Recensie

Subtiliteit ontbreekt in eigentijdse passie

Sinds 2009 wisselt het Concertgebouworkest op Palmzondag de passies van Bach af met eigentijdse passiemuziek. De bijdragen van dit jaar waren monochroom en een tikje teleurstellend.

De Azerbeidzjaanse componiste Ali-Zadeh

Betrekkelijk nieuw is hij: de prijzenswaardige traditie van het Concertgebouworkest Bachs passies af te wisselen met eigentijdse passiemuziek. Eerdere (sterke) pogingen bleven vrij dicht bij de basis: MacMillans St. Johns Passion en Golgotha van Frank Martin.

Dit jaar wordt het lijdensthema breder getrokken. De vraag is: hoe breed is smal genoeg om aan te sluiten op de traditie? Volstaat muziek over, ruwweg, vurig geloof en geweld zonder contrapunt van tederheid, twijfel, berouw?

Mystical Sacrifice van Djuro Zivkovic begon met een spannende onrust in de lage strijkers, die het openingskoor van Bachs Johannes in herinnering riep. Maar overkoepelend deed een overdaad aan uitroeptekens en een tenor in de overdrive („Ere zij Uw Kruis!”) verlangen naar Bachs geniale microdramaturgie, waarin juist het contrast tussen agressie en mildheid ervoor zorgt beide heftig aankomen.

Ook de Nasimi-Passion van de Azerbeidzjaanse componiste Ali-Zadeh (70) muntte niet uit in licht en lucht. Net als bij Zivkovic imponeerden de 150 musici (Groot Omroepkoor en RCO in fikse bezetting) in vaak moeilijke partijen. De orkestratie bevatte fraaie momenten, maar enig moment dat echt de oren krulde was een intermezzo voor strijkers en koor, waarin Bachs koraal ‘O Hilf Christe, Gottes Sohn’ werd afgewisseld met broze, oriëntaalse strijkers. Dát werkte actueel en schurend. Tegelijkertijd scherpte het het besef van Bachs genie en de subtiliteit die hier overkoepelend te ver te zoeken bleven.