Opinie

Na de aanval: heeft Trump een beleid?

‘Eenmalige acties’, zoals de Amerikaanse aanval in Syrië, dragen een risico: er is geen weg terug zonder gezichtsverlies, schrijft

De plek waar de Tomahawk-raketten insloegen. Foto DigitalGlobe via AP

Na de Amerikaanse aanval met kruisraketten op de Syrische militaire basis Al-Shayrat is de spannendste vraag: was dit een eenmalige waarschuwing van een verder grillige en onvoorspelbare Trump, of markeert de strafactie na de gifgasaanval op Khan Shaykhun het begin van een heus Amerikaans Syrië-beleid?

Om met het eerste scenario te beginnen: deze uitleg gaat uit van een begrijpelijke emotionele eruptie van de president, die op een rode knop drukt bij het zien van „twee prachtige” dode baby’s in de armen van een ontroostbare vader. Maar als verklaring is het ontoereikend. Want waarom reageert de president zo na een aanval met zenuwgas, maar niet bij de talloze voorgaande gruwelijke aanvallen met splinterbommen en chloorgas, zelfs op ziekenhuizen en scholen?

Wel, nietsdoen was geen optie, hij moest zich onderscheiden van zijn „vreselijke” voorganger Obama. En dat rechtvaardigde hij door deze keer te spreken van „many, many red lines” die Assad had overschreden, alsof die ene red line van zijn voorganger – de inzet van gifgas – niet genoeg was. Intussen had de verketterde Obama er nog wel voor gezorgd dat Syrië in 2014 was toegetreden tot het Verdrag chemische wapens (CWC). Opvallend is ook dat Trump het „vitale belang van de nationale veiligheid” als argument gebruikte om de Tomahawks af te vuren. Dus niet: het handhaven van internationale vrede en veiligheid of een andere supranationale norm; alsof het om een vorm van zelfverdediging ging, daarmee het humanitaire aspect onmiddellijk weer relativerend. America First echode dus ook hier weer door, al is niet duidelijk welk Amerikaans veiligheidsbelang hier nu precies in het geding was.

Als eenmalig ( „one-off”) signaal werd het kruisrakettensalvo ook onmiddellijk gecorrigeerd door Nikki Haley, de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties. Zij bezwoer zaterdag herhaling als Assad het in zijn hoofd zou halen om meer gifgas uit de kast te halen. Dat is ook meteen het risico van de actie: er is geen weg terug zonder gezichtsverlies. Elke eventuele nieuwe provocatie door Assad – chloorgas, zenuwgas, vatenbommen, een eventuele weigering om met de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) mee te werken aan inspecties – zal voortaan niet onbeantwoord kunnen blijven.

Er zijn in het verleden nogal wat ‘eenmalige’ strafacties op onbedoelde verlengingen uitgedraaid. Denk aan operatie Desert Fox in 1998, toen president Bill Clinton ruim 400 kruisraketten losliet op Saddam Hussein vanwege diens obstructie bij wapeninspecties. Wat begon als een vierdaagse campagne duurde in werkelijkheid wel drie jaar. Conclusie: als eenmalig signaal van Trump, goed bedoeld maar zonder garantie op succes, was 7 april een dag van korte zelfbevrediging, niet van een oplossing.

Markeerde de strafaanval op Al-Shayrat dan een doordachte wijziging van het Amerikaanse beleid? Je zou kunnen redeneren dat dit de bedoeling was, om uit te sluiten dat Assad verder chemische wapens zal inzetten. Je moet in geopolitieke crises natuurlijk de diepe werkelijkheid achter al het publieke misbaar zien te doorgronden. Maar uit een aantal feiten valt de boodschap te destilleren dat de VS geen drastische herziening van het beleid wilden etaleren, in elk geval geen omslag naar een interventionistisch beleid.

De Amerikanen hebben de meest behoudende militaire optie gekozen (geen startbanen aanvallen, alleen hangars en opslagloodsen). Het militaire alternatief – de Syrische rebellen van luchtafweerraketten voorzien waarmee ze de Syrische en Russische vliegtuigen zouden kunnen neerhalen – lieten ze aan zich voorbijgaan; het risico bestaat dat dan Russische piloten zouden sneuvelen, of dat deze wapens in verkeerde handen vallen. De VS hebben de Russen tijdig gewaarschuwd en geen ‘Russische’ vliegbases in Syrië aangevallen, waar Russische luchtafweer staat opgesteld. Uit het feit dat Poetin geen bevel heeft gegeven om Russisch luchtafweergeschut tegen de kruisraketten te activeren maken sommige bronnen op dat ook de Russen het als een incident wilden zien.

Zondagmiddag hebben Syrië, Rusland en Iran gezegd dat ze nieuwe Amerikaanse aanvallen zullen vergelden; mogelijk een scherpe onderhandelingszet: de aanval van 7 april wordt niet vergolden, eventuele vervolgaanvallen wel. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Tillerson, komende week op bezoek in Moskou, kan zijn borst nat maken.

Toch is ook deze uitleg niet toereikend. De VS – maar veelzeggend genoeg Trump zelf nog niet! – hebben gezegd dat regime change (Assad moet weg) nu weer wel Amerikaanse prioriteit is. De conclusie moet wel zijn dat er geen voldragen beleid achter de aanval met kruisraketten zit. Van een eenmalig waarschuwingssignaal is het spoedig geëvolueerd naar een herhaalbaar dreigement. Het is in verschillende bewoordingen door de Amerikaanse regering aangepast en door Trump met de mantra ‘ik zeg niks over mijn volgende stappen, want onvoorspelbaarheid is mijn troef’ afgezegend. Maar het resultaat is dat gebeurtenissen het beleid bepalen, niet dat het beleid de gebeurtenissen bepaalt. En dat was niet de bedoeling.