Column

Optimisten die pessimisten regeren

Ik vind het fascinerend, die ‘foto van Nederland’ waar de vier partijen aan de formatietafel naar zoeken. VVD, CDA, D66 en GroenLinks proberen een gezamenlijk idee te vormen over „de sociaal-culturele stand van het land”, aldus informateur Edith Schippers. Vooral het CDA wil het graag, schreef NRC; een analyse van het land die de ideologische verschillen overstijgt.

Wat zijn de problemen, waar zitten de tegenstellingen en bij wie de onzekerheid? In zijn boek Tegen het cynisme schrijft CDA-leider Sybrand Buma: „Gebrek aan visie is een spiraal die ons steeds verder het moeras in draait.” Dat de vier partijen hiernaar zoeken is vooral fascinerend omdat de kiezers achter deze partijen die onzekerheid níét vertegenwoordigen. Generaliserend kun je zeggen dat de kiezers van VVD, CDA, D66 en GroenLinks samen meer dan de gemiddelde Nederlander hoogopgeleid en optimistisch zijn.

Vooral dat optimisme is opvallend. Van alle Nederlanders vond in januari 30 procent dat het (iets) de goede kant op gaat met Nederland (bijna 60 procent ziet het land de verkeerde kant op gaan). Bij deze partijen is de groep optimisten veel groter: 44 procent bij CDA en GroenLinks, 47 procent bij D66 en 58 procent bij de meest optimistische partij, de VVD. Dat werd gemeten onder mensen die in januari zeiden op deze partijen te stemmen, door het Sociaal en Cultureel Planbureau. De uiteindelijke kiezers komen daar niet per se mee overeen. Maar dat de achterban van deze vier partijen relatief optimistisch is, wordt al langer geconstateerd.

Deze partijen lijken dus op elkaar. Dat blijkt ondanks de ideologische verschillen ook uit hun plannen: het zijn hervormingsgezinde partijen. Geen van de vier wil de pensioenleeftijd weer verlagen bijvoorbeeld, anders dan de PVV en de SP. Sterker, er mag méér hervormd worden. Het pensioenstelsel moet anders, net als het belastingstelsel, en de regels rond de arbeidsmarkt. Hup, doorpakken.

Mocht uit deze onderhandelingen een kabinet komen, dan kun je zeggen dat de optimisten een land gaan regeren dat een stuk pessimistischer is dan zij. En dat wringt. Dat zien de partijen zelf ook wel. In theorie zouden de vier kunnen doorgaan met het veranderen van Nederland. Maar ze erkennen dat veel Nederlanders behoefte hebben aan meer zekerheid. Terwijl hervormingen juist vaak gepaard gaan met nieuwe onzekerheid. Waar heb ik recht op? Hoe pakt het voor mij uit?

De grote vraag is nu of uit die ‘analyse die de ideologische verschillen overstijgt’ tussen deze vier partijen een wenkend perspectief volgt voor alle Nederlanders, ook degenen die veel pessimistischer zijn over het land. Dan zullen ze zich niet alleen moeten inleven in elkaars meningen maar ook in het grote deel van Nederland dat niet aan tafel zit.

Marike Stellinga vervangt Tom-Jan Meeus tijdelijk op deze plek.