Hoe de smartphone ons verslaafd maakt

Smartphoneverslaving Bedrijven als Facebook weten precies hoe ze ons verslaafd kunnen maken aan onze telefoon. De mobiel is een dopaminepompje dat zij bedienen.

Foto uit de serie Removed van de Amerikaanse fotograaf Eric Pickersgill. Voor deze serie liet hij mensen met een smartphone of een tablet poseren, waarna hij het apparaat uit hun handen haalde.

Onderweg naar huis. Spotify in mijn oren, Facebook op het scherm. Het was een drukke dag dus wat er voorbijkomt is niet echt hoogdravend meer. Een filmpje op Dumpert, even schaamteloos gluren naar vakantiefoto’s op de profielpagina van een knappe collega. En dan gebeurt het: ineens is het streepje van mijn batterij amper nog te zien en krijg ik een melding dat het apparaat waarin ik mijn halve leven heb gestopt er zo mee gaat ophouden. Veel meer dan 10 minuten heb ik niet, zo te zien. Spotify uit, stoppen met Facebookgluren, smartphone in mijn broekzak. Shit, wat als er een mailtje binnenkomt voor mijn werk? Ik pak ’m toch maar weer uit mijn zak. Tril, zoem, scherm zwart: telefoon uit. Ik fiets snel naar huis en nog voordat ik mijn geliefde een kus geef, loop ik naar een lader, zet mijn telefoon weer aan en kijk op Twitter en e-mail. Niks nieuws. Natuurlijk niks nieuws: het is etenstijd. En zelfs al was er wel iets nieuws geweest: waarom gedraag ik me als een verslaafde?

De laatste tijd merk ik dat het steeds moeilijker wordt het apparaat weg te leggen, zelfs al stapelen de bewijzen zich op dat overmatig smartphonegedrag slecht is voor je concentratie, stressniveau en zelfs je gezondheid; het lukt me simpelweg niet om te minderen. En ik ben niet de enige. Hoe komt dat?

Gewoonte vormen

Onze verslaving aan smartphones wordt in Silicon Valley opzettelijk, en openlijk, ontworpen. Alleen noemen ze het daar geen verslaving maar ‘gewoontevorming’. Vorige week was er aan Stanford University, de kweekschool van Silicon Valley, zelfs een congres over gewoontevorming, de Habit Summit.

Daar kwamen directeuren van bedrijven als Google en LinkedIn hun trucs delen om gebruikers zo verslaafd mogelijk te maken. De ster op deze congressen is Nir Eyal, schrijver van het boek Hooked, docent aan Stanford University en veelgevraagd adviseur bij techbedrijven. „Veel bedrijven hebben een verdienmodel waarvoor het nodig is dat mensen uit zichzelf terugkomen naar hun app”, zegt hij aan de telefoon vanuit San Francisco. Facebook, Snapchat, Instagram en WhatsApp zouden failliet gaan als ze niet een gewoonte vormen bij de gebruiker. Ze kunnen niet voortdurend adverteren, gebruikers moeten uit zichzelf terugkomen.

Eyal heeft onder meer gewerkt voor Instagram en Twitter, zegt hij. Wat is hun belangrijkste truc? Ze hebben ontdekt dat de smartphone een superhandig dopaminepompje is dat zij steeds slimmer kunnen bedienen. Door veel activiteiten op de smartphone maken mensen een lekker golfje van het gelukshormoon dopamine aan, dezelfde stof die vrijkomt bij sporten, seks of xtc-gebruik. Techbedrijven hebben de laatste tien jaar, sinds de lancering van de iPhone, hun methodes om beloningen kunstmatig op te wekken tot in de finesses verfijnd.

Uit onderzoek blijken er drie types beloningen te zijn waarbij mensen dopamine aanmaken: sociale beloningen, beloningen van de jacht en intrinsieke beloningen. Een voorbeeld van een sociale beloning die een appmaker heeft ingebouwd zijn de vinkjes van WhatsApp die blauw worden als de ontvanger een bericht heeft gelezen. Die creëren sociale druk om te reageren bij zowel zender als ontvanger, en zodra dat gebeurt, volgt vanzelf de sociale beloning. Beloningen van de jacht kun je goed terugvinden in de tijdlijn van Facebook: die is zo ontworpen dat je eindeloos kunt doorscrollen, er zit geen eind aan waardoor je altijd op jacht kan blijven naar iets interessants. Je hoeft niet eens altijd beet te hebben, als je af en toe maar iets leuks of interessants binnensleept.

Intrinsieke beloningen tot slot zijn de beloningen die mensen zichzelf geven als ze iets goeds hebben gedaan. Ingebakken in mensen is bijvoorbeeld het streven naar orde. Appmakers weten dat als ze de orde op je thuisscherm verstoren met zo’n rood ballonnetje van een pushbericht, jij geneigd bent om de orde te herstellen. Op moment dat het pushballonnetje is weggewerkt (of je mailbox weer op nul staat) krijg je weer een shotje dopamine. Zo zijn er tal van functies in apps te herleiden tot inzichten uit de psychologie.

Variabele beloning is genoeg

Ver voordat Eyal er groot mee werd was de wetenschap al bezig met gewoontevorming. In de jaren dertig bracht psycholoog B.F. Skinner aan Harvard gedrag in kaart dat verontrustende gelijkenissen vertoont met onze 21ste-eeuwse afhankelijkheid van apparaten en gadgets. Hij legde de basis voor een uitgebreide wetenschappelijke literatuur over het onderwerp waar techbedrijven naar hartelust uit kunnen putten. In zijn beroemdste experiment zette hij enkele duiven in een speciaal ontworpen doos, die later de Skinner-box is gaan heten. Daarin stond onder meer een plexiglas plaatje. Als de duif daarop met zijn snavel tikte, ging er een luikje open waar een paar korrels duivenvoer uit kwamen. De duiven leerden al snel dat als zij op het plaatje pikten, ze dan een beloning kregen.

Foto Eric Pickersgill

Maar het unieke aan de experimenten van Skinner was dat hij de duiven een variabele beloning gaf. In sommige proeven gaf hij de duiven elke keer eten als ze pikten, in andere zette hij een timer om het verstrekken van snoepjes niet vaker te laten gebeuren dan eens per minuut. Als de duif binnen een minuut pikte, kreeg hij niets, maar als hij daarna met zijn snavel het plexiglas aanraakte, rolde er weer een duivensnoepje uit het luikje. In die situatie wachtten de meeste duiven na een tijdje ook even met pikken totdat er wat tijd verstreken was.

Skinner liet op een gegeven moment ook willekeurige timers lopen: daarbij konden de duiven de ene keer na 20 seconden een nieuw snoepje krijgen, de volgende keer na 5 seconden alweer, en soms moesten ze minutenlang wachten. En daarbij ontdekte Skinner iets boeiends. Bij willekeurige intervallen werden de duiven he-le-maal gek: ze bleven maar als een dolle pikken, op zoek naar de volgende beloning. De allergekste duiven pikten langer dan 16 uur achter elkaar meerdere keren per seconde. Er was er zelfs een bij die gedurende 14 uur in totaal 87.000 keer pikte, terwijl hij maar in één procent van de gevallen een beloning kreeg.

Psychologisch is er weinig verschil tussen de beloning van de jacht op snoepjes en de jacht op interessante dingen op je Twitter-tijdlijn. Je hoeft ook op je smartphone helemaal niet elke keer beloond te worden: een variabele beloning is al genoeg. De mechanismes hebben veel weg van hoe gokkasten hun spelers de hele tijd terug lokken en in de ban weten te houden, en dat is geen toeval.

Gokkers in Las Vegas

De Amerikaanse antropologe Natasha Dow Schüll is een andere graag geziene gast op de verslavingscongressen in Silicon Valley. Zij was voor een onderzoek aan de tech-universiteit MIT jarenlang in Las Vegas gestationeerd voor een uitgebreide studie van het gedrag van verstokte gokkers. Ze richtte zich niet alleen op het gedrag van de gokkers zelf, maar juist op het samenspel van gokkers en de machines: hoe zij worden gemanipuleerd door de uitbaters van de gokkasten. Haar boek, Addiction by design (2012), is inmiddels een standaardwerk geworden, zowel onder mensen die gokverslaafden begeleiden als bij de mensen die gokautomaten zó ontwerpen dat de verslaafden maar blijven terugkomen in de jacht op winst. Ook in Silicon Valley is het populair.

De belangrijkste bevinding van Dow Schüll is wat zij de machine zone noemt: een bijna hypnose-achtige staat waarin de gokkers alles om zich heen vergeten en bijna één lijken te worden met de gokkast. De meeste hardnekkige gokkers spelen op een gegeven moment helemaal niet meer met het doel om te winnen, maar puur en alleen om weer in de machine zone te komen, ook al kost hun dat handenvol geld.

„Het is een reactie op een perfect afgestelde feedback loop”, schrijft Dow Schüll in Addiction by design. „Het is een krachtige verstoring van ruimte en tijd. Je drukt op een knop. Er gebeurt iets. Je druk nog een keer. Er gebeurt nog eens iets: niet precies hetzelfde maar wel iets wat erop lijkt. Misschien win je, misschien krijg je een beloning, maar misschien ook niet. Maar wat maakt het nog uit. Je herhaalt het nog maar een paar keer. Herhaal. Herhaal. Herhaal. Herhaal. Het gaat om het plezier van de herhaling, de veiligheid van de hele tijd hetzelfde maar net iets anders. Al het andere valt weg.”

Herkenbaar?