Column

Een stofwolk over kinderkopjes

De huisjes in het dorp Arenberg lijken nog altijd te leunen tegen de immense stalen liften van de verlaten mijn. Wie hier in Noord-Frankrijk als jongen werd geboren, verdween in de schacht. Een helmlamp bescheen een zwarte muur waar je met de punt van je pikhouweel uren tegenaan ramde.

De mijn is al lang gesloten en de mannen met zwart gruis in hun longen liggen onder de zoden. In Arenberg wonen voornamelijk mensen met verhalen over vroeger, in het hier en nu gebeurt niet zoveel meer. Op één dag na: de doorkomst van de wielerklassieker Parijs-Roubaix.

Belgen, Hollanders, Fransen, Duitsers en Engelsen staan met hun campers langs de kant van de weg. Ze lopen naar het bos net buiten het dorp. Daar ligt de roemruchte kasseienstrook van 2.400 meter.

Ik ben er ook weer. Leunend tegen een dranghek denk ik terug aan de Algerijnse bewoner van Arenberg, die me hier dertig jaar verleden vertelde over zijn werkloosheid die zo aan hem knaagde.

„C’est germinal”, zei hij. Met dat woord verwees hij naar de titel van de roman die Emile Zola schreef over het troosteloze leven in deze mijnstreek.

In de hete zon staan duizenden supporters langs de kasseien. Het bos ligt bezaaid met blikjes, vlaggetjes, papieren maskers met het hoofd van Tom Boonen erop, proppen wc-papier.

De kasseien glimmen in het zonlicht. Ze lijken schoon, maar dat is schijn. Auto’s en motoren rijden het stof tussen de kinderkopjes vandaan. In een wolk denderen de renners voorbij met opengesperde monden. Voor hoesten en drinken geen tijd.

Door, door, door.

In alle talen wordt geschreeuwd naar renners. De Vlamingen zijn trots op Boonen, de Noren roepen Kristoff na en de Nederlanders vinden in Langeveld hun held.

Op een groot televisiescherm blijven de fans de wedstrijd volgen. De namen van de kopgroep komen in beeld. Bij iedere renner staat een vlaggetje. Wielrennen in Parijs-Roubaix is een strijd van man tegen man, maar ook van land tegen land. Er blijven drie vlaggetjes over: een Belgische, een Nederlandse en een Tsjechische.

Het Belgische vlaggetje wint de sprint.

Laat in de middag loop ik terug door Arenberg. Het is alweer rustig. Alleen op de parkeerplaats staan nog campers. Mannen met ontbloot bovenlijf wapperen met een kartonnetje boven de barbecue.

Bij een verplaatste bushalte staat een oude vrouw met haar boodschappentas te wachten. Ze blijkt een Italiaanse en woont al jaren in Arenberg. Wat vond ze van de doortocht van de wielrenners? „Geen interesse. Ik poets het huis en ik maak eten. Wat? Tom Boonen? Ken ik niet.”

Op de ruit van de halte staat met viltstift geschreven: ‘Trop d’étrangers en France.’

Stuurs kijkt de vrouw langs me heen. Waar blijft haar bus?

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.