Moeten we meer terreur uit Centraal-Aziatische hoek vrezen?

Terrorisme

Verdachten uit Centraal-Azië zijn in beeld bij de aanslagen in Stockholm en Sint-Petersburg. Is er een verband?

De Oezbeekse Seifulla Khakimov wordt verdacht van betrokkenheid bij de aanslag in de metro in Sint-Petersburg. Foto Anatoly/EPA

De Zweedse politie hield een Oezbeek met IS-sympathieën aan na de aanslag in Stockholm, een Kirgies zou de zelfmoordaanslag in de Petersburgse metro hebben gepleegd en Noorwegen arresteerde deze zondag een Russische tiener die een explosief zou hebben achtergelaten in de metro van Oslo. Ook bij andere aanslagen, zoals die op de nachtclub in Istanbul, zouden Centraal-Aziaten betrokken zijn. Moeten we meer terreur uit Russisch-Centraal-Aziatische hoek vrezen?

Op drukke dagen zet de politie van Moskou de straten rond de Kathedraalmoskee af zodat duizenden moslims, gezeten op een gebedskleed op straat, aan het vrijdaggebed deel kunnen nemen. Onder hen veel arbeidsmigranten uit Centraal-Azië en de noordelijke Kaukasus. Vanwege de armoede en uitzichtloosheid in hun eigen regio’s trekken zij naar Russische steden om daar veroordeeld te worden tot een semilegaal bestaan. Overdag werken ze op bouwplaatsen, ’s nachts worden ze samengepakt in benauwde slaapcontainers. Daar vormen jonge Tadzjieken, Oezbeken en Kirgiezen een makkelijke prooi voor ronselaars van IS.

Militante groeperingen

Dat ronselaars hun zaken steeds vaker doen in Rusland, heeft te maken met de harde strijd tegen terrorisme in Centraal-Azië zelf, waar verschillende militante islamitische groeperingen actief zijn, zoals de in 1998 opgerichte Islamic Movement of Uzbekistan (IMU). In 2015 sprak IS steun uit aan de beweging en zouden IMU-leden, ook verbonden met de Talibaan, zich bekeren tot IS of Al-Qaeda. Hoewel naasten hem omschreven als areligieus zou de Oezbeekse dader in Stockholm sympathiseren met IMU.

Volgens een rapport uit 2015 van de Brusselse denktank International Crisis Group strijden zo’n 2.000 tot 4.000 Centraal-Aziaten voor IS, een reden voor Centraal-Aziatische landen om hun antiterreurbeleid op te schroeven. In 2014 vroeg de inmiddels overleden Oezbeekse president Karimov Poetin om hulp in de strijd tegen de radicale islam. Zijn land zou anders „een zelfde lot” treffen als Irak en overspoeld worden door IS. Maar antiterreurbeleid vertaalde zich meestal in keiharde repressie van de bevolking. De vraag die experts zich stellen, is of dit beleid effectief is of terrorisme juist in de hand werkt.

Een belangrijke oorzaak voor radicaal-islamitisch geweld is volgens experts de slechte sociaal-economische situatie in de regio en in Russische republieken.

Grigori Sjvedov, directeur van de Russische organisatie Kaukasische Knoop, die informatie verzamelt over terrorisme, zei tegen Bloomberg: „De toename van geweld in de noordelijke Kaukasus en de groeiende effectiviteit van militanten resulteert zowel in terugkeer [naar Rusland] vanuit Syrië, als in het feit dat veel extremisten helemaal niet meer afreizen en in Rusland blijven.” Het islamitisch geweld, zoals in Tsjetsjenië, kan volgens hem in 2017 een piek bereiken. In 2016 meldde Interfax dat de Russische veiligheidsdienst FSB zo’n 220 potentiële zelfmoordterroristen in de gaten houdt.

Ondergrondse gebedshuizen

Danis Garaev, onderzoeker van radicale islam in Rusland aan de Universiteit van Amsterdam, stelt dat het religieus beleid in Rusland op de schop moet, wil het land zicht houden op mogelijke radicalisering van moslims. „Als een miljoenenstad als Sint-Petersburg maar twee moskeeën telt, duiken onvermijdelijk ondergrondse, niet-gecontroleerde gebedshuizen op. Vertegenwoordigers van religieuze organisaties lobbyen al jaren voor meer moskeeën en islamitische scholen als alternatief voor moskeeën of medressen aan huis of in het buitenland, die bekendstaan als haarden van extremisme”, zo schreef Garaev in het Russische online-magazine Republic.

Maar, stelt Garaev per telefoon vanuit Sint-Petersburg, het is te vroeg om een patroon te zien in de recente aanslagen. „De aanslag in Sint-Petersburg is verbazingwekkend genoeg nog niet opgeëist door IS, er kunnen dus andere groepen achter zitten.”

Hij benadrukt dat islamitisch terrorisme geen specifiek Centraal-Aziatisch probleem is en radicalisering zijn oorsprong veelal vindt in complexe problemen binnen de eigen samenleving. „Sommige jongeren zijn helemaal niet religieus als ze naar Rusland vertrekken, maar radicaliseren daar pas.”