan woekeren in de longen.

Voor de patiënten met griep en een schimmelinfectie is een snelle behandeling van levensbelang. De patiënten die overleefden, waren vaak al binnen twee dagen met schimmeldodende (antifungale) middelen behandeld. In de groep mensen die zijn overleden, was pas na negen dagen met die behandeling begonnen. Bijkomend probleem is dat steeds meer schimmels resistent zijn voor de antifungale middelen die artsen gebruiken. Vier patiënten bleken besmet met zo’n resistente schimmel. Van hen overleefde er maar één.

In Nederland neemt het aantal resistente schimmels toe. Waarschijnlijk komt dat door overmatig gebruik van schimmeldoders. Het probleem is vergelijkbaar met bacteriën die resistentie voor antibiotica ontwikkelen. In de landbouw gaan de meeste fungiciden om: jaarlijks wordt er 350 ton over akkers uitgereden.

De dubbele infectie met griep én schimmel is tot nu toe vooral gezien bij influenzavirussen van het type H1N1. Dat is hetzelfde virus dat in 2009 wereldwijd mensen ziek maakte. Dit griepvirus zit sindsdien in de circulatie en keert om de paar jaar terug als wintergriep, voor het laatst in de winter van 2015 op 2016.

Hoe kan het dat de schimmelinfecties zich vooral voordoen bij H1N1? Van de Veerdonk weet het niet zeker, maar hij houdt de mogelijkheid open dat het niet alleen met het virus, maar ook met de behandeling te maken heeft. Griep van het type H1N1 wordt meestal behandeld met de virusremmer Tamiflu. „Tamiflu remt een enzym dat ook suikers van afweercellen afknipt. Tamiflu zou daarmee de manier kunnen verstoren waarop het lichaam normaal gesproken schimmels herkent.”

Wat als Tamiflu inderdaad het probleem is? „Dat zou een enorme impact hebben waarop we deze patiënten behandelen”, zegt Van de Veerdonk. „Ik hoop dat ik deze hypothese kan verwerpen.”