Waarom het voertuig als terreurwapen oprukt

Nice, Berlijn, Londen, Stockholm en donderdag Barcelona: recente aanslagen waarbij een voertuig het terreurwapen was. Welke factoren dragen bij aan deze trend?

De truck die bij de aanslag in Nice werd gebruikt. Foto Sasha Goldsmith / AP

Dit artikel verscheen op 9 april 2017 na de aanslag in Stockholm met een vrachtauto op 7 april. Het stuk is op 17 augustus geactualiseerd na de aanslag in Barcelona.

In 2014 liet Abu Mohammad Adnani, een van de leiders van het Islamitisch Kalifaat, geen twijfel over bestaan wat jihadisten met een burger uit het Westen moesten doen. ,,Sla zijn hoofd stuk met een steen, slacht hem af met een mes, rij over hem heen met een auto, gooi hem van een hoge plek, verstik hem, of vergiftig hem”, aldus de toenmalige tweede man van IS, die twee jaar later zelf overigens omkwam door een Amerikaanse bom op Aleppo.

Sinds de gebeurtenissen donderdag in Barcelona is met name de rol van de auto, bestelbus of vrachtauto als terreurwapen weer actueel. Hoewel nog heel veel onduidelijk is, bijvoorbeeld over de rol van IS, past de aanslag wel in een reeks terroristische acties in Europa met voertuigen in de hoofdrol.

Het recente truck- en autoterrorisme in Europa begon op 14 juli 2016 op de Promenade des Anglais in Nice, (86 doden; 434 gewonden). Ze kreeg een vervolg op 19 december op, onder meer, de Kerstmarkt op de Kurfürstendamm in Berlijn (12 doden, 56 gewonden) en op 22 maart dit jaar op Westminster Bridge in Londen (6 doden, 40 gewonden). Barcelona sluit - voorlopig - de trieste reeks af met 13 doden en 100 gewonden. Overigens vonden daarvoor ook geregeld soortgelijke aanslagen plaats.

Terreurexperts zullen zelden uitsluitsel kunnen geven over de vraag waarom de ene terrorist kiest voor een auto of vrachtwagen, en de andere voor een bom in een rugzak - zoals bijvoorbeeld een Kirgizische student deed in de metro van St. Petersburg (11 doden). Wat wel kan is, op basis van de inbreng van diezelfde deskundigen, factoren identificeren die truck-terrorisme in de hand werken.

Het zijn er op z’n minst zeven.

  1. Er bestaat geen verweer tegen

    Iedereen met kwade bedoelingen kan met een auto of vrachtwagen overal op inrijden. Zelfs Israël, het mekka voor beveiligingsexperts, is er niet immuun voor. Op 8 januari van dit jaar kwamen daar vier militairen om toen een vrachtwagen in het zuidoosten van Jeruzalem inreed op een groep soldaten op een beroemde promenade. Vijftien anderen raakten gewond.

    Na elke aanslag met een truck worden wel ergens in Europa extra betonblokken geplaatst. Helaas zijn er genoeg onbeschermde plaatsen over waar veel mensen komen. De aanslagen op de (onbeschermde) Westminster Bridge en winkelstraat in Stockholm maakten eerder de relatieve waarde van dat soort maatregelen duidelijk.

    Isabella Lovin, de minister van Buitenlandse Zaken van Zweden, zei vrijdag na de aanslag met de vrachtwagen in Stockholm tegen de Amerikaanse zender CNN:

    „We kunnen ons hier niet tegen beschermen, tenzij we precies die diep ingrijpende maatregelen nemen in onze vrije samenleving, waarop de aanvallers hopen.”

    En de Nederlandse anti-terreurdienst NCTV schreef in haar Dreigingsbeeld van dit voorjaar: „Het is vrijwel onmogelijk burgers te beschermen tegen dergelijke aanvallen met voertuigen.”

  2. Truck-terrorisme past in de strategie van IS en Al-Qaeda

    Hoewel de terreurorganisatie enkele grote, zeer georganiseerde aanslagen op zijn naam heeft staan (zoals in Parijs), onderscheidt IS zich juist met het stimuleren van doe-het-zelfterrorisme. Dat bleek al uit de aanmoediging van IS-topman Abu Mohammad Adnani. De NCTV wijst ook op aanmoedigingen door Al-Qaeda in dit verband. Op 28 maart publiceerden Seamus Hughes en Alexander Meleagrou-Hitchens, twee experts van de Amerikaanse George Washington Universiteit, hierover een studie. Zij bespraken daarin de rol van ‘virtual entrepreneurs’ van IS. Deze hebben maar een taak: eenzame, radicaliserende jihadi’s-in-spe in het Westen via internet bijstaan in het voorbereiden van eenvoudig uit te voeren aanslag (met een mes, auto of iets ander simpels). „Voertuigen zijn, net als messen, extreem gemakkelijk te krijgen” , is de boodschap die IS november 2016 via de chatdienst Telegram rondstuurt, zo schrijft het Duitse weekblad Die Zeit in een reconstructie van de aanslag op de Berlijnse kerstmarkt. De Tunesiër Anis Amri, de aanslagpleger, blijkt er even later vatbaar voor.

