‘Grote broer Erdogan waakt over ons’

Grondwetsreferendum Turkije

Veel Turken vinden dat hun land een sterke leider nodig heeft. Daarom juichen ze meer macht voor president Erdogan van harte toe.

Foto Bülent Kilic/AFP

De 17-jarige Omer Kaya baalt. Hij was zondag met een vriendje naar de Istanbulse wijk Yenikapi gegaan om de campagnespeech van president Erdogan te horen. Hij mag nog niet stemmen bij het referendum van komende zondag, maar dit wilde hij niet missen. Ze waren vroeg vertrokken, zodat ze vooraan konden staan.

Toen belde Omers vader. Hij moest onmiddellijk naar huis komen. „Ik had eigenlijk huisarrest, dus ik ben zonder toestemming hierheen gekomen”, zegt Omer beteuterd, terwijl hij aan zijn rode sjaal plukt. „We hebben flink ruzie gemaakt over de telefoon. Ik ben hier om mijn land te steunen, maar nu moet ik naar huis.”

Een grote stoet Erdogan-fans trekt richting de haven, waar de manifestatie wordt gehouden. Er zijn honderdduizenden mensen op afgekomen. De meesten dragen vlaggen, petjes en sjaals met het woord evet (ja), of maskers van Erdogans hoofd die langs de route worden verkocht. Door de menigte rijdt een bus met luidsprekers, waar campagneliederen uit klinken. Af en toe scandeert een groepje: Re-cep Tay-yip Er-do-gan!

„Ik ben hier voor de eenheid van Turkije”, zegt Alparslan Gürbüz, elektricien uit Istanbul. „We willen één leider die alle macht heeft. Turkije telt veel religieuze en etnische groepen, dus we hebben een bindende leider nodig. Erdogan is een van ons, een echte Ottomaanse zoon. Hij belichaamt onze kern: Turk en moslim.”

Het is een verklaring die velen geven voor hun steun voor de grondwetswijziging die Erdogan meer macht moet geven. Turkije behoeft een sterke leider die het land leidt als een abi, de grote broer in het gezin die waakt over zijn broers en zussen. Een parlementair stelsel met coalities en compromissen leidt tot problemen.

Neem Ceren (28) en Seyhan Bicakci (26), twee seculiere zusjes uit Istanbul. „Ik stem ja, ook al hou ik niet van Erdogan”, zegt Ceren, een geblondeerde huisvrouw die in verwachting is. „Als aanhanger van Atatürk vind ik dat Erdogan te veel waarde hecht aan de hoofddoekmensen. Maar hij is de enige echte leider in Turkije. Dat is beter dan een regering met veel verschillende partijen.”

Vrijwel niemand maakt zich zorgen over het gebrek aan tegenmacht in het presidentiële systeem. Volgens de AK-partij maakt de grondwetswijziging Turkije juist democratischer. „De oude Grondwet is opgesteld door de militairen die in 1980 een coup pleegden”, zegt Ravza Kavakçi Kan, parlementariër van de AK-partij. „De afgelopen jaren zijn daar wel wijzigingen in aangebracht. Maar het is gênant dat Turkije nog steeds wordt geregeerd onder die Grondwet, zeker na de mislukte coup van vorig jaar.”

Volgens Kavakçi Kan zal het nieuwe systeem de bevolking aan de macht brengen. „De kritiek in het Westen is dat het nieuwe systeem is ontworpen voor Erdogan en de AKP. Maar we blijven niet voor altijd aan de macht. Als de mensen ons niet langer steunen, dan zullen ze ons wegstemmen.”

Toch heeft de AKP moeite de kiezers te overtuigen van het nut van het nieuwe systeem. Van een machtsstrijd tussen de president en de premier, waar de partij voortdurend naar verwijst, is de afgelopen vijftien jaar vrijwel geen sprake geweest. Kavakçi Kan beaamt dat. Maar volgens haar past het huidige systeem niet bij het huidige Turkije, waar de seculiere elite niet langer de dienst uitmaakt.

Desondanks presenteert Erdogan zich graag als de underdog. Tijdens de manifestatie in Istanbul blijkt dat het conflict met Europa duidelijk een snaar heeft geraakt bij zijn aanhang. „Europeanen kunnen niet begrijpen dat tijdens de coup zoveel mensen de straat op gingen”, zegt Emre Öztemel (34), een ambtenaar uit Istanbul. „Het was onze tweede onafhankelijkheidsoorlog. Net als in de nadagen van het Ottomaanse Rijk proberen buitenlandse machten ons nu te verzwakken. De coup was een westers complot. Een ja-stem is ons antwoord.”

Het plein bij de haven stroomt vol met mensen. Aan de zijkant hangt een groot doek met de namen van alle ‘martelaren’ die bij de couppoging zijn gestorven. Hun familieleden mogen in het eerste vak, voor het podium. Boven het publiek vliegen drones. Ze maken shots van de rood-witte mensenmassa, die op vier videoschermen getoond worden.

Als voorprogramma playbackt een parlementariër van de AKP, een ex-zanger, campagneliedjes. „De imperialisten houden niet van ons. De PKK houdt niet van ons. De duisternis houdt niet van ons. Wij zijn de onderdrukten. Maar Istanbul houdt wel van ons. Istanbul! Laat je vlaggen zien!”

Het wachten is op Erdogan en premier Binali Yildirim. Zoals popsterren betaamt, zijn ze laat. Dan verschijnen er legerhelikopters aan de hemel. De landing is op de schermen te zien. Als Erdogan en zijn vrouw uitstappen, klinkt er luid gejuich uit het publiek.

Erdogan blijft een begaafde spreker, die zijn toespraken kruidt met Korancitaten en dichtregels. „Istanbul. Ik hou zo veel van je. Als ik je naam in de lucht schrijf, ben ik bang dat die vervliegt. Ik kan alleen aan je denken vanuit het binnenste van mijn hart.”

In het volgende uur passeren alle bekende onderwerpen de revue: de mislukte coup, de prestaties van de AK-partij in de afgelopen vijftien jaar, het conflict met Europa. Om aan te geven hoe belangrijk het referendum is, zegt Erdogan dat de coalitieregeringen uit het verleden een teken van instabiliteit waren. „Als er stabiliteit was geweest, dan hadden we ons twee keer zo snel ontwikkeld als nu.”