Dankzij een wakkere Kampenaar blijft Spakenburg een ramp bespaard

Hoogwater

Bij een noordwesterstorm kan de haven van Spakenburg overstromen. Maar nu is er een zelfsluitende waterkering. „Ik dacht: laat het water zélf het werk doen.”

Bij de generale repetitie bekijkt het publiek in Spakenburg de omhooggekomen waterkering aan de oude haven. Op de foto hieronder is de waterkering weer omlaag gebracht. In 1916 is het dorp overstroomd. „De gevolgen waren enorm.” Foto’s Maarten Hartman

Water keert water. Als het water in de oude haven van Spakenburg onverantwoord hoog stijgt, dan stijgt tegelijkertijd ook de waterkering. Het water stroomt in een stalen bak waarin de kunststof kering is verzonken, en duwt deze omhoog. Langzaam maar zeker, tot tachtig centimeter hoogte. Hoe ingenieus.

De „generale repetitie” van de langste zelfsluitende waterkering ter wereld werd maandag uitgevoerd. Met succes. Ten overstaan van enkele honderden belangstellenden, en veel pers, werd het gevaarte gedemonstreerd. Spakenburg is klaar voor een noordwesterstorm van windkracht elf, als het water uit het IJsselmeer wordt opgezweept en de haven van Spakenburg in knalt.

Ze hebben het in 1916 meegemaakt. Toen kwam het water de oude haven binnen denderen en smeet een aantal botters de wal op en de huizen in. „De gevolgen waren enorm”, vermeldt een plaquette bij een standbeeld van koningin Wilhelmina, die destijds een bezoek bracht na „een van de zwaarste rampen die deze dorpen ooit hebben geteisterd”.

De waterkering is driehonderd meter lang. In de stalen bovenzijde is de tekst van het volkslied van Spakenburg gegraveerd. In haar eenvoud rijk, zo wordt in dit lied het vissersdorp omschreven. Die omschrijving past de waterkering zelf. „Een mooi staaltje innovatie waar anderen een voorbeeld aan kunnen nemen”, zegt topambtenaar Roald Lapperre van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. „Zo combineren we hoge bescherming met behoud van een beschermd stadsgezicht.”

De zelfsluitende kering is een vinding van Johann van den Noort uit Kampen. Hij was beeldend kunstenaar en had ook een garagebedrijf, toen hij op een nacht in 1995 de slaap niet kon vatten. Er was wateroverlast. Het leger werd ingezet en beschermde de stad Kampen tegen het wassende water van de IJssel met zandzakken. „Alsof je een grote brand blust door emmertjes water aan te dragen.” Van den Noort ging die nacht in zijn atelier zitten en dacht daar in een kwartier het principe van een zelfsluitende kering uit. „Ik dacht: laat het water zélf het werk doen.”

De historische haven en de lager gelegen straatjes van Spakenburg waren natuurlijk al een stuk veiliger dan pakweg honderd jaar geleden. De Afsluitdijk is gebouwd. De kans op een watergolf in Spakenburg is officieel één twaalfhonderdste per jaar. „Er ligt hier nog steeds een grote bak water voor de deur”, zegt Tanja Klip, dijkgraaf van het waterschap Vallei en Veluwe. „En het water van het Markermeer kan zomaar ineens richting de zuidelijke randmeren worden gestuwd.”

De gevolgen zouden desastreus zijn. En dus achtte het waterschap, samen met het Rijk, het risico op schade groot genoeg om een investering van 6,6 miljoen euro te rechtvaardigen. Veel geld, erkent de dijkgraaf. Maar ze heeft gevonden wat ze zocht: een waterkering die je niet ziet als je door de historische straatjes wandelt; en een kering die snel z’n werk doet. Klip: „Die snelheid was een harde voorwaarde, want we kunnen niet eerder dan zes uur vooraf het hoogwater bij een noordwesterstorm voorspellen.”

Twintig kilometer waterkeringen

De kering maakt deel uit van ruim twintig kilometer waterkeringen langs de Eem en de zuidelijke randmeren die wordt aangepakt. In heel Nederland wordt tot 2030 liefst elfhonderd kilometer waterkeringen verbeterd, voor 7,4 miljard euro, in het zogenoemde hoogwaterbeschermingsprogramma. Door de projecten voldoen de waterkeringen aan de nieuwe normen die vanaf begin dit jaar zijn vastgesteld. De helft van de kosten betaalt het Rijk, de andere helft de waterschappen.

Johann van den Noort heeft samen met zijn zoon Michiel de afgelopen twintig jaar zijn uitvinding ontwikkeld en er patenten op aangevraagd. Op ruim vijftig plaatsen in de wereld, van Australië tot Ierland, van Vietnam tot België, heeft hun bedrijf veelal veel kleinere self closing flood barriers gebouwd, in ondergrondse parkeergarages en in winkelstraten, bij kwetsbare bedrijven en zelfs bij het nationaal archief van de Verenigde Staten in Washington. „Dat gebouw was beschermd tegen atoombommen, maar niet tegen overstromingen.” Maar nergens ter wereld hebben vader en zoon zo’n lange kering mogen bouwen, een kering die bovendien dient als ‘primaire kering’ tegen water uit zee, rivier of meer, als hier in Spakenburg. Schatrijk zijn ze er nog niet van geworden, vertelt zoon Michiel. Vader en zoon hopen dat het project in Spakenburg het begin van mondiale aandacht zal worden. „Helaas zie ik weinig buitenlandse pers”, lacht zoon Michiel.

Blijft nog wel de vraag: hoe is het mogelijk dat in een land dat vecht tegen water, een land dat voor 60 procent overstroombaar is, een gebied waar negen miljoen mensen wonen en waar 70 procent van het nationaal product wordt verdiend, dat in zo’n land een slim idee van een doodgewone inwoner van Kampen moet komen, en niet van, bijvoorbeeld, Rijkswaterstaat? „Tja”, zegt Roeland Hillen, directeur van het hoogwaterbeschermingsprogramma. „Dat is toch juist mooi? Het is toch juist mooi dat wij openstaan voor innovatieve ideeën van iedereen?”