Stokoude fossielen van zeezoogdieren gevonden in de Westerschelde

Dat de vindplaatsen niet eerder zijn ontdekt, is te wijten aan verraderlijke stromingen en scheepsafval op de bodem.

Klaas Post, één dag per week conservator in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam: „Het is een hobby.” Foto Andreas Terlaak

In de Westerschelde zijn twee unieke vindplaatsen van uitgestorven walvissen en dolfijnen ontdekt. Het ene gebied leverde tot nu toe vijf onbekende walvisachtigen op, van twaalf miljoen jaar oud. De oudste ‘moderne’ vinvis zit erbij, het type walvis waartoe de tegenwoordige blauwe vinvis behoort.

Klaas Post, visserijondernemer en kenner van fossiele zeezoogdieren, ontdekte de locatie in 2014. Het is een smal gebied op 30 meter diepte, van enkele honderden meters lang, vlak bij Terneuzen.

Bij een nieuwe zoekactie afgelopen najaar is voor de kust van Walcheren een tweede plek met zeezoogdierfossielen gevonden. Die zijn circa veertig miljoen jaar oud. Daarbij is een primitieve walvisachtige ontdekt, die nog grote achterpoten had.

Post, die in deeltijd collectiebeheerder is bij het Natuurhistorisch Museum Rotterdam: „Dit zijn heel bijzondere vondsten, zeker voor Europese begrippen.”

Post ging gericht op zoek naar de vindplaatsen. In de jaren dertig hadden vissers twee walvisschedels van uitzonderlijke ouderdom opgevist. Daarvan was alleen bekend dat ze uit de Westerschelde afkomstig waren.

Er is tot nu toe weinig ruchtbaarheid gegeven aan de ontdekking. Post en paleontoloog Jelle Reumer meldden alleen de eerste vondst kort in het oktobernummer van Deinsea, een vaktijdschrift van het Rotterdamse museum. De eerste uitgebreide wetenschappelijke publicaties komen in de loop van dit jaar.

Lees ook ons interview met Klaas Post: De Urker visser die graag botten vangt

Post vond, naast de vroegste vinvis ter wereld, ook een onbekende soort primitieve dolfijn, twee walvissen van een uitgestorven tak, een spitssnuitdolfijn. Ook zijn er wervels van een reuzenhaai, delen van maanvissen en een schild van een „enorme” lederschildpad. In de periode waarin die dieren leefden, twaalf miljoen jaar geleden, was Zeeland waarschijnlijk een ondiepe zee.

Dat de vindplaatsen niet eerder zijn ontdekt, is te wijten aan verraderlijke stromingen en scheepsafval op de bodem. Daarom wordt op veel plaatsen in de Westerschelde niet gevist.