  3. Copycat-gedrag is een krachtig aanjager van terroristische acties

    Dat geldt zeker voor de door en door gemediatiseerde samenleving in het Westen met haar steeds herhalende televisie-beelden. Gold dat in de jaren zeventig voor (Palestijnse) vliegtuigkapingen, het is nu actueel voor jihadistische aanslagen. Internet heeft zich naast televisie, ontwikkeld tot een indringend en belangrijk overbrenger van het „virus van haat en politiek geweld”, schreef de Amerikaanse hoogleraar Brigitte Narcos al in 2009 over de krachtige media-technieken van Al-Qaeda. Narcos publiceerde destijds een veelgeprezen werk over Mass-Mediated Terrorism. Een directe link van de aanslagpleger met IS hoeft er bij ‘ copy-catting’ niet te zijn. Spontaan kopieergedrag volstaat. Over de Londense aanslagpleger op Westminster Bridge, Khalid Masood werd vagelijk opgemerkt dat hij was „geinspireerd door jihadistische invloeden”.

    Copycat-gedrag hoeft niet alleen te slaan op het gebruikt wapen of de gevolgde methode. Dat kan ook de plek gelden. Stockholm heeft op dat punt een geschiedenis. December 2010 was er eveneens een aanslag bij winkelstraat Drottninggatan. De Zweedse burger Taimour Abdulwahab liet een bom op zijn lichaam ontploffen temidden van het winkelend publiek. Explosieven in zijn nabij geparkeerde auto gingen echter niet af.

  4. Het plotseling en willekeurig karakter van het truck-terrorisme definieert zijn kracht

    Of er nu vier doden door vallen, zoals in Stockholm, of 86 zoals destijds in Nice, de schok voor een stad en een land zijn vergelijkbaar. Dat wordt mede veroorzaakt door het volstrekt willekeurig karakter ervan: qua moment, qua plaats, qua slachtoffers. Angst inboezemen, het centrale oogmerk van de terrorist, wordt erdoor versterkt. Khalid Masood was, geredeneerd vanuit die optiek, extra succesvol met de BBC-beelden van verschrikte Britse parlementariërs die Westminster niet uit mochten.

    De vooraanstaande Londense terreurexpert Peter Neumann heeft overigens ook op een zwakte van dit type terrorisme gewezen. Om succesvol te zijn, moet een terrorist of terroristische groepering eigenlijk steeds opnieuw weten te shockeren met steeds spectaculairder aanslagen (type 11 september). Met herhaaldelijk truck-terrorisme, hoe gruwelijk ook voor de slachtoffers en hun nabestaanden, lukt dat slecht. Misschien is dat de reden waarom er in Spanje, vlak na de aanslag in Barcelona, een tweede actie werd voorbereid. Vijf verdachten werden gedood bij een politieactie in Cambrils, 120 kilometer ten zuiden van Barcelona. Volgens de Spaanse politie bereidden ook zij een terroristische aanslag voor. De verdachten hadden bomgordels om die volgens latere berichten nep bleken.

  5. Er is geen geld meer voor dure, spectaculaire aanslagen, dus moet het goedkoper

    Stadsguerrilla-achtige aanslagen , zoals november 2015 in Parijs, vergen veel voorbereiding en geld. Dat kan IS, dat op het punt van omvallen staat, niet meer opbrengen. Zijn meest lucratieve inkomstenbronnen - volgens een overzicht in Newsweek vorige zomer, handel in olie en andere grondstoffen - zijn opgedroogd. Veel IS-gebied, en daarmee de bronnen is immers veroverd door het Syrisch leger, de Koerden en andere tegenstanders. Soennitische geldschieters uit Arabische Golfstaten geven - voor zover bekend - steeds minder aan het zieltogend Kalifaat. Dat maakt het werk van virtual entrepreneurs en anderen die kleinschalige, goedkope operaties - bijvoorbeeld met vrachtauto’s – kunnen bewerkstelligen, relatief steeds belangrijker.

  6. De beschikbaarheid van lone wolves, de afwezigheid van georganiseerde netwerken

    Voor zover bekend kent Zweden geen belangrijke , jihadistische netwerken zoals die bijvoorbeeld in het Belgische Verviers opereerden en die betrokken waren bij de grote aanslagen in Parijs. De Zweedse terrorisme-expert Magnus Ranstorp zei dat de Zweedse veiligheidsdiensten vooral rekening hielden met een aanslag door betrekkelijk autonoom opererende individuen

    De laatste bekende aanslagen in Zweden werden eveneens toegeschreven aan zelfstandig opererende personen, zoals de eerder genoemde van Taimour Abdulwahab in 2010 in Stockholm. In 2016 gooide een dertigjarige Syrische asielzoeker die zichzelf als „soldaat van IS” beschouwde, een brandbom naar een shi’itisch godsdienstig centrum in Malmö; het proces tegen hem begon eind maart. Het zijn juist vaak deze lone wolves die slechts hulp krijgen van een paar vrienden of kennissen, zoals in Nice, die truckterrorisme plegen. Dat geldt overigens weer niet voor de Tunesier Anis Amri, de aanslagpleger in Berlijn. Die stond juist weer wel in nauw contact met IS.

  7. De manier van terreurbestrijding

    Inlichtingendiensten richten zich in de eerste plaats op de ontrafeling van netwerken. Contra-terreureenheden bij geheime diensten zijn vaak georganiseerd rond die netwerken. In het vizier krijgen van gevaarlijke eenlingen is veel moeilijker. Het zijn er veel, zeker na een influx van vreemdelingen vanaf 2015 in bijvoorbeeld Duitsland en Zweden. Ook is het lastig ze langere tijd op de radar te houden. Bovendien kan radicalisering van het ene op het andere moment plaatsvinden, en het kapen van een truck een spontane actie zijn. De 39-jarige Oezbeek die wordt verdacht van aanslag in Stockholm, was wel even op de radar geweest, maar werd kennelijk niet als gevaarlijk genoeg beschouwd om 24/7 te volgen. Hij werd door een vriend omschreven als ,,a-politiek”. „Hij bad niet vijf keer per dag en toonde geen tekenen van fanatisme.”