‘Ik dacht dat ik niet eens zwanger kon worden’

Een ‘kwetsbare’ moeder Ze was verslaafd en depressief, kreeg de diagnose borderline. Aan anticonceptie dacht ze nauwelijks. Nu heeft ze een kind van anderhalf.

In Tilburg en Rotterdam worden vrouwen die (tijdelijk) niet in staat zijn om voor een kind te zorgen, ervan overtuigd anticonceptie te gebruiken. Ook de vrouw op deze foto (die anoniem wil blijven) doet mee. Foto Merlin Daleman

„Je wilt mijn verhaal horen. Goed. Ik ben in de dertig en mijn naam vertel ik liever niet. Ik ben jarenlang verslaafd geweest aan drank, drugs en seks. Aan anticonceptie dacht ik nauwelijks. Joh, mijn gedachten raakten zo afgestompt, zelfs al dacht ik aan de pil dan zeiden mijn hersens: schijt eraan, lekker in de blije modus, gaan met die banaan.

Om bij het begin te beginnen: ik heb een goede jeugd gehad. Echt, daar valt niets slechts over te zeggen. Vanaf mijn veertiende, ik zat op de mavo, begon ik marihuana te roken. School heb ik afgemaakt, maar mijn vervolgopleiding niet. Ik was te lui. Vanaf mijn achttiende ben ik gaan experimenteren met harddrugs, vooral xtc. Twee jaar later kwamen daar speed en ghb bij.

Op mijn 25ste werd mijn moeder ziek, het was duidelijk dat ze zou overlijden. Daar kon ik niet mee dealen, ik raakte zwaar depressief – later is ook borderline bij mij vastgesteld. Ik werkte heel veel toen, in de schoonmaak. Om overeind te blijven ging ik ook cocaïne gebruiken, in combinatie met sterke drank.

Ik was ook seksverslaafd, vanaf mijn achttiende. Het was heel simpel: als het slecht met mij ging, dan had ik seks. Ik zocht mannen op uit mijn vrienden- of kennissenkring, en daarna kon ik er weer even tegenaan. Als het drie keer in de week slecht ging, dan kon ik zo seks hebben met drie verschillende partners.

De pil slikken deed ik dus al onregelmatig, en in 2012, op mijn zevenentwintigste, stopte ik om geldredenen helemaal. Ik was inmiddels op het punt gekomen dat ik dacht niet eens zwanger te kúnnen worden, door alles wat ik mijn lichaam had aangedaan.

In 2013 verloor ik mijn baan, daarna mijn moeder, en begin 2014 mijn woning. Een huisuitzetting door schulden. Ik meldde me aan bij de daklozenopvang. In het intakegesprek ging het over mijn geldprobleem en over mijn verslavingen. Maar over anticonceptie en over een kinderwens – ik was inmiddels 29 – ging het niet.

Foto Merlin Daleman

Vanuit de daklozenopvang moest ik naar de GGD Hart voor Brabant voor een medische test. Dit was in 2014. Zo ontmoette ik Connie Rijlaarsdam, die net dat jaar met haar project was begonnen om anticonceptie bij kwetsbare vrouwen bespreekbaar te maken. Dus zij begon er wél over. Nee, zei ik, ik gebruik geen anticonceptie. Connie had mijn lijst aan verslavingen natuurlijk ook gezien. Hoe kan dat dan, vroeg ze. Ik zei dat mijn geld al opging aan drank en drugs. Hoe zie je het voor je als je nu zwanger zou zijn, vroeg ze. Dat zie ik eigenlijk niet voor me, zei ik. Ze zei dat zij de anticonceptie kon vergoeden. We kwamen tot de conclusie dat een spiraaltje het best zou zijn. Hoe direct Connie ook was, ze was heel vriendelijk. Ze wees me op iets waar ik, met al mijn problemen, niet aan dacht.

De huisarts zou het spiraaltje plaatsen. Tien minuten voordat ik naar die afspraak ging, deed ik een zwangerschapstest. Die moet je dan doen. Ik stond in het toilet van de daklozenopvang, en ik zag een plusje verschijnen. Ik kon alleen maar huilen.

Ik ben principieel tegen abortus. Dezelfde dag nog ben ik met alle drugs en drank gestopt. Ik had een relatie toen, met de vader van het kind. Een heel ongezonde relatie, hij had losse handjes en meer drank- en drugsproblemen dan ik ooit had gehad. Nog tijdens de zwangerschap heb ik afscheid van hem genomen. Het ging samen echt niet, zei ik.

Van de daklozenopvang ging ik naar het ziekenhuis, en van daaruit meteen door naar een flat die na een spoedaanvraag net op tijd beschikbaar was gekomen. Daar woon ik nog, samen met mijn dochter. Ze wordt in augustus twee. Het gaat heel goed.

Na de bevalling heeft de gynaecoloog mij daarom opnieuw aangemeld bij Connies project. Die kwam toen weer op huisbezoek. En nog eens, en nog eens. Nu heb ik die spiraal alsnog.

Ik heb weer een vriend. En het is fijn om te kunnen zeggen: als wij het willen, gaan we samenwonen. En als wij het willen, kunnen we voor een kindje gaan.”

Lees ook de column van Jutta Chorus (9 oktober 2016): Wanneer mag je niet meer zwanger raken?