Recensie

Huub Stapel en Henriëtte Tol ontroeren als ouder echtpaar in ‘Pinkpop’

‘Ik ben bang dat m’n hoofd lek is”, zegt de man die – op zijn zestigste – aan geheugenverlies begint te lijden. Waarom hij precies in de garage rondscharrelt, weet hij niet meer.

Suzan Seegers en Huub Stapel in Pinkpop Foto Ben van Duin

„Waar is hier nou… dat dinges”, mompelt hij. Maar zodra het over Pinkpop gaat, weet hij alle feitjes opeens weer puntgaaf op te lepelen. De bands, de nummers vormen zijn houvast.

Pinkpop is de nieuwe productie van Toneelgroep Maastricht – en het is een bijzondere productie, waarin een handjevol acteurs de intrige draagt, terwijl de Limburgse groep Rowwen Hèze de toon zet met nieuwe nummers van zanger Jack Poels. Liedjes in popidioom, met de stuwende cajun-klanken van de accordeon.

Ze sluiten niet letterlijk op de speelscènes aan, maar versterken de sfeer en vertolken gevoelens van de hoofdpersonen. Vaak zingen ze van liefde voor altijd en van jeugd die onherroepelijk voorbij gaat.

Frans Pollux en Jibbe Willems schreven een poëtisch verhaal over een driehoeksavontuur dat in 1979 op Pinkpop begon en pas na een jaar of zes uitmondt in het samenzijn van een man en een vrouw aan wier liefde ook door geheugenverlies niet te tornen valt. Huub Stapel en Henriëtte Tol spelen dat paar met ontroerende zuiverheid – hij met een hoofd vol groeiende verwarring, zij met stille wanhoop. Michel Sluysmans is de derde; hij overtuigt als de jongen die destijds méér wilde dan een Limburgs burgermansbestaan en daarin het meisje (een feeërieke Suzan Seegers) tracht mee te slepen. Ook fungeert zanger Poels af en toe als verteller. Zo plaatst hij de opkomst van het Pinkpop-festival tegen de achtergrond van de laatste mijnsluitingen, halverwege de jaren zeventig. Limburg werd „mijn mijnloze land”, zegt hij, en daarin bracht Pinkpop enige hoop: „We zongen lucht in onze stoflongen.”

Pinkpop wordt gespeeld op een toneel met luttele rekwisieten en een podiumbreed achterdoek met snel gemonteerde flarden uit het Pinkpop-archief en Nederlandse boventitels voor Poels’ in smeuïg Limburgs gezongen teksten. Eén keer komt Roween Hèze voorop de speelvloer te staan om mee te spelen met het eigen Pinkpop-optreden uit 1992.

Zo schuiven heden en verleden in de regie van Servé Hermans mooi in elkaar. Zo mooi, dat er geen enkele ruimte is gelaten voor applaus na de liedjes – de voorstelling is één vloeiend geheel. Er valt zelfs een geloofwaardige regenbui, want ook het echte Pinkpop is soms een Nederlands soort Singin’ in the rain.