Column

Martelingen als routine

In Turkije was het ruim dertig jaar geleden ook al niet pluis. Dat merkten de beroemde toneelschrijvers Harold Pinter en Arthur Miller, nadat zij op 17 maart 1985 in Turkije waren geland. Zij bezochten Turkije namens International PEN, de schrijversorganisatie die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting. Ze moesten een onderzoek instellen naar beschuldigingen van marteling en vervolging van schrijvers door het regime.

Amnesty International had nog in 1984 vastgesteld, dat er in Turkije geen noemenswaardige verbetering was opgetreden sedert de terugkeer naar een door militairen beïnvloede burgerregering in 1983. „Martelingen lijken in Turkije routine geworden.”

Pinter en Miller ontmoetten tientallen schrijvers, schrijft Pinter in het stukje ‘Arthur Miller’s Socks’, gebundeld in Various Voices, zijn bundel proza en poëzie uit 1998. (Die sokken van Miller doen verder niet ter zake, Pinter moest ze van zijn collega lenen omdat een van zijn koffers niet was aangekomen.) De gespreksgenoten die gemarteld waren, beefden nog steeds, wat vooral te merken was als ze voor hun buitenlandse collega’s een glas probeerden in te schenken. Een van hun echtgenotes had haar spraakvermogen verloren nadat ze haar man in de gevangenis had bezocht. Hij was nu vrij, maar zijn gezicht was één grote scheur.

Turkije werd in die jaren kritiekloos gesteund door onder meer de Verenigde Staten. De Amerikaanse ambassadeur gaf op zijn ambassade in Ankara een party ter ere van Miller; Pinter mocht mee als diens gast. „Ik had nauwelijks iets van de hors-d’oeuvre genomen”, schrijft Pinter, „toen ik in een felle discussie belandde met een Amerikaanse politieke adviseur over het bestaan van marteling in de Turkse gevangenissen.”

De discussie duurde tijdens het diner voort totdat Miller als eregast zijn toespraak hield. Hij vroeg zich daarin af waarom de Verenigde Staten militaire dictaturen over de hele wereld steunde. „In Turkije worden honderden mensen opgesloten vanwege hun gedachten. Hun vervolging wordt gesteund en mede gefinancierd door de Verenigde Staten. Hoe is dat te rijmen met ons begrip voor democratische waarden?”

De ambassadeur bedankte hem, maar dook na afloop met enkele assistenten op Pinter af. „Meneer Pinter, u schijnt de werkelijke situatie hier niet te begrijpen. Vergeet niet dat de Russen aan de grens zijn verschenen. U moet denken aan de politieke, diplomatieke en militaire realiteit.” „De realiteit waar ik op doel”, antwoordde Pinter, „is die van elektrische stroom op je geslachtsdelen.” De ambassadeur richtte zich in zijn volle lengte op, keek hem woedend aan en zei: „Meneer, u bent een gast in mijn huis.” Toen draaiden hij en zijn assistenten Pinter de rug toe.

Miller kwam aangelopen. „Ik geloof dat ik eruit word gegooid”, zei Pinter tegen hem. „Ik ga met je mee”, zei Miller zonder aarzeling. „Uit de Amerikaanse ambassade in Ankara gegooid worden, samen met Arthur Miller – een vrijwillige balling – het was een van de momenten uit mijn leven waar ik het meest trots op ben”, schrijft Pinter.

Jaren later, in 2003, schreef Pinter het gedicht ‘Democracy’.

There’s no escape.

The big pricks are out.

They’ll fuck everything in sight.

Watch your back.