Cultuur

Interview

Interview

Foto Kees van de Veen

Waarom hij een boek schreef met de moordenaar van zijn dochter

Eddy Hekman (63) en zijn vrouw Lieuwkje (64) bezoeken elke maand de man die hun dochter om het leven heeft gebracht. Samen met hem schreef Eddy bovendien een boek. „We zouden wensen dat hij vrijkomt.”

De lucht ziet er nu hetzelfde uit als toen, ziet Eddy Hekman. Grijs-witte wolken als watten, met hier en daar een beetje blauw. Net als toen is het buiten nog niet echt warm, maar de snijdende kou heeft het land al verlaten. Bij het echtpaar Hekman golft het uitgestrekte Groningse landschap door de glazen pui de huiskamer binnen. Eddy wijst naar een boom aan de rand van het weiland. „Kijk, er komen groene knopjes aan.”

Eddy Hekman (63) zit in de hoek van de donkergrijze bank van hun ruime woning in ’t Zandt. Af en toe springt de elfjarige bordercollie Senna naast hem en legt haar hoofd even op zijn benen. „Dat was echt Renskes vriendje”, zegt zijn vrouw Lieuwkje Hekman (64). Zij zit in een lage draaifauteuil met haar rug naar buiten. Af en toe mengt zij zich in het gesprek, maar liever houdt zij zich op de achtergrond.

Bijna zes jaar geleden werd hun dochter, de 29-jarige Renske Hekman, doodgeslagen met een brandblusser. De dader was haar 25-jarige vriend Alasam Samarie. Toen politieagent Dick Haveman hem later die avond wilde aanhouden, raakten zij in gevecht. Samarie (in Benin, waar hij vandaan komt, is dat zijn voornaam) pakte het dienstwapen van de agent af en schoot hem neer.

Vrijdag verscheen Een coupé verder, het boek dat Eddy Hekman samen met Samarie schreef over ‘het drama van Baflo’. Hij wil dat mensen een gelaagd beeld krijgen van wat er is gebeurd. „Dit biedt Samarie de gelegenheid om zijn stem te laten horen, beter dan binnen de muren van de rechtszaal mogelijk was”, vindt Eddy. Samarie werd na cassatie veroordeeld tot vijfenhalf jaar gevangenis en tbs, omdat hij aan een psychose leed toen hij Renske om het leven bracht, en het contact met de werkelijkheid was verloren.

De afgelopen zes jaar hebben Eddy en Lieuwkje Hekman Samarie elke maand bezocht. In de bezoekersruimte van de gevangenis in Zwolle zaten ze op harde houten bankjes, en werden ze van elkaar gescheiden door plexiglas. Eén omhelzing aan het begin, één aan het eind. „Het eerst halfjaar hebben we vooral gepraat over wat er gebeurd was.” Daarna werden de bezoekjes „normaler”. „De laatste keer hebben we het bijvoorbeeld over de verkiezingen gehad, en de standpunten van de politieke partijen.”

Tijdens een van die ontmoetingen ontstond ook het plan voor het boek. Op dit moment zit Samarie vast in Veldzicht in Balkbrug, tussen Zwolle en Hoogeveen, waar hij overdag werkt als lasser en waar hij wacht op overplaatsing naar de tbs-kliniek. „In Balkbrug is een comfortabele zithoek”, zegt Lieuwkje. „Hij trakteert er op stroopwafels en schenkt ons koffie in”, zegt ze. Vorige week zondag was ze er nog.

Eddy en Lieuwkje Hekman gebruiken het woord moord niet tijdens dit gesprek. Maar ze noemen het ook geen ongeluk, wat zich in de hal van Renskes appartementencomplex in Baflo heeft afgespeeld. Ze verwijzen naar die avond als het moment waarop „het gebeurde”. „Vele buitenstaanders zullen zeggen: het is Samarie alleen aan te rekenen”, zei Lieuwkje Hekman tijdens de rechtszaak. „Maar buitenstaanders oordelen snel en hebben weinig zicht op de vele kleuren die te zien zijn.” Voor diezelfde buitenstaanders is de steun van Renskes ouders aan Samarie moeilijk te begrijpen.

Waarom hebben zij ervoor gekozen om hem te blijven zien als hun ‘bijna-schoonzoon’? Eddy vindt het moeilijk om uit te leggen en laat lange stiltes vallen. „Het was geen rationele beslissing.”

In de nacht van 13 op 14 april 2011 hoorden ze dat Renske niet meer leefde. Ze wisten nog niet precies wat er was gebeurd, maar volgens de eerste berichten was er een jongen met „rastahaar” bij betrokken. Eddy en Lieuwkje vermoedden dat de familierechercheur die zo zou komen, veel over Samarie zou willen weten. Dat bespraken ze om half zes ’s ochtends, tijdens het opfrissen in de badkamer van het huis waar ze toen nog woonden. „We gaan hem helpen”, zei Eddy daar tegen zijn vrouw. Ze kozen ervoor om niet „in woede de mindere kanten van Samarie te benadrukken”.

Samarie was de twee jaar ervoor kind aan huis geworden. Lieuwkje haalt een herinnering op aan hun eerste ontmoeting. „Ik zie hem nog komen. Hij was met de bus. Het was prachtig weer. We zaten met Renske en haar broers buiten op het terras.” Lieuwkje glimlacht wanneer ze vertelt hoe netjes hij eruitzag. „Mooie schoenen, helemaal in pak. Hij was altijd erg attent en maakte vaak grapjes.” Lieuwkje wist die ochtend van 14 april dat de jongeman die zij twee jaar eerder had leren kennen, niet tot zoiets in staat zou zijn. „Door dat gevoel werd ik helemaal overspoeld.”

Een van die „kleuren” die buitenstaanders over het hoofd zouden kunnen zien, is dat Samaries leven al tien jaar op pauze stond. Hij kwam in 2001 uit Benin naar Nederland maar kreeg maar geen zekerheid over de toekomst. Hij was uitgeprocedeerd, maar teruggaan naar Benin was geen optie. Omdat hij dat niet wilde, maar ook omdat ze hem daar vooralsnog niet toelaten. Hij heeft geen documenten om te bewijzen dat hij er vandaan komt.

Eddy, Lieuwkje en Renske worstelden zich samen met Samarie door een woud van papieren in de hoop alsnog een verblijfsvergunning te regelen. „Het gaat steeds over procedures en protocollen, maar niet meer over de mens achter de asielzoeker”, valt Eddy dan op. „Die mag ondanks zijn talenten enkel wachten en afstompen.” Samarie wist zich ondanks alles aardig staande te houden, vindt Eddy. Hij had vrienden, en hij had Renske, en hoewel hij officieel niet mocht werken, vond hij toch een baan. Hij ‘leende’ de identiteit van bekenden en werkte onder hun namen als krantenbezorger. Op de dag voor Renskes dood, krijgt Samarie een bericht van de Hoge Raad. Die heeft besloten dat hij ook geen verblijfsvergunning krijgt op medische gronden. Daar hadden ze hun laatste hoop op gevestigd. Dat nieuws, en de slepende procedure die daaraan vooraf was gegaan, is volgens Eddy Hekman „niet de reden dat hij gedaan heeft wat hij gedaan heeft, maar het heeft wel bijgedragen aan de aanloop ernaartoe”.

Een andere „kleur” is dat Samarie last had van depressieve periodes, en dat de medicijnen die hij daartegen neemt bijwerkingen kunnen hebben. Een maand na de dood van zijn dochter ontdekte Eddy dat Samarie paroxetine gebruikte. Eddy, die is opgeleid tot klinisch psycholoog, had wel eens gehoord over de bijwerkingen die dat middel kan hebben, en ging op onderzoek uit. „We kennen inmiddels heel wat verhalen waarbij er een sterk vermoeden is dat juist door het gebruik van dit soort antidepressiva een zelfmoord ‘uitgelokt’ wordt.” Er zijn ook verhalen bekend over mensen die het middel gebruikten en agressief werden, of in een psychose raakten.

In de rechtszaak hebben de mogelijke bijwerkingen geen doorslaggevende rol gespeeld, maar voor Eddy en Lieuwkje is het een van de belangrijkste redenen om Samarie te blijven steunen. „Ik heb dit boek ook geschreven omdat ik wil dat er meer aandacht komt voor de bijwerkingen van deze medicijnen. Ik wil dat mensen goed nadenken voordat ze met antidepressiva beginnen, dat ze alternatieven zoals therapie overwegen, en dat ze goed gescreend worden bij het op- en afbouwen van de medicatie.”

Eddy Hekman is heel voorzichtig met wat hij zegt. Hij geeft weinig details prijs over Renskes leven. „Zij is er niet meer bij om dat goed te keuren.” Aan de muren van de woonkamer hangen uitvergrote foto’s van Renske met haar golden retriever, maar die mogen niet in de krant. „Ik weet niet of zij dat zou willen.” Renskes twee broers staan achter de manier waarop hun ouders met Samarie omgaan, maar Eddy vertelt niets anders over hun ervaringen en zienswijzen. „Dat is niet aan mij.” En Eddy is heel voorzichtig met wat hij zegt over het andere slachtoffer dat op 13 april 2011 viel. Ook vanwege de andere nabestaanden zou Eddy Hekman nooit kunnen zeggen dat hij Samarie vergeeft, vertelt hij. „We zijn niet in de positie om hem te vergeven. Als we hem zouden vergeven, vergeven we ook wat hij anderen heeft aangedaan, maar dat kunnen wij niet doen.”

Wat er de komende tijd met Samarie zal gebeuren, is niet bekend. Omdat hij zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten, zou hij nu aan zijn opgelegde behandeling moeten beginnen. Dat gaat binnenkort gebeuren. Maar omdat hij geen verblijfsvergunning heeft, zou hij ook uitgezet kunnen worden. Wat zouden Eddy en Lieuwkje het liefste willen? „Als we een toverstokje hadden en een wens mochten doen, dan zouden we willen dat Samarie vrijkomt en een verblijfsvergunning krijgt”, zegt Eddy. „Maar als toverstokjes echt zouden bestaan, zou ik nog wel iets anders weten om te wensen”, zegt Lieuwkje.