NRC checkt: ‘Kindertekeningen zijn nu slechter dan in 1996’

Dat meldden meerdere nieuwsmedia eind vorige maand op basis van een rapport van de Onderwijsinspectie.

Foto Ed Oudenaarden/ANP

De aanleiding

Op donderdag 30 maart berichten meerdere nieuwsmedia over kindertekeningen. Die zouden er in de afgelopen twintig jaar niet beter op zijn geworden. De koppen variëren van vrij algemeen (‘Kwaliteit kindertekeningen gaat achteruit’, Trouw) tot niets aan de verbeelding overlatend ( ‘In 1996 tekenden kinderen mooier dan nu’, nos.nl). We checken de stelling: ‘De kwaliteit van kindertekeningen is erop achteruitgegaan.’

Waar is het op gebaseerd?

Op 27 maart publiceert de Inspectie van het Onderwijs een onderzoek: Peil.Kunstzinnige oriëntatie. In het schooljaar 2015-2016 bracht de inspectie de kunstzinnige ontwikkeling van achtstegroepers in kaart, waarbij een vergelijking werd gemaakt met het vorige peiljaar, 1996-1997. Interessant, want wat blijkt: de kwaliteit van kindertekeningen wordt in 2016 minder goed beoordeeld dan twintig jaar geleden. „Kinderen tekenen in 2015-2016 schematischer, zonder de omgeving of details verder in te vullen. Bovendien tekenen zij meer afzonderlijke elementen in plaats van het volledige verhaal.”

En, klopt het?

Over koppen als ‘In 1996 tekenden kinderen mooier dan nu’ is Marleen van der Lubben, projectleider bij de Onderwijsinspectie, duidelijk: „Feitelijk onjuist.” De inspectie heeft bij de resultaten nooit een waardeoordeel willen geven. De stelling ‘De kwaliteit van kindertekeningen is erop achteruitgegaan’, komt volgens Van der Lubben dichter bij de werkelijke resultaten.

De kindertekeningen zijn lager beoordeeld op basis van twintig jaar geleden opgestelde criteria, legt ze uit. Hoe dat gegaan is? De tekeningen zijn beoordeeld aan de hand van voorbeeldtekeningen, die door experts in het schooljaar 1996-1997 werden geselecteerd en op volgorde van niveau gezet. De tekeningen uit 2015-2016 zijn vervolgens, net zoals in schooljaar 1996-1997, met deze voorbeeldtekeningen vergeleken. Daaruit bleek: de kwaliteit werd minder goed beoordeeld dan twintig jaar geleden.

Met die resultaten heeft de inspectie echter voornamelijk „de dialoog willen aangaan”, zegt Van der Lubben. Dat doet ze zelf al in het rapport: een focusgroep van specialisten uit de onderwijspraktijk bespreekt de resultaten. Een van die vakspecialisten is Ronald Kox, afdelingshoofd bij het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst. Telefonisch laat hij weten dat hij de criteria waarop de kindertekeningen zijn beoordeeld in twijfel trekt. Zijn die nog wel van deze tijd? En: wat is een goede tekening?

De voorbeeldtekeningen waarop de tekeningen in het rapport werden beoordeeld zeggen volgens hem vooral iets over de experts die ze selecteerden. Sommige vakdocenten hechten vooral aan techniek, terwijl een ander expressievaardigheid belangrijker kan vinden, stelt Kox. Van der Lubben: „De criteria werden opgesteld door docenten uit het middelbaar onderwijs, vermoedelijk met een vakopleiding.”

Uit onderzoek van Folkert Haanstra, emeritus hoogleraar cultuureducatie, uit 2014 blijkt eveneens dat het veel uitmaakt wie de criteria opstelt. De conclusie was dat leerkrachten uit het basisonderwijs de tekeningen van vijfjarigen veel hoger beoordelen dan beroepskunstenaars. Het is, kortom, lastig te bepalen wat ‘goed’ is als daar geen eenduidige ideeën over bestaan.

Bovendien laat Haanstra weten: „Voor vervolgonderzoek is het interessant te bekijken met welke criteria van deze tijd de tekeningen beoordeeld zouden moeten worden.” Kinderen groeien op met een andere beeldtaal dan twintig jaar geleden, wat eveneens van invloed is op hun kindertekeningen.

Conclusie

Volgens de criteria die de Onderwijsinspectie hanteerde is de kwaliteit van kindertekeningen er inderdaad op achteruitgegaan. Wetenschappers trekken die criteria echter in twijfel, en ook de inspectie zelf vindt het zinvol te kijken of de criteria van toen nog wel actueel zijn. We beoordelen de stelling daarom als ongefundeerd